30 oktober 2020

Vergroesen rekent door en zet vraagtekens: hoe reëel is de beoogde bondsgroei?

Vergroesen rekent door en zet vraagtekens: hoe reëel is de beoogde bondsgroei?
Toine Vergroesen coacht (foto: André Beerthuizen).

Bij alle burgerclubs komen er over 10 jaar minstens 30 boten en 300 leden bij. Volgens Toine Vergroesen is dat de consequentie van het streefdoel van de KNRB. Hij rekende de bondsgetallen door die eind vorig jaar zijn gepresenteerd.

Maak NLroei mede mogelijk. Doe mee aan onze crowdfunding! Doneer ajb hier. Alvast bedankt!

Vergroesen was bij Proteus-Eretes een toproeier, maar coacht inmiddels zo’n dertig jaar junioren. Met succes. Bij Gouda begeleidde hij bijvoorbeeld Lisa Bruijnincx. Dat mondde vorig jaar uit in een gouden WK-medaille. De hydroloog keek eens goed naar de leeftijdsopbouw van de Nederlandse roeigemeenschap en hield de door de bond bedachte streefdoelen tegen het licht. Vergroesen rekende, en plaatst kritische vraagtekens.

Tijdens de ledenvergadering van november 2019 presenteerde de KNRB de leeftijdopbouw van roeiend Nederland, gebaseerd op data uit 2016. Daarbij werd een streefbeeld gepresenteerd voor 2030 (figuur 1). Om dit ambitieuze beeld beter te kunnen bevatten is dit met harde getallen nagebootst in Excel (ook figuur 1). Het blijkt te gaan om ca 66.400 roeiers in totaal, waarvan ruim 10% in de leeftijd tot en met 18 jaar, zijnde ca 6.850 roeiers.

Eén blad verder in dezelfde presentatie werden afwijkende getallen genoemd voor 2030 van 55.000 roeiers in totaal (ca 11.000 minder), waarvan 15 procent jeugd en junioren. Dat komt neer op 8.250 roeiers tot en met 18 jaar (ca 1.400 meer). Los van deze opmerkelijk grote verschillen, blijft een zeer ambitieus streefbeeld overeind staan.

Als we er voor de eenvoud vanuit gaan dat de leeftijd van 19 tot en met 25 jaar volledig uit leden van studentenclubs bestaat en de rest uit leden van burgerclubs, betekent het streefbeeld uit de grafiek voor de studentenclubs een toename van 40 procent van het aantal roeiers en voor de burgerclubs een ruime verdubbeling van het aantal roeiers. Voor de junioren is dit zelfs een verdrievoudiging.

Consequenties
Er zijn momenteel ca 90 burgerclubs in Nederland. Een totale ledenstijging volgens het streefbeeld komt neer op gemiddeld bijna driehonderd nieuwe roeiende leden per vereniging. Om deze nieuwe leden te faciliteren zijn onder andere extra boten nodig. Het huidige aantal leden per beschikbare roeiplek varieert bij de Nederlandse burgerclubs globaal tussen de twee en drie. Dit betekent dat een club voor driehonderd extra roeiers minimaal honderd extra roeiplekken nodig heeft. Ter oriëntatie, dat zijn ongeveer drie achten, zeven vieren, veertien tweetjes en twintig skiffs, wat dus neer komt op ruim vierenveertig extra boten.

Waarschijnlijk vereisen ruim veertig extra boten voor elke burgerclub in Nederland een forse uitbreiding van de huidige behuizing. Voor meerdere clubs zal het in dat geval zelfs nodig zijn om te zien naar een andere locatie, omdat uitbreiding op eigen terrein niet meer mogelijk is.

Realisatie?
Bij het bevatten van deze getallen dringt de vraag zich op in hoeverre de KNRB bij het opstellen van het zeer ambitieuze streefbeeld voor 2030 de realiteit daarvan voor ogen heeft gehad. Heeft de KNRB ook nagedacht over hoe zij deze uitgesproken ambitie wil gaan realiseren in de komende tien jaar?”, stelt Toine Vergroesen.