Bondscoach De Boorder schippert tussen centrale en decentrale aanpak: ‘veel ruimte voor ontwikkeling bij studentenclubs’

Interview

Hoe doen die Nederlandse roeiers dat toch? In het buitenland is er veel verbazing over de uitzonderlijk sterke A-equipe, terwijl tegelijkertijd er heel weinig NLjunioren naar de WK worden afgevaardigd. En de WKU23prestaties van oranje zijn ook al weinig imponerend.  NLroei sprak Diederik de Boorder erover, hij is hoofdcoach van het talententeam en verantwoordelijk voor de talentontwikkeling binnen het Nederlandse roeien. 

Deze week presenteerde hij de ontwikkelplannen voor de junioren en de senioren. Morgen zijn de trials voor zijn talententeam. Circa 70 roeiers en roeisters proberen daarin een plekje te veroveren (zie onderaan voor de startlijst). Dat is het voorportaal naar de heilige graal: het eerste team van roeiland nummer 1.

De Boorder trapt af. “Luister, inmiddels bestaat 40 procent van de A-equipe uit mensen die in de afgelopen jaren deel uitmaakten van het talentteam, 70 procent ervan heeft inmiddels een medaille.  Je kunt dus stellen dat het doorstromen succesvol verloopt. In het buitenland zien ze dat ook, bijvoorbeeld Duitsers verbazen zich er enorm over hoe Nederland presteert bij de WKU19 en de WKU23.”

Junioren
Hij schets de problematiek. “Er zijn momenteel bijzonder weinig wedstrijdroeiende junioren. Daar wordt op een aantal clubs hard aan gewerkt, maar voorlopig is het aantal junioren gering. Aan de andere kant zie je bij de studentenverenigingen enorm veel wedstrijdroeiers, die vaak goed worden begeleid”, stelt de bondscoach.

Voor de junioren kiest De Boorder samen met juniorenbondschoach Neeltje Thoes voor een aanpak waarbij de jeugdroeiers in grote groepen samen trainen. “In de eerste plaats staat bij deze waterdagen het plezier voorop. Daarnaast willen we met een centrale aanpak het niveau omhoog zien te krijgen.”

Decentraal
Bij de U23-roeiers kiest De Boorder juist grotendeels voor decentralisatie. “Als bond trekken we veel talenten weg die daarmee voor het roeien bij de verenigingen dus niet veel meer kunnen doen. Doel is de U23-ers zoveel mogelijk bij de clubs te houden zodat ze met hun verenigingen in Henley kunnen starten. Dat is voor de vereniging geweldig. Als ik ook nog eens de U23-ers zou wegtrekken, dan kunnen clubs niet meer groots bouwen. Daarom selecteren we met deze groep laat en gaan pas na Henley aan de slag met de bondsachten. Dan is er voor de WKU23 minder dan een maand voorbereidingstijd. Dat heeft zijn weerslag op de resultaten. Dit jaar willen we wat bijsturen. Hopelijk gaat het straks beter, anders moeten we terug naar de tekentafel.”

Deelname aan de EKU23 is daarbij een optie. Het niveau ervan is wat lager dan bij de WK en de voorbereidingstijd veel langer want dat toernooi is vaak in september. “Daar kunnen we zeker naar kijken.” Met een ding is hij heel blij. “Lichte roeiers hoeven niet meer op eigen kosten naar de WKU23”, aldus De Boorder.