17 augustus 2018

[Varsity Magazine] Das om hals, (fal)lus in hand

[Varsity Magazine] Das om hals, (fal)lus in hand

Vandaag valt het Varsity Magazine op de mat van duizenden oud-leden van studentenroeiverenigingen. Ondanks het feit dat de financiële situatie van code oranje naar code donkerrood is gegaan, werd het een lezenswaardige editie. NLroei biedt de rest van Nederland ook een inkijkje, met een artikel van Ben Kortman over één van de bekendste tradities in roeiend Nederland: het (naakt) zwemmen voor de winnaars.

Wie wil dat het Varsity Magazine volgend jaar weer (dan voor de 21e keer!) gaat verschijnen, zal iets moeten/mogen doneren. De redactie van het Varsity Magazine heeft de donaties meer dan ooit nodig. Geen lid van een aangesloten vereniging? Stuur dan een mail naar hoofdredacteur@varsitymagazine.nl, en u wordt (vertrouwend op uw steun) op de lijst voor volgend jaar!

Artikel: De oorsprong van de zwemtraditie

Ieder jaar weer gaan we uit de kleren. Of het weer moet écht tegenzitten. De dames schaars gekleed in ondergoed en de heren enkel met das om de hals en geslacht in de hand, tuimelt bijna het hele ledenbestand van de vereniging die Varsity wint het Amsterdam-Rijnkanaal in. Een geweldig schouwspel, dat ondertussen karakteristiek is voor de wedstrijd. In 1962 werd het zwemmen zelfs vereeuwigd in de film ‘Alleman’ van regisseur Bert Haanstra, als een ‘typisch Hollandse eigenaardigheid’. Maar wat is nu precies de oorsprong van deze traditionele eigenaardigheid?

Naoorlogse euforie

Het gerucht ging dat de oorsprong ligt in 1946, het eerste jaar dat de Varsity weer plaatsvond na de zwarte jaren van de oorlog. Iets over een vliegtuig, een dropping en een massale zwempartij zoals nog nooit vertoond. P.C. Brühl schrijft in de geschriften van Nereus het volgende over de traditie: “Voor de Tweede Wereldoorlog raakte er ook weleens iemand die wat onvast ter been was te water, maar nooit zo massaal als na 1946. Triton kwam op de eerste naoorlogse Varsity winnend over de finish. Boven dit ongetwijfeld toen ook al chaotische tafereel bromde een vliegtuigje. Het liet een koker vallen met daarin een nieuwsbulletin van het studentenblad ‘Vox Humana’, waarop gedrukt stond: ‘Triton wint Varsity’. Het moet een warm voorjaar geweest zijn, want een enthousiasteling zwom met de tekst naar de winnende ploeg toe. Er begaven zich ieder jaar meer mensen te water, het begin van een ijskoude traditie.”

De geschriften zijn duidelijk, maar bij navraag verklaart Dirk Bloemers, winnaar van het hoofdnummer in 1946, zich niets te kunnen herinneren van een zwempartij. De bronnen spreken elkaar dus enorm tegen. Een duidelijke conclusie over de gebeurtenissen dat jaar kan daarom helaas niet worden getrokken.

Triton won ook in 1947 en 1948 de Varsity. Ook over het zwemmen op deze edities bleef veel onduidelijk. Filmmateriaal laat geen zwemmers zien, maar in een eerder interview met een Oude Vier-roeier van Triton uit die jaren, Wim Cornelis, wordt ook door hem écht over zwemmers gesproken. Cornelis verklaart in een interview in de almanak van Triton zelfs: “De Varsity was toen precies hetzelfde. Alle mensen van Triton sprongen het water in na de overwinning. Toen we bij de kant aankwamen, kwam er iemand van de kroeg met een borrel jenever aanzetten. Je kan je wel voorstellen hoe dat dan gaat.”

Bij welke editie de traditie van het massale zwemmen zijn precieze oorsprong vindt, wordt dus niet helemaal duidelijk. Wel kan in zekere mate geconcludeerd worden dat deze traditie in ieder geval na de oorlog is ontstaan. Maar zwemmen bij het hoofdnummer op zich vindt zijn oorsprong al veel eerder, in de sleutelstad.

Het mos uit Leiden

Nader onderzoek wijst namelijk uit dat de zwemtraditie van oudsher bestond, maar in een andere vorm. Officieel kende Minerva de traditie dat bij een overwinning van Njord de praeses uit Leiden de eerste is die de ploeg zal feliciteren. En dé manier om de eerste te zijn, is op de eindstreep, te water.

Een bekende foto van de rector van de I.S.S.A. (de Senaat van het A.S.C.) in 1931 toont hem volledig correct gekleed, tot zijn knieën in het water met een krans op de arm, klaar om de winnende Nereusploeg te feliciteren. Een traditie die hij zou kunnen hebben afgekeken van het mos van Njord, dat in 1929 won en toen voor het eerst sinds 1908 de gelegenheid kreeg om deze traditie van het zwemmen weer te vertonen. Dit zou betekenen dat de oorsprong van het massale zwemmen zich eind jaren 20 en begin jaren 30 begon te ontwikkelen. Want de rector zwom dat jaar niet alleen, zoals de officiële traditie voorschrijft, maar met een beperkt aantal andere lieden. Ook dat is te zien op fotografisch materiaal.

Naaktheid

Van hieruit ontstonden ergens na de oorlog de massale zwempartijen van alle leden per vereniging. Maar een factor die bij de huidige gewoonte nogal bekend is, missen we dan nog: de naaktheid van het geheel. Als de beelden uit het verleden van naoorlogse Varsity worden bekeken, is te zien dat men gekleed te water gaat. Maar dat slaat in de jaren ‘70 om.

Bij het terugkijken van jaarlijkse beelden valt de duik uit 1972 en 1973 op. In 1972 is te zien hoe Lagaaiers massaal te water gaan om hun Oude Vier te feliciteren. Maar wel met onderbroek aan. Eén enkeling wordt gespot terwijl hij poedelnaakt het kanaal uit wordt getrokken, maar omdat men zich kan voorstellen dat bij een gehaaste duik loszittend ondergoed nog weleens over de enkels wil glijden, strepen we deze voor het gemak weg. In 1973 echter is te zien hoe de Lagaaiers massaal tonen waar zij de bijnaam ‘de stoutste’ aan te danken hebben. Alle mannen springen met ontbloot geslachtsdeel het ijskoude water in. Maar waarom ineens die ogenschijnlijke omslag? Wat was er anders in 1973?

Knorren shockeren? Of flower power?
Wel, het enige dat anders was in 1973, was het feit dat vanaf dat jaar alle NSRF-leden welkom waren op de Varsity. Dus ook de “knorren” waren op deze Varsity aanwezig. Zou de massale naakte duik dan een vorm van protest zijn geweest? Of was het puur door de externe factoren van flower power en vrijheid die in de jaren ‘70 rondzweefden?

Een telefoontje met het bestuur van Laga uit die tijd maakt in ieder geval korte metten met de eerste theorie. Traditie lijkt echt gewoon te ontstaan door spontane ontwikkeling en wellicht een praktische reden: het droog houden van je kleding. Gewoon zo’n samenloop van omstandigheden. Hoe het ook zij, de traditie zoals wij deze vandaag de dag kennen is voltooid. En laten we wel wezen, deze traditie heeft zich op wat voor wijze dan ook, ontwikkeld tot een indrukkwekkende uitspatting van studentikoze ondeugendheid. Iedereen te water! Met das om hals en lus in hand!