22 november 2019

Marieke Keijser: ‘We zijn rammend fit’

Marieke Keijser: ‘We zijn rammend fit’
Foto: Ellen de Monchy

De spanning was vandaag duidelijk voelbaar op de tribune van Ottensheim. Met niet alleen finaleplekken op het spel, maar ook olympische kwalificatie, werd bijna elke race pas op de lijn beslist. Nederland sloeg zich er grotendeels goed doorheen, al mislukte de missie van de vrouwenacht en de vierzonder bij de mannen. NLroei sprak de winnaars en de verliezers.

Marieke Keijser en Ilse Paulis waren de eersten die in hun taak slaagden. Gecontroleerd voeren zij de middelste 1000 meter door het veld heen om op het eind hun koppositie te consolideren. Met blijdschap werd hun winst en tevens olympische kwalificatie na de finish gevierd. “Het is een rare race want je wil zowel een ticket naar Tokyo veilig stellen, als gewoon winnen. Halve finales zijn altijd zwaar. Maar deze was wel erg belangrijk”, vertelde een zichtbaar opgeluchte Keijser na afloop.

Geen NLroei zonder crowd funding! Support de onafhankelijke roei-journalistiek, dat kan hier. Bedankt!


Adrenaline
De race verliep zoals beide vrouwen voorafgaand met hun coach Verdonkschot hadden besproken. “We wisten dat het spannend zou worden voor de finaleplekken, dus ons plan was vooral om voor die ploegen te liggen zodat we niet eventueel in de problemen zouden komen. Dat is goed gelukt, want de rest lag lang mooi op één lijn achter ons. Ik ben nog nooit zo weinig vermoeid geraakt tijdens een race. Ik zat vol met adrenaline. Pas op het vlot voelde ik me ineens heel moe.”

McBride
De Rotterdamse kijkt dan ook met vertrouwen richting de finale. “We zijn rammend fit en staan er duidelijk beter voor dan bij de wereldbeker op de Willem Alexanderbaan. Toen waren we nog te kort bij elkaar om te excelleren.” In de eindstrijd wacht een fikse strijd met Nieuw-Zeeland. Boegroeister Zoe McBride is een goede vriendin van Keijser. “Dat maakt het extra leuk, we hebben in het verleden al vaak tegen elkaar geroeid. De ene keer wint zij, de andere keer ik. We gaan nu zien wat het wordt.”    

Wereldrecord
Ook de mannendubbelvier gaat voor goud. Met volle overtuiging werd niet alleen de halve finale gewonnen, ook het nationale record werd verbeterd. Toch waren de mannen niet helemaal tevreden. “Het was iets te zenuwachtig”, stelde Dirk Uittenbogaard. “Daarnaast was er wat onduidelijkheid of we hem zouden afsprinten als we op 1500m voor zouden liggen. Eventueel zouden we voor een wereldrecord gaan. Maar Abe (Wiersma, red.) besloot de call niet te geven, waardoor de druk er wellicht wat afging en we ook technisch minder gingen roeien.”

Italië
Ondanks de overtuiging voelt de Amsterdammer zich nog verre van zeker over een eventuele aanstaande wereldtitel. Iets waar op de tribunes druk over gespeculeerd wordt. “Italië was vandaag weer heel goed. In de voorwedstrijd hebben ze het na 1000 meter waarschijnlijk laten lopen. Maar ook Polen oogt sterk, daar moeten we zeker voor oppassen.”

Voorbereidingstijd
Teleurstelling was er ook. Zo mislukte de race van de mannen vierzonder. Ver van een kwalificerende plek vonden zij zich op de streep terug op de vijfde stek. “Het was gewoon niet goed”, sprak Boudewijn Röell, die beaamde dat de korte voorbereidingstijd van zijn ploeg hen wellicht noodlottig was geworden. “Ik had gehoopt dat we de stijgende lijn van de voorwedstrijd naar de herkansing door konden zetten. Maar dat lukte niet. Dit was weer drie stappen terug. Jammer, want ik denk echt dat het erin zat.”

‘Hameren’
Technisch schortte er het nodige aan het roeien, vond ook Röell. “Met wind mee moet je lange ontspannen halen maken, wij werden juist kort en hard.” Hoofdcoach Mark Emke sprak over ‘hameren’. “De jongens missen nog het gevoel van de boot mee kunnen nemen. Ze gaan het te snel proberen op te lossen met bot geweld.” In de B-finale wacht zaterdag nog een kleine ontsnappingsmogelijkheid. Een plek bij de eerste twee levert voor het IOC een startbewijs op. Röell: “We moeten alles op alles zetten dat te bereiken. Dan moeten we volgend jaar nog ergens vormbehoud tonen.”

Ritme
Ook de vrouwenacht had een bittere pil te verwerken. De ploeg kwam in de verste verte niet in de buurt van een finaleplek. José van Veen: “De laatste weken en de voorwedstrijd gaven het gevoel dat we op de goede weg waren. Ondanks dat we eergisteren vijfde werden, was onze basissnelheid in die race heel goed. We dachten vooral de eerste 500 meter aan te moeten passen en feller te maken. Dat hebben we gedaan, maar dat ging duidelijk ten koste van de rest van de race. We kwamen niet in het ritme wat je goed vol kan houden.”