14 november 2018

WK18 Bram Schwarz: ‘Niemand is onverslaanbaar’

WK18 Bram Schwarz: ‘Niemand is onverslaanbaar’
(foto: Ellen de Monchy).

Het was een sterke ochtend voor de Nederlandse equipe op de baan van Plovdiv. Alle boten met medaillekansen plaatsten zich voor de finale, alleen de vrouwenvierzonder moest met een vierde plaats een bittere pil verwerken. Later vandaag wordt de mannendubbelvier nader belicht.

De mannenvier werd dan wel tweede achter het tot voor kort onverslaanbaar geachte Australië, de manier waarop ze roeiden maakte indruk. Op het eind kwam de boot van Mark Emke nog behoorlijk dichtbij de voornaamste titelkandidaat. “Het enige punt waar we het iets hebben laten liggen, was na een paar honderd meter. Toen verloren we iets teveel ten opzichte van de beste boten. Dat iedereen zo hard vertrok, viel te verwachten. Het is de halve finale en iedereen wil iets proberen, dan wordt het al snel de dood of de gladiolen”, vertelde slagman Bram Schwarz.

Steun net als Wouter Weerheijm de onafhankelijke roei-journalistiek, doneer hier aan NLroei. Bedankt!

Controle
De jongeling hield met zijn ploeg echter het hoofd koel. “Na 800-900 meter voelde ik ineens enorme controle. Dat konden we optimaal gebruiken bij onze 1000-meter-push.” Het kwartet schoot vooruit en had verreweg de snelste tijd van het veld in de tweede duizend meter. De drone-beelden van bovenaf spraken boekdelen. In het tweede deel van de race roeiden de Nederlanders in het zelfde tempo dan Australië maar met veel langere en efficiëntere halen. “Hier hebben we tijdens onze trainingsstage in Obertraun hard aan gewerkt. Lang onder water blijven en vanuit daaruit het tempo halen in plaats van andersom.”

Finale
Net als Emke denkt ook Schwarz dat er in de finale nog meer te halen valt en hintte zelfs op een mogelijke titel. “Ik denk dat niemand onverslaanbaar is, ook Australië niet. Als je vaker tegen elkaar racet weet je waar ieders sterke maar ook mindere punten zitten. Als we zaterdag iets dichterbij liggen en dan weer hetzelfde roeien als nu op het eind vinden, moet het zeker mogelijk zijn hen te verslaan. We gaan er in elk geval zeker voor.”

Verdonkschot
Ook de lichte vrouwendubbeltwee maakte indruk. Hoewel het wel even duurde voordat Ilse Paulis en Marieke Keijser aan de leiding kwamen. Zelfs de vaak ogenschijnlijk onbewogen hoofdcoach Josy Verdonkschot werd er een moment onrustig van. “Rond 700 meter lieten ze Nieuw-Zeeland iets te veel lopen. Ik zei toen letterlijk tegen mijn medecoach Isabelle Jacobs dat dit niet helemaal volgens plan was. Maar ik heb Marieke een groot compliment gegeven dat zij op haar plan bleef vertrouwen. Uiteindelijk was het een typische lichte vrouwenrace. Iedereen laat zijn neus vooraan zien, maar op het eind wint toch de beste.”

Nabespreking
Hoewel de vrouwendubbelvier zich met een derde plaats uiteindelijk gemakkelijk plaatste voor de eindstrijd, was de stemming daar toch iets minder. Na 500 meter lagen de wereldkampioenen eigenlijk te ver achter op de beste boten. Na een lange nabespreking kwam Sophie Souwer met een verklaring. “In de heat hadden we een sterke race maar een mindere staart. Daar hebben we ons denk ik iets teveel op gefocust, waardoor nu de kop niet goed genoeg was. Maar we zijn vooral opgelucht dat het toch gelukt is om de finale te halen. Straks moet de hele race goed.”

Vertrouwen
Het feit dat haar ploeg ondanks de fikse achterstand toch koel bleef geeft de roeister van Gyas echter ook vertrouwen. “We zijn gewoon bij onze taak gebleven. We kregen steeds meer controle en de geluiden van de andere boten kwamen steeds dichterbij. Dat gaf weer energie. We hebben het onszelf gewoon iets te lastig en spannend gemaakt, maar het vertrouwen in de ploeg is groot. In de finale hebben we straks alleen nog maar iets te winnen.”

Zuur
Tegenslag was er voor de vrouwenvier. Na een mindere start kwam de ploeg sterk opzetten. Tot lang in de race lag het kwartet op een positie dat een finaleplaats haalbaar leek. “Het is heel zuur, we hadden het prima kunnen halen. Dat zie je aan onze baansnelheid. De start was alleen niet goed, waardoor we niet in een goed ritme kwamen. We probeerden het wel maar het was iets teveel proberen”, aldus Lies Rustenburg.