Van kerngezond naar doodziek. Binnen een week nadat zij zich bij haar huisarts had gemeld, zat olympiër Eeke van Nes aan een chemokuur. Want acute leukemie. Het overkwam haar eind vorig jaar. Ze ging van de ene op de andere dag de medische molen in, doorstond zware behandelingen, en zij is nu weer schoon, zoals dat wordt genoemd. Aan NLroei vertelt zij haar verhaal. Haar leven heeft ze te danken aan een 24-jarige (anonieme) stamceldonor.
Eeke van Nes was een van de allerbeste roeisters van ons land. De liefde voor de sport is haar door haar ouders ingegeven, beiden waren roeitoppers: Meike de Vlas en Hadriaan van Nes. Hun dochter Eeke won vele medailles, waaronder olympische. Zij staat synoniem voor kracht, doorzettingsvermogen, lef en al het andere dat een toproeister in zich heeft verenigd. Daarnaast is zij echtgenote van Jorn en moeder van hun drie kinderen. Wie Eeke van Nes als toproeister heeft gekend, weet dat zij als persoon min of meer synoniem staat voor gewapend beton.
“Zo zie je maar, ziekte discrimineert niet. Iedereen kan het krijgen. Bij mij ging het zo. Ik ben tegenwoordig zweminstructrice. Na mijn werk ging ik op een ochtend in november zelf nog een stukje zwemmen. Ik was niet vooruit te branden. Ben uit het water gegaan, vervolgens naar huis, was moe, had koorts en viel in slaap. Toen ik wakker werd had ik enorm last van mijn heup en had nog koorts. Die hield aan dus ben ik na een paar dagen naar de huisarts gegaan.
Ik kreeg een bloedonderzoek in het ziekenhuis te Assen, en werd naar huis gestuurd om een dag later terug te komen voor de uitslag van de testen die ze hadden ingezet.
Een half uur na thuiskomst werd ik door de arts van het ziekenhuis gebeld. Hij vroeg of ik even wilde gaan zitten, en of mijn man ook in de buurt was. Ik moest de telefoon op de speaker zetten. De arts zei dat het vermoedelijk leukemie was, en ik moest me diezelfde avond melden bij het UMCG. Weet je wat ik toen gelijk dacht? ‘Dat kunnen ze tegenwoordig genezen.’ Ik zag het niet als levensbedreigend, maar dat was het natuurlijk wel.
Er kwam meer onderzoek, en bevestiging: inderdaad acute leukemie. We moesten het uiteraard de kinderen vertellen. ‘Het is heel rot, maar het is te genezen’, was mijn boodschap. Misschien was dat wel tegen beter weten in, wat ik realiseerde mij ook wel dat het zeker niet altijd lukt.
Uiteraard had het nieuws veel impact, we hebben twee meiden en een zoon. Het nieuws komt bij elk natuurlijk anders aan. Maar samen hadden we de overtuiging dat ik beter zou worden.
En dat zag ik ook als mijn taak. Als moeder van drie. Luister, ik vind mijzelf niet de perfecte mama, maar ik gun mijn kinderen wel een levende moeder. Die van mij is een paar jaar geleden overleden, op 80-jarige leeftijd. Ik mis haar. Ik wil niet dat mijn kinderen mij al moeten missen. Dus ik kon niet anders dan voor overleven gaan.
Het was een heftig traject. Ik wil er niet dramatisch over doen, maar het is de zwaarste periode uit mijn leven geweest. Niet te vergelijken met het roeien van een wedstrijd of wat dan ook. De eerste twee chemokuren waren nog te doen maar de afbraak van je lijf voor de stamceltransplantatie en het niet weten wanneer het punt komt wanneer je weer op gaat krabbelen, was slopend. Dat wachten en je ellendig voelen duurde bijna vier weken.
Ik heb diep respect voor de mensen die mij hebben verpleegd. Voor de fysieke zorg die ik kreeg, maar ook de steun en persoonlijke aandacht op zware momenten.
Die momenten waren er. Tijdens chemokuren, maar ook dus na de stamceltransplantatie. Gelukkig was er voor mij een donor waar ik een match mee had. Leukemie is een bloedziekte, de nieuwe stamcellen zorgen ervoor dat mijn bloed helemaal wordt vernieuwd.
De chemo sloeg aan waardoor de kans van slagen van de transplantatie ook groter is. Het was zwaar, maar uiteindelijk kwam ik er weer bovenop. Eigenlijk zoals ik had verwacht en gehoopt. Er is slechts één moment geweest dat ik eraan heb gedacht dat als ik het niet zou gaan redden ik er okay mee zou zijn.
Mijn man Jorn heeft ervoor gezorgd dat het gezin en alles wat daarbij komt kijken tijdens mijn ziekte door kon gaan. Ongelooflijk wat hij in die periode allemaal heeft gedaan. Dat stelde mij de hele tijd gerust.
Ik heb het geluk gehad dat de behandelingen bij mij aansloegen. De transplantatie doet haar werk, maar ik ben er nog niet. Mijn immuunsysteem is nog kwetsbaar, dus moet ik heel voorzichtig zijn met ontmoetingen met andere mensen, ik moet afstand houden. Nu ben ik in de fase dat ik alle vaccinaties weer opnieuw toegediend moet krijgen. Het is een onderdeel van het herstelproces. Dat gaat de goede kant op, ik zit weer op de ergometer en zie aan mijn scores dat ik weer fitter word.
Het heeft grote impact op mijn kinderen gehad. Maar ze hebben het doorstaan. Alle drie hebben zij hun schooljaar of studie gehaald, daar ben ik trots op. Met alle drie heb ik er goed over kunnen praten. Mijn jongste gaf aan een rotsvast vertrouwen te hebben gehad. Maar ik weet ook dat hij en de meiden het er zwaar mee hebben.
Ik heb er nooit echt bij stilgestaan hoe ver de wetenschap nu is. En dat het dus mogelijk is om een voorheen dodelijk ziekte te overleven. Daar is dus wel een donor voor nodig.
Ik ben die van mij enorm dankbaar. Het is een vrouw van 24 jaar. Dat is het enige wat ik mag weten, want de donor blijft anoniem. Binnenkort mag ik haar een brief schrijven. Dat ga ik zeker doen.
De reden dat ik mijn verhaal nu in het openbaar deel is niet omdat ik zo nodig medeleven wil ontvangen. Ik hoop eraan bij te dragen dat jonge roeiers zich als donor gaan opgeven. De kans dat je uiteindelijk wordt opgeroepen is klein, je hebt nauwelijks fysiek ongemak van je donatie. Maar de impact die je ermee bereikt is heel groot. Je kunt er een leven mee redden. En ervoor zorgen dat iemand niet moet worden gemist.”

TxMiller roept sportieve, jonge mensen op om zich te registreren als stamceldonor via Matchis. Doe mee, klik hier!
