Een half jaar na de slecht verlopen Wereldkampioenschappen is er toch nog een wijziging gekomen ten aanzien van de coachbegeleiding bij de roeibond. Geert-Jan Derksen, de ploegcoach van de Holland Acht, trekt zich alsnog terug en zijn plek wordt vervangen door de bijna geheel van ziekte herstelde René Mijnders. Hiermee is een groot deel van de coachbezetting van 2008 weer terug.
Het persbericht dat de roeibond gisteren uitvaardigde sprak van een gebrek aan chemie. De reactie van Derksen hierop is nuchter, maar ook hard. “Wil je je in de acht kwalificeren moet je bij de eerste vijf komen en dat zie ik niet gebeuren. Het niveau van de groep is gewoon niet hoog genoeg. Ik zou het liefst de helft van de jongens vervangen, maar er ik zie ook niet 1,2,3 andere gegadigden.” Daarnaast kraakt de voormalig roeier van Okeanos harde noten over de instelling van de jongens. “Als je in een B-groep wordt geplaatst moet je kritisch naar jezelf kijken over hoe je een stap omhoog maakt. Dat lijkt mij een basisbeginsel als je beter wil worden. Maar die overtuiging had ik eigenlijk bij niemand. Iedereen gaat maar braaf het vaste programma volgen.”
In zijn derde argument zit een kritische noot richting het programma. “We hebben de laatste maanden vooral in het krachthonk en op de ergometer gezeten, terwijl de jongens in mijn ogen vooral veel zouden moeten roeien om progressie te maken. En in de trainingen die we wel op het water deden, zag ik te weinig vooruitgang.” De winnaar van olympisch zilver in Athene (2004) met de acht kent daarbij wel zijn plek. “Ik was slechts assistent en heb me bewust geschikt in deze opvatting, maar had gehoopt dat er meer uit zou komen.” De laatste twee redenaties komen overeen met de denkwijze van dissonanten Ruben Knab en Stef Broenink, wiens A-statussen overigens inmiddels zijn afgenomen. Ook Roel Braas plaatste al kritische kanttekeningen tegen dat beleid.
Dit alles roept de vraag op waarom niet eerder (zoals bij de evaluatie van afgelopen WK) geconstateerd is dat de samenwerking tussen coach en roeiers niet optimaal was. Toen leken er ook signalen vanuit de groep te komen dat Derksen niet als de juiste man op de juiste plek werd gezien. “We zagen toen geen aanleiding om niet verder te gaan met Geert-Jan” zegt technisch directeur Hessel Evertse. Derksen zegt hierover dat hij toen weliswaar al twijfels had, maar verwachtte dat het met een frisse start nog wel goed zou komen. “We hadden voor het WK ook al een lastige periode, met door het vertrek van Jozef (Klaassen, die uit de groep werd gezet, red.). Maar ik had daarna wel het idee dat de groep in mijn opvattingen geloofde. Alleen in de B-finale kwam het goede roeien er toen uit. De teleurstelling daarover stop je dan weg en gaat met goede moed weer aan de slag.”
Ondertussen was René Mijnders de laatste maanden steeds meer aan het coachen. De succescoach, die zich na de Spelen van Londen terugtrok als technisch directeur, heeft inmiddels een ziektetraject van bijna twee jaar achter de rug. In maart 2013 werd bij hem prostaatkanker geconstateerd en in oktober dat jaar werd hij geopereerd. “Het zag er echt een tijdje heel slecht uit. Ik mag blij zijn dat ik er nog ben” vertelt hij hierover. Voor de Wereldkampioenschappen op de Bosbaan werd hij al geregeld ingezet als extra coach. Een rol die in het najaar steeds serieuzer werd. Hij werd toen ook definitief gelinkt aan het programma van de zware mannen, die zeer tevreden lijken over zijn komst. Een aanstelling die nu definitief is geworden. “Ik zit nu op driekwart van mijn uren en het is de bedoeling dat dit in maart weer 100% is. Ik heb goede hoop dat dat lukt.”
Het lijkt de roeibond goed uit te komen dat twee bovengenoemde zaken samenvallen. Nu kan men met gerust hart afscheid nemen van Derksen en is men een stuk minder geld kwijt dan als laatstgenoemde, die voor 0,6 fte op de loonlijst stond, gebleven was. De inmiddels bijna herstelde Mijnders drukt immers ook steeds meer op de loonlijst. Dit alles speelde evenwel volgens Evertse geen rol. “Het is niet zo dat we het anders financieel niet gered hadden. Het geld dat we over houden stoppen we nu in het programma van de zware mannen. En ik wil benadrukken dat zijn vertrek van ons écht niet had gehoeven.”
Met de definitieve terugkeer van Mijnders aan het coachfront betekent dat een groot deel van de begeleidingsstaf uit 2008 weer terug aan het roer is. Evertse ziet dat zeker niet als probleem. “Als we de track-records van René, Mark (Emke, red.) en Josy (Verdonkschot) bij elkaar optellen hebben we een bijzonder succesvol coachteam waar ik trots op ben.” Ook is hij met Emke en Mijnders op dezelfde groep niet bang voor twee kapiteins op één schip. “René heeft flink afstand genomen van het roeien en stelt zich terughoudend op.” Iets wat Mijnders beaamt. De lange ziekteperiode zorgde voor flink wat bezinning en zelfrelativering. “Het hoeft van mij allemaal niet meer zo nodig. Ik hoef ook niet per sé naar de Spelen. Ik vind het vooral heel erg leuk om weer te kunnen coachen en zo mijn bijdrage te leveren. De taakverdeling is ook heel helder. Mark is leidend en ik ben zijn assistent.” Emke en Mijnders houden geen strikte houding aan tussen wie wat coacht maar eerstgenoemde zal voornamelijk de A-groep begeleiden en Mijnders de B-groep.




