13 mei 2021

‘Ik ben niet bang om anders te zijn’

‘Ik ben niet bang om anders te zijn’
Foto: Daniël Korvemaker.

Laila Youssifou (’96) is geboren in de Amsterdamse Bijlmer. Haar vader komt uit Ghana, haar moeder is Nederlandse. Toen zij twee was, gingen haar ouders scheiden en verhuisde zij met haar moeder naar Almere. Daar woonde ze tot haar 17de.

“Over Almere wordt veel vuil gespuid. Wat ik leuk vind aan de stad, is dat hij zo multicultureel is. Ik heb nooit stilgestaan bij mijn huidskleur. Mijn 6 VWO-klas was voor de helft Nederlands en bestond voor de andere helft uit mensen met allerlei achtergronden.”

Via een sportproject op de middelbare school kwam ze terecht bij roeivereniging Pampus. “Mijn vriendinnetjes en ik wilden gaan kanoën maar dat zat vol. We wisten het verschil niet tussen kanoën en roeien. Dus we dachten: nou, dan gaan we wel roeien.´

Na het VWO ging ze in Delft Civiele techniek studeren. “Op het VWO waren
wis- en natuurkunde mijn beste vakken. Daar wilde ik iets mee doen.” Ze wilde ook blijven roeien. “Iedereen zei tegen mij, je gaat toch niet naar Laga, die ballentent? Dat wakkerde mijn nieuwsgierigheid aan. ” Toen ze tijdens de introductie één stap bij Laga had gezet, wist ze ‘dit wil ik’.

“Pas bij Laga kreeg ik voor het eerst van mijn leven opmerkingen over mijn huidskleur, vaak als grapje verpakt. Waarschijnlijk was het hun eigen ongemak, omdat zij uit een heel witte omgeving kwamen. Ik ga dan geen stennis schoppen over een grapje. In mijn eerste jaren lachte ik zelfs een beetje mee. Achteraf dacht ik dan ‘waarom was die opmerking nou nodig?’ Dat was voor het eerst dat ik dacht ‘oh, dat is dus anders in de roeiwereld’.
Je valt mensen op. Daar had ik tot die tijd niet echt bij stilgestaan.”

Na twee jaar hield Youssifou het roeien (tijdelijk) voor gezien. “Ik wilde steeds de beste zijn in plaats van dat ik met plezier de boot in stapte.” Toen ze in 2015 bij de wereldkampioenschappen onder 23 jaar in Plovdiv brons in de dubbeltwee haalde, wist ze dat dit haar laatste toernooi zou zijn. ‘Dit ga ik niet meer doen,’ dacht ze. Laila ging coachen en werd president van Laga.

“Ik werd gevraagd voor het bestuur, omdat ik altijd betrokken was. Ik had veel commissiewerk gedaan en had natuurlijk harder geroeid dan de meeste Lagaaiers. Zo had ik mezelf gekwalificeerd. Ik was de derde vrouwelijke president en dat was natuurlijk wel een dingetje op Laga: Delft is een mannenstad en bij Laga voert de zware bal de boventoon.”

Vorig jaar werd Laila door de KNRB benaderd om ambassadeur voor de Nationale Sportweek te worden. Op de vraag of ze denk dat ze als excuus-gekleurde gebruikt is, antwoordt ze resoluut: “Nee, zo kijk ik niet naar de wereld. Als ik voor dingen wordt gevraagd, ga ik er graag vanuit dat dat is om mijn competenties en niet om mijn huidskleur. Ik voel me niet zwart of wit. Als ik een bepaalde pioniersrol op me neem, doe ik dat niet omdat ik toevallig gekleurd ben, maar omdat ik ben wie ik ben.”

“Grapjes over mijn huidskleur of stomme vooroordelen zoals ‘oh,
watermeloen, dat vind je lekker, hè?’ hoor ik wel eens voorbij komen maar daar kan ik niet heel erg mee zitten. Ik vind het niet fijn als mensen iemand ‘neger’ noemen. Dat gebeurt ook op Laga soms. Daarmee wordt iemand tot ding verlaagd. Maar structurele discriminatie is erger. Dat moet zeker aangepakt worden. Zo heb ik zelf op de basisschool een Havo-advies gekregen terwijl mijn cijfers duidelijk op VWO wezen. Het niet-uitnodigen van mensen voor een sollicitatie of het geven van een lager schooladvies op basis van een achternaam kan niet. Iedereen verdient gelijke kansen.”

“Wat ik nu goed vind aan bijvoorbeeld de Black Lives Matter-beweging is dat de achtergestelde positie die zwarte of gekleurde mensen in de samenleving hebben niet wordt neergezet als het probleem van gekleurde mensen maar als dat van iedereen. Ik hoef zelf niet per se een activist op dit gebied te zijn. Wel vind ik het heel goed om erover te praten en dat het op de agenda staat. Misschien is erover praten wel het beste dat ik kan doen: mensen laten zien dat de verschillen niet zo groot zijn, dat we verenigd kunnen zijn in plaats van gescheiden.”

Dit interview vond plaats vóór de ophef die FvD-voorman Thierry Baudet in Elseviers Weekblad veroorzaakte met racistische en homofobe tweets, waarin hij onder meer zegt dat ‘africans’ een lager IQ hebben dan ‘blanken’. Gevraagd naar een reactie zegt Laila Youssifou: “Zijn gedrag getuigt zelf ook niet van een heel hoog IQ. Ik vind het walgelijk en dom”.