05 december 2021

Lisa Scheenaard: ‘We kunnen beter omgaan met lastig water, dat is belangrijk voor Tokyo’

Lisa Scheenaard: ‘We kunnen beter omgaan met lastig water, dat is belangrijk voor Tokyo’

De vrouwenploegen beleefden hun generale voor de Olympische Spelen. NLroei sprak met de bemanning van de vierzonder en de dubbeltwee, beide boten vestigden een nieuw nationaal record. Daarnaast ook de dubbelvier, die ploeg heeft weer aansluiting met de wereldtop.

NLroei verslaat de roeisport, op vele fronten. Steun jij de redactie? Doe mee aan de crowdfunding, dat kan hier. Alvast bedankt!

Karolien Florijn keek logischerwijs tevreden terug op de finale die zij samen met Ellen Hogerwerf, Ymkje Clevering en Veronique Meester van start tot finish domineerden en bekroonden met een toptijd van 6:20,21. “In onze eerste race kwam de start niet helemaal uit de verf. Dat ging nu een stuk beter. Daarna konden we dat ritme vasthouden en lieten we ons niet afleiden door de golven. De wind kwam een beetje van de zijkant, dus het waren niet per se ideale omstandigheden.”

Voorspelling
Dat laatste was precies waarom hoofdcoach Josy Verdonkschot graag met zijn ploegen mee wilde doen in Sabaudia. Net als in Tokyo ligt ook deze baan vlak aan de kust en wordt er geroeid op brak water. “Ook al stond de wind enigszins schuin op de baan, voorspelde Josy vooraf al dat we het nationale record zouden gaan verbeteren. “Ik houd me nooit zo bezig met tijden, dus ik had ook helemaal niet door dat we zo hard gingen. Maar het is altijd leuk te zien als het snel gaat.”

Vertrouwen
Ook Roos de Jong en Lisa Scheenaard pakten de winst met een toptijd van 6:44,79. “Ik moet zeggen dat ik wel even baalde toen de lichte meiden een uur later nog sneller roeiden dan wij. Dan denk je al snel dat we ook nog wel ergens een seconde hadden kunnen pakken. Maar al met al zijn we erg tevreden. Voorheen waren we vooral goed als er wind tegen stond. We hebben er hard aan gewerkt om beter met lastige omstandigheden en meewind te kunnen roeien. Daar zijn we nu goed in geslaagd en dat geeft vertrouwen richting Tokyo, waar we dit weer zeker ook kunnen treffen.”

Onderarmen
Ondanks het goud en de verbetering van de oude toptijd van Pieta van Dishoeck en Eeke van Nes uit 1999 met een kleine twee seconden, kon de Eindhovense nog genoeg verbeterpunten opnoemen. “Als je goed naar de laatste paar honderd meter kijkt, kan je zien dat ik mijn riemen niet meer goed vasthoud. Ik krijg geregeld last van verzuurde onderarmen en dat gebeurt sneller bij lastige omstandigheden. Op dat laatste stuk kunnen we nog verbeteren en daar gaan we de laatste twee maanden mee aan de slag.”

Rommelig
Nicole Beukers uit de dubbelvier had geheel andere zorgen. Twee weken terug bij de wereldbekerwedstrijden in Luzern eindigde de Europees kampioen nog onverwacht in de achterhoede. Ook nu lukte het niet om een medaille te veroveren. Het bronzen Polen was slechts 0,01 seconden sneller en Italië – dat het zilver pakte – kwam 0,2 seconden eerder over de streep. “Vlak na de finish wisten alle drie de boten niet wat de uitslag was, zo spannend was het. Het eerste deel van de race ging heel goed, daarna werd het rommeliger.”

Ondermaats
“We gingen voor de winst en als het begin dan zo goed is, ben je teleurgesteld als je met lege handen staat. Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat het al een stuk beter was dan in Luzern. Daar presteerden we ondermaats. We weten nog steeds niet helemaal wat daar nou precies mis ging. Ik denk gewoon dat we alle slechte stukken die we kunnen roeien achter elkaar hebben gezet. Nu laten we weer zien terug te zijn, maar we zijn er nog niet. De puntjes moeten komende zeven weken nog wel op de i.”

Opstellingswissel
De dubbelvier met verder Inge Jansen, Laila Youssifou en Olivia van Rooijen veranderde na Luzern de opstelling. “Dat was vooral om weer even fris te beginnen. Dat hebben we in eerdere jaren ook gedaan en pakte altijd goed uit. Ik ben van slag naar boeg gegaan en heb ook het commando van Inge overgenomen. Dat zorgt weer voor een andere dynamiek. Als we nu nog net wat beter blijven roeien in het tweede deel komt het goed.”