17 augustus 2019

Sloeproeien: “We beuken wel even die Waddenzee over”

Sloeproeien: “We beuken wel even die Waddenzee over”

In weer en wind over flinke golven racen in een loodzware boot: sloeproeien is niet voor watjes.

Kees Verweel leerde op zijn 17e sloeproeien bij de zeevaartschool in Rotterdam. ‘’Daaruit zijn de eerste wedstrijden in het sloeproeien ook ontstaan,’’ legt hij uit. ‘’Sloeproeien hoorde bij je vakkenpakket en scholen organiseerden onderling wedstrijden. Op Terschelling sloten twee teams weddenschappen af wie het snelste het Kanaal over kon roeien, maar omdat vervoer naar Calais niet mocht van de zeevaartschool, werd Harlingen-Terschelling het alternatief.’’

Zo ontstond een wedstrijd die later bekend zou worden als de koninginnetocht van de sloepraces: de ‘HT‘. Deze werd afgelopen weekend gevaren. En er zijn genoeg andere wedstrijden om aan mee te doen: dit weekend zijn er in Urk en Harderwijk sloepraces, en in Venetië vindt zondag het grootse Vogalonga plaats.

Populair
De sport wordt steeds populairder, volgens Verweel. ‘’Er heerste een tijdje vergrijzing, veel teams zijn 20 tot 30 jaar geleden ontstaan.” De laatste jaren is er veel promotie voor het sloeproeien, voor de jeugd bijvoorbeeld. ‘’Soms stromen mensen al rond hun 17e of 18e in. En dan kan je zo tot je 70e doorgaan. Ook doen er tegenwoordig bijna net zoveel vrouwen als mannen mee met wedstrijden. Sloeproeien is echt voor iedereen.’’ Momenteel zijn er ongeveer 3.800 sloeproei(st)ers actief in Nederland.

Teamsport
Het is dan ook een echte teamsport. In de grootste sloepen passen wel twaalf roei(st)ers. En sloeproeien is behoorlijk inspannend.  Tijdens de HT zijn er jaren waarbij sloepen voortijdig de race moeten afbreken. ‘’Er zijn vaak flinke golven en behoorlijk wat wind. Dan zijn er echt wel momenten dat je wilt stoppen, als je weer met je riem door de lucht maait en je boot volloopt met buiswater. Maar het team sleept je er dan doorheen.’’

Anders
Verweel heeft een enkele keer in een gladde boot geroeid. ‘’Ik was op een vereniging in Alkmaar, toen we voor de lol met een groep roeiers wisselden van boot.’’ Volgens hem zijn de boten totaal onvergelijkbaar. ‘’De hele techniek van het roeien en de stabiliteit van de boot is anders. Er is weinig overlap. Na het ruilen zei de andere groep ‘dat is helemaal geen roeien hè, wat jullie doen!’ En toen zeiden wij ‘nou, ga maar eens naar Terschelling roeien in jullie boot.’’

Stoer
‘’Rond het sloeproeien hangt een stoer sfeertje,’’ zegt Verweel. ‘’Zo van ‘oh, we beuken wel even die Waddenzee over.’ Sloeproeiers zijn wel een slag mensen die niet zo snel in een skiff zullen stappen, en andersom zal een skiffeur misschien niet zo snel in een sloep stappen. Terwijl we eigenlijk allemaal hetzelfde willen: sporten in weer en wind op het water.’’

Eenvoudig
Het is volgens Verweel makkelijk om de kunst van het sloeproeien onder de knie te krijgen. ‘’Als ik clinics geef, kunnen de meesten binnen 10 tot 20 minuten een leuk rondje roeien. Er is veel minder gedoe met evenwicht. Wat je ook doet, die sloep rolt niet zomaar om. Het belangrijkste is dat je een beetje gelijk roeit, en dat je goed met je lichaam aan je riem hangt. Je benen doen relatief minder werk vergeleken met het roeien in een skiff.’’

Feestjes
Een ander belangrijk element is het feestje ná het roeien. ‘’Dat hoort er echt bij. Er worden daar ook flink biertjes gedronken. Er lopen meer dan duizend mensen op zo’n feest, maar ik heb nog nooit narigheid meegemaakt. Het is een soort ‘way of life’, iedereen hoort echt bij elkaar. Dat maakt het extra leuk, die saamhorigheid,’’ aldus Verweel.