Verdonkschot verwacht drie vrouwenboten op olympisch podium

Achtergrond

Natuurlijk was er een aantal landen niet, maar ontegenzeggelijk leverde de Nederlandse roeivloot in Belgrado de beste wereldbekerprestatie ooit, negen medailles in olympische bootklassen. NLroei sprak de twee chefs: Emke en Verdonkschot.

Nederland had vorig jaar bij de WK formidabel gepresteerd, afgelopen weekeinde bleek bij de eerste internationale confrontatie dat het prestatieniveau onverminderd goed is. De vrouwen van Verdonkschot wonnen liefst vijf maal goud. En dat ook nog eens in olympische velden. Boord, scull en licht: alles lijkt op rollen te lopen. Het Nederlandse vrouwenroeien heeft er nog nooit zo goed voorgestaan.

Dat onderschrijft Verdonkschot, maar hij tempert opgeklopte verwachtingen en blikt ver vooruit. “Het moet mogelijk zijn om bij de vrouwen in 2020 drie podiumkandidaten te hebben. Het geeft nu heel veel voldoening dat de drie groepen het zo goed doen.”

Volgens Verdonkschot zit het succes vooral in gestaag een goed programma uitvoeren en probleemloos jongelingen laten instromen en doorontwikkelen. “Dat gebeurde vorig jaar al met succes. Daardoor blijft de ‘oude garde’ gemotiveerd en kunnen nieuwkomers excelleren.”

Daarvan zijn vele voorbeelden. Roos de Jong heeft fysiek veel gewonnen en werd aan Lisa Scheenaard gebonden. Samen zijn ze goed voor wereldbekergoud. Marieke Keijser zweefde al even boven de olympische roeimarkt, gekoppeld aan olympisch kampioen Ilse Paulis beleeft ze haar doorbraak in de dubbeltwee zonder leeftijdslimiet. Karolien Florijn volgde naadloos Inge Janssen in de (wereld)kampioensboot op.

De boordroeisters stonden bij de spelen van Rio met lege handen. Kennelijk was abonnement op een olympische medaille van de vrouwenacht daar verlopen. Dat plaatsbewijs was vanaf het jaar 2000 in Nederlandse handen, inmiddels zijn er weer minstens tien boordroeisters van formaat.

Verdonkschot is trots op het behaalde resultaat. “Dit is heel fijn, vooral ook omdat we niet hebben gepiekt op dit toernooi. Wij willen er in augustus en september staan, bij de EK en de WK.” Paulis en Keijser hadden door allerlei studieperikelen een matige voorbereiding op dit toernooi, maar presteerden niettemin ijzersterk. “Het zijn echte racers”, aldus hun coach.

Dat geldt ook voor Nederland 1 en Nederland 2 bij de zware mannenvieren. Beide ploegen kwamen op de spaarbrander de finale en startten derhalve op de buitenste boeien. Maar in de eindstrijd ging de afterburner weer helemaal open. “De jongens hebben in de finale altijd wat extra’s”, zegt Emke met een mengeling van trots en bewondering. Hij zag zijn boten eerste en tweede worden.

Zoals eerder gezegd, was hij verrast door het sterke optreden van Nederland 2. Emke schreef vier vieren in om te zien of hij de prioriteit van de acht naar de vier zou willen verleggen. “Het is nu te vroeg om daar al conclusies aan te verbinden. We gaan er nog een aantal nachtjes over slapen. In elk geval is duidelijk dat we met deze vieren een goede basis hebben voor de acht. Er komen ook nog mannen aan die momenteel in de Verenigde Staten trainen, dus die gaan we ook nog inpassen.”

De mannendubbelvier roeide volgens de hoofdcoach niet slecht, maar hij had er meer van verwacht dan een vijfde plaats. De dubbeltwee van Broenink/Uittenbogaard was echter een openbaring. “Het klikt heel goed tussen die twee, ze vullen elkaar goed aan.” Twee jaar geleden waren er nog nauwelijks scullende mannen in beeld.