18 augustus 2019

Josy Verdonkschot: ‘De acht moet harder’

Josy Verdonkschot: ‘De acht moet harder’
Foto: Ellen de Monchy.

Een knap behaalde bronzen medaille van Lisa Scheenaard is de enige toevoeging van de zware vrouwen aan de medaillebuit van afgelopen weekeinde. De lichte vrouwen behaalden zilver in de dubbeltwee en brons in de dubbelvier. Met vrouwenhoofdcoach Josy Verdonkschot blikken we terug en houden we de resultaten tegen het licht. 

“Het is natuurlijk vervelend voor iedereen dat het vrijdag zulk naar weer was”, kijkt de bondscoach terug. Toch ziet hij daar ook wat positiefs in: “Het kan je overal gebeuren, dus het was een goed leertoernooi. Alle aspecten van topsport kwamen aan de orde, van presteren wanneer het moet tot geduld hebben, van wijzigingen in het programma tot uitstel en afstel van races. Je leert omgaan met en reageren op dat soort omstandigheden. Wat dat betreft vond ik het een prima ervaring.”

Dubbelvier
Vlaggenschip de dubbelvier heeft het volgens de hoofdcoach naar omstandigheden ook goed gedaan. Slag Nicole Beukers is al enige tijd geblesseerd en ook Olivia van Rooijen kon vanwege een blessure niet in de boot plaatsnemen. Verdonkschot: “Voor Beukers kwam Rotterdam net te vroeg. We hebben het wel overwogen, maar niet gedaan. Gegeven het weer is dat denk ik een goede keuze geweest.”

Risico
Ook is overwogen om later in het toernooi met Van Rooijen te starten. “Voor haar geldt eigenlijk hetzelfde als voor Beukers”, zegt Verdonkschot. “Met het oog op de WK wilden we geen onnodige risico’s lopen. Daarom zijn we alle wedstrijden gestart met Mieke Wilms. Nu is het tijd om goed te kijken waar we staan. Het lijkt een vrij kortstondige blessure bij Van Rooijen, maar we wachten eerst de resultaten van aanvullend onderzoek af voordat we keuzes maken. Later deze week weten we meer.”

Vrouwenacht
De vrouwenacht heeft als doel meegekregen om bij de WK tenminste te voldoen aan de NOCNSF eis (top 6), en liefst ook aan de internationale eis voor kwalificatie (top 5). Daarvoor moet de a-finale worden gehaald. In Rotterdam moesten de Nederlanders het stellen met de b-finale. “Daar is de acht en zijn wij niet tevreden mee”, analyseert Verdonkschot. “Ik constateer dat de acht harder moet, maar ook dat de vierzonder en de dubbelvier onze eerste prioriteit hebben. Daar hoort bij dat het bij andere klassen wat minder wordt.”

Tokyo
Toch moet er over acht weken finale gevaren worden om kans te maken op een startbewijs voor Tokyo volgend jaar. “Het is helder dat er nog stappen gezet moeten worden, maar dat wisten we al”, zegt de bondscoach. “Weliswaar zijn de vieren onze eerste prioriteit, maar we hebben een brede groep getalenteerde atleten waar we in geloven. Dus we gaan hard aan de slag.” 

Henley
Een week eerder stuurde Verdonkschot zijn vloot naar Henley. De vierzonder vloog met winst huiswaarts. De keuze voor de Henley heeft te maken met de seizoensindeling. Verdonkschot: “Normaal gesproken varen we de Holland Beker, die zit tussen wereldbeker twee en drie in. Dat resulteert in een zwaar programma, met drie wedstrijden in vier weken. Nu hebben we een knip in het seizoen gemaakt na de EK en zijn begonnen met de opbouw naar de WK.”

Topfit
Wereldbeker twee is door de vrouwen overgeslagen. “Henley was feitelijk een opbouw na drie weken alleen maar basis, na de EK. Het was de manier om weer wedstrijdspecifiek te oefenen, om niet onvoorbereid in Rotterdam te komen. Met het oog op de komende Olympische Spelen hebben we ervoor gekozen om het moment van rust en terug naar basistraining een aantal weken naar voren te halen om eind augustus topfit aan de start te liggen.”