22 augustus 2019

WK18 Jan Klerks: ‘Parasporters moeten niet zeuren om meer aandacht’

WK18 Jan Klerks: ‘Parasporters moeten niet zeuren om meer aandacht’
Foto: Ellen de Monchy

Jan Klerks is nu een kleine vier jaar bondscoach van de pararoeiers en oogst alom lof. Bij dit WK wonnen zijn roeiers drie medailles. Wat drijft de gepensioneerde succescoach en hoe kijkt hij aan tegen het niveau en het aanzien van deze discipline?

Na de wereldkampioenschappen op de Bosbaan ging de inmiddels geridderde Jan Klerks, die in het verleden verantwoordelijk was voor een veelvoud aan medailles, met pensioen bij de roeibond. “Ik heb toen meteen gezegd dat ze me mochten bellen als ik nodig was. De enige voorwaarde voor mij was dat ik niet meer betaald wilde worden. Dan was die drempel in elk geval weg”, vertelt Klerks lachend vlakbij de teamtent van de Nederlandse ploeg in Plovdiv.

Steun net als Wouter Weerheijm de onafhankelijke roei-journalistiek, doneer hier aan NLroei. Bedankt!

Beweegredenen
Al snel volgde een telefoontje. “Ik volgde de pararoeiers als een tijdje en gaf ze soms ook adviezen. Met mijn achtergrond als fysiotherapeut had ik affiniteit met de discipline.” Het viel hem mee hoeveel mensen zich hardop afvroegen waarom hij dit – terwijl hij zoveel successen had gehaald in het valide roeien – ging doen. “Er hebben zich maar twee mensen bij mij gemeld die het gek vonden en/of een stap omlaag. En ja, één man van roeifederatie FISA. Hij snapte het niet, want ik had in andere landen toch nog heel veel geld kunnen verdienen. Ik geef daar echter niet om.”

Rust
De Leidse coach wijst ook naar zijn leeftijd. “Ik ben nu bijna 70 en heb ook minder energie dan vroeger. Het is dus wel lekker om mijn werk wat meer in de luwte te doen. Daarnaast ben ik, doordat ik er geen geld voor krijg, ook baas over mijn eigen agenda. Ik kan het zo goed combineren met mijn coachwerk bij Die Leythe, wat me ook veel waard is. Nee ik vind het wel lekker zo. Ik verwacht ook niet meer dat mensen mij vragen om een topploeg te coachen. Ik zou het ook niet meer doen, ik zou hooguit nog willen helpen.”

Pionieren
Klerks werd ook door nieuwsgierigheid gedreven richting het pararoeien. “Het stond nog in de kinderschoenen. Ik kwam er bijvoorbeeld achter dat ze met een veel te zware afstelling roeiden. In het begin was het ook nog echt pionieren. Ik kan me nog herinneren dat ik bij mijn eerste internationale toernooi haastig in de weer was met een meetlint om iedereens afstelling te checken. Kreeg ik nog een boze Braziliaan achter me aan die er niet van gediend was. Maar mijn conclusie was opvallend: iedereen roeide met totaal andere afstellingen.”

Laagdrempelig
Als coach met een internationale status doet Klerks ook zijn best dingen te veranderen. “Zo pleit ik ervoor dat de roeiers in klasse 2, de klasse waarin Annika en Corné roeien, in gewone lange roeiboten gaan varen in plaats van de logge en zware aangepaste schepen. “Ik snap dat dit voor mensen met een dwarslaesie niet veilig is, maar die zitten in klasse 1. Het voordeel daarvan zou zijn dat het veel laagdrempeliger wordt voor verenigingen om aan pararoeien te gaan doen. Daarnaast gaat het sneller.” Binnen Nederland zorgde hij ervoor dat de pararoeiers een volwaardig onderdeel werden van de equipe.

Zwakheden
Een kwestie waar hij zich al succesvol tegenaan bemoeide, was het uitschrijven van skiffvelden voor de roeiers uit de gemengde dubbels. “Er zijn heel weinig wedstrijden, slechts drie internationale per jaar. Vaak is het dan ook nog eens direct finale. Dat betekent dat ze maar drie races per jaar roeien, dat is natuurlijk veel te weinig. Gelukkig kan iedereen sinds dit jaar ook skiffen.” Hij beaamt dat het zonde is dat er vaak weinig deelnemers zijn en de verschillen groot. “Helaas vallen combinaties nog van toevalligheden aan elkaar. De vrouw uit de boot van de Britten is bijvoorbeeld nu zwaar geblesseerd en het lukt hen op de een of andere manier niet om een geschikte vervanger voor haar te vinden. Dat zou niet moeten kunnen.”

Aandacht
Klerks vindt niet dat zijn sport te weinig aandacht krijgt. “Parasporters moeten absoluut niet zeuren over een gebrek aan aandacht. Je moet snappen dat sport ook mooi moet zijn om naar te kijken, met snelheid en mooie lichamen. Iedereen denkt dat, maar niemand zegt het. Het is dus ook heel logisch dat valide sporten meer aandacht krijgen. Rolstoelbasketbal vind ik zelf bijvoorbeeld leuk om naar te kijken, maar sommige andere aangepaste sporten niet. Bij het zwemmen laten ze mensen zonder ledematen zomaar van het startblok in het water vallen, dat is voor niemand leuk om te zien.”