24 september 2020

‘Een hetero zal niet bedenken dat-ie de wereld moet vertellen dat hij op het andere geslacht valt’

‘Een hetero zal niet bedenken dat-ie de wereld moet vertellen dat hij op het andere geslacht valt’
NK 1983: slag Hans Perrée, René Mijnders, Freek Dam en Ronald Helder (foto: Leo de Keizer).

Hans Perrée was een toproeier en valt op mannen. Hij kwam eind jaren zeventig van de vorige eeuw daarmee uit de kast. Onderstaande open brief schreef hij aan Maarten Hurkmans die recent zijn biseksualiteit wereldwijd bekendmaakte.

Lieve Maarten,

Dapper van je om uit de kast te komen. Je bent niet de eerste en je zult niet de laatste zijn. Alleen al het feit dat je het gevoel hebt – al twee jaar – dat je de rest van de goegemeente ervan op de hoogte moet brengen dat je bi bent, is tekenend genoeg.
Geen hetero zal ooit bedenken dat-ie de wereld moet vertellen dat hij op het andere geslacht valt. Iedereen gaat daar voetstoots vanuit.

Maar als je afwijkt van die heteronorm zijn er voortdurend situaties waarin je moet bedenken of het zinvol is je omgeving te vertellen dat je ‘anders’ bent. Het is dan ook niet jouw eerste keer en het zal zeker niet je laatste keer zijn, dat je uit de kast komt.

Een aantal prominente sporters is je voorgegaan: de (zwarte) Engelse voetballer Justin Fashanu (o.a. Manchester United) kwam in 1990 uit de kast. Zijn coach had hem daarvoor al eens ‘a bloody poof’ (vuile flikker) genoemd toen er geruchten rondgingen dat hij in gayclubs was gesignaleerd. Na zijn coming-out vielen collega-voetballers over hem heen en in de stadions klonken antihomo-spreekkoren. Na een volgens hem onterechte beschuldiging van seksueel misbruik van een zeventienjarige jongen pleegde Fashanu in 1998 zelfmoord.

Het Australische zwemwonder Ian Thorpe kwam na een jarenlange innerlijke strijd en een verslaving aan drank en antidepressiva zes jaar geleden uit de kast. Hij had acht olympische medailles op zak en zestien wk-plakken. Desondanks duurde het nog bijna tien jaar na het beëindigen van zijn carrière voordat hij in een interview voor de Britse televisie vertelde dat hij homo is: “I am telling the world that I am gay (…) and I hope this makes it easier for others now, (…) it feels easier to get it out.”

In 2012 zette toenmalig Ajax-trainer Frank de Boer zichzelf nation wide voor gek toen hij in het BNN-programma FC Gay suggereerde dat er in het profvoetbal geen homo’s te vinden zijn vanwege hun motoriek en omdat ze a-sportief zijn.

In Trouw van 3 juli 2020 zeg jij: “Het stigma is nog altijd dat homo’s niet goed zijn in sport en zwakker dan de rest. De norm is hetero.” Het illustreert dat je niet altijd in een warm bad komt als je vertelt dat je l, h, b, t, i, q of + bent.

Bij sommige sporten is het minder beladen: zwemmen (Johan Kenkhuis), schaatsen (Ireen Wüst), schoonspringen (Tom Daley). Bij vrouwen lijkt het gemakkelijker om uit de kast te komen: de coming-out van Martina Navratilova (tennis) dateert al uit de pre-historie, een aantal speelsters van het Nederlands vrouwenelftal (Spitse, Miedema, Van Dongen en Van de Donk) maakt van hun hart geen moordkuil, net zo min als hockey-internationals Marilyn Agliotti en Maartje Paumen.

Het is al meer dan veertig jaar geleden dat ik zelf voor het eerst met knikkende knieën en lood in mijn schoenen met een roze driehoek op mijn witte T-shirt naar een Bosbaantraining in de Nereus-vier-met fietste. Doodsbenauwd dat mensen zouden vragen wat dat speldje betekende. Ik hoopte dat de betekenis ervan ‘common knowledge’ was. Toen dat tegenviel, stuntelde ik mijn uitleg dat die driehoek in de nazitijd de homo-pendant was van de Jodenster.

De roddel verspreidde zich in een pre-socialmedia tijdperk met een snelheid waar Twitter jaloers op zou zijn. Niemand kwam daarna naar mij toe om me toe te vertrouwen dat ze ‘ook zo waren’. Enkele eerstejaars van mijn eigen vereniging spraken er schande van dat ik op een clubfeest nogal uitbundig met mijn vriendje danste.

Sommige tegenstanders verkeken zich bij de NK op mijn ploeg ‘want daar zat een flikker op slag’, maar moesten na de finish wel toezien dat die flikker het nationale blik omgehangen kreeg. Uiteraard was toen boeienvoordeel plots de reden van hun verlies.


De KNRB heeft meer dan 35.000 leden, hiervan behoort statistisch ten minste 5 procent tot een van de letters van de riedel lhbtiq+, dat zijn er dus minstens 1.750. Op Instagram zeg jij: “I do not fit the stereotype, but I do want to be an example to anyone that feels like they can’t be their true self.” Als door jouw actie een paar van deze 1.750 het gevoel hebben dat ze best uit mogen komen voor hun seksuele geaardheid dan heb je een mooi doel bereikt.

Lieve groet,

Hans Perrée