29 juli 2021

Olympiër Eeke van Nes over lol in roeien, coachen en meer

Olympiër Eeke van Nes over lol in roeien, coachen en meer

Vandaag het derde interview uit de pre-olympische NLroeiserie. Koos Bauman schreef het.
Eeke van Nes is een van de meest succesvolle Nederlandse roeisters. Ze heeft twee zilveren en een bronzen olympische medaille. De 52-jarige inwoonster van Assen is nog steeds actief binnen de roeisport. Tegenwoordig is ze vaker op de kant dan in de boot te vinden. Ze heeft er veel plezier in om jonge sporters beter te maken. Als coach is ze bij het regionaal talentcentrum Noord verantwoordelijk voor de mannen.

Wie wordt Koning NLroeiToto?
Doneer, voorspel de prestaties van de 11 oranje boten en maak kans op 100 euro voor jouw club!

Plezier en lol in de sport zijn de belangrijkst ingrediënten voor Eeke van Nes. Als sporter was dat voor haar zo, maar tegenwoordig ook voor de roeiers die ze begeleidt. Ze is geboren in Delft en woonde van haar tweede tot achttiende jaar in Noorwegen. Hoewel haar ouders – Hadriaan van Nes en Meike de Vlas – beiden internationaal succesvolle roeiers waren, wordt Eeke niet direct gegrepen door het roeivirus. In Noorwegen was atletiek haar favoriete sport. Kogelstoten en discuswerpen gingen haar goed af en bij het hoogspringen werd Van Nes tweede bij de nationale Noorse jeugdkampioenschappen.

In Nederland begon haar roeicarrière. “Toen ik moest studeren wilde ik wel weer een tijdje in Nederland wonen en ben naar Delft gegaan. Dat was echt thuiskomen. En dat is nog altijd zo. Hoewel ik me nu ook in Assen thuis voel. Mijn opa en oma woonden hier vroeger, dus ik kende het al. Het is hier zo lekker rustig. Ik snap niet waarom niet iedereen in Assen wil wonen. Ik houd niet van een huisje op de heide, dat is weer te rustig. Assen is een dorp met stadse faciliteiten. Zeker tijdens de lockdown is het hier prettig wonen. Het enig nadeel is dat je met roeiwedstrijden altijd onderweg bent. Hoewel dat ook went. Ik moet dan ook wel een beetje lachen als ik op de WAB de Amsterdammers hoor klagen dat ze boten moeten inpakken en allerlei zaken moesten regelen. Dat moeten al die andere verenigingen altijd.’’

In Delft werd Laga haar vereniging, dat toen nog maar een paar jaar open was voor vrouwen. Als een van de weinige vrouwen heeft ze zich daar nooit onplezierig gevoeld. ,,Ik heb dat nooit zo ervaren. Ik werd daar als roeier gezien. Op het corps heb ik dat wel gemerkt. Daar werden wel vrouwonvriendelijke opmerkingen gemaakt.  Bij Laga zat ik in een eerstejaarsviertje en had veel plezier. Ik was ook heel naïef als ik dat nu vergelijk met de junioren van De Hunze. Die benaderen hun sport zo volwassen. Wij hebben ontzettend veel gelachen en waren niet bezig met een internationale roeicarrière. Het was een fantastisch leuk jaar. We wonnen ook bijna alles,’’ aldus Van Nes.

Bij de Olympische Spelen van 1996 behaalde Van Nes met Irene Eijs brons in de dubbeltwee. Vier jaar later in Sydney won ze zilver met Pieta van Dishoeck in de dubbeltwee en ook in de acht werden ze tweede. Tijdens de wereldkampioenschappen behaalde Van Nes in de dubbel twee keer zilver en twee keer brons, waarvan één in de dubbelvier. “Ik heb niet de gouden’’, zegt ze. Ze laat dat volgen met een gulle lach. Zo reageert ze als haar palmares wordt opgesomd.

“Ik heb er geen last van dat het goud ontbreekt. Het is niet zo dat mijn kinderen nu moeten roeien om de medaille te winnen die ik niet heb gehaald. Ja, dan heb ik de medaille en die ligt in de kast. Ik kijk eerder naar de fotoboeken en haal de verhalen op. Het was een mooie periode waarin we ook weleens ruzie hebben gehad. Dat gebeurt in de heat of the moment. Er hangt dan veel van af. Maar nu kan ik goed met iedereen opschieten uit die periode.’’      

“De mooiste periode was in 1988 het eerste jaar bij Laga en daarna in 1995 toen gingen we presteren. Kris Korzeniowskwas er als bondscoach bij gekomen in 1994 en in 1995 heb ik veel van hem geleerd. We startten toen de dubbeltwee en de dubbelvier.  Ik weet nog wel dat we op de ochtend de halve finale voor de dubbeltwee hadden en ‘s middags voor de dubbelvier. Te zwaar? Als ik zie wat voor trainingsschema we draaiden op een dag, vier keer 1500 meter, vijf minuten rust er tussen en weer vier keer twee kilometer. Dan was twee keer starten op een dag bij de WK veel gemakkelijker. In 2000 viel alles op zijn plek. Twee keer zilver was een leuk einde van mijn roeicarrière.’’   

In Arabië startte ze een nieuwe carrière als zweminstructrice. “Ik werkte vanaf 1996 bij Janssen. Ja die van het vaccin. Maar toen mijn man Jorn van Doren voor zijn werk naar Oman moest, heb ik met spijt mijn baan bij Janssen opgezegd.’’ In Oman kon ze bij een internationale school zweminstructrice worden. ,”Dat was een nieuwe ervaring met kinderen uit verschillende culturen. De meesten waren doodsbang voor water. Dit was ze aangepraat door hun ouders die vaak zelf niet konden zwemmen.’’

Terug in Nederland werd ze drie jaar geleden door Niels van Steenis ‘binnen gehengeld’ als coach bij het RTC Noord. “Ik heb wel getwijfeld, want ik was er zes jaar uit geweest. Ik heb veel aan beide collegacoaches Rogier Blink en Martijn Witteveen gehad.’’ Veel plezier beleefde ze dit seizoen aan de Gyas/Laga vier-zonder die op de World Cup in Sabaudia startte. “Het was zo leuk dat die combi in Groningen kwam trainen. Natuurlijk ook omdat twee van de roeiers van mijn oude vereniging zijn, maar het is goed om in Groningen een boot snel te zien varen, terwijl ze gewoon aan het stayeren zijn. Het is ook belangrijk dat eerstejaars dat zien.’’ 

En over de Olympische Spelen zegt Van Nes: “Ik ben blij dat er nu weer een goede zware Nederlandse dubbeltwee is die serieus kans maakt op een medaille. Natuurlijk gun ik het de anderen ook en het is fantastisch wat Kirsten van der Kolk met Marit van Eupen in 2008 en Ilse Paulis met Maaike Head in 2016 hebben gepresteerd door in de lichte dubbeltwee goud te winnen, maar de zware dubbeltwee is mijn nummer.’’