Met een zilveren en twee bronzen medailles kan bondscoach Marit van Eupen terugkijken op een zeer geslaagd Wereldkampioenschap onder 23 jaar. Niet zozeer dat, maar vooral het feit dat alle zeven ploegen in Plovdiv de finale wisten te bereiken, kon op goedkeuring van de voormalig olympisch kampioene rekenen. Het is het resultaat van het leggen van een hoge lat voor een uitzendingen gecombineerd met de focus op kleine ploegen, al is dat laatste volgens de bondscoach meer toeval dan gevolg van beleid.
“Volgens mij had ik hier precies de groep die het had moeten zijn. Er liep verder niets beters rond en het is dan meer toeval dat het voornamelijk kleine boten zijn. En het voordeel van een kleine boot is dat als het loopt .” Het ging vooral op voor de drie dubbeltweetjes die zondag allemaal in de prijzen vielen. Beste voorbeeld was het zilver van Daan Klomp en Berend Mortier in de lichte dubbeltwee. Beiden kenden een minder voorseizoen. Eerstgenoemde omdat hij net tekort kwam voor een plek in de nationale lichte vier-zonder en Mortier omdat hij ondanks zeer redelijke skiffprestaties voor alles buiten te boot leek te vallen. “Omdat pas bij het EK beoordeeld zou worden of de Muda’s en de lichte vier in deze samenstelling verder zouden gaan, moesten de jongens die nergens in zaten lang wachten. Gelukkig bleek op het laatste moment dat Daan beschikbaar was en is Berend er meteen op in gesprongen. Het was vier dagen voor de Koninklijke en het bleek meteen bijzonder goed te klikken” aldus Van Eupen.
Klomp moet eerlijk toegeven dat hij oorspronkelijk niet te springen stond voor het plan. “Het voortraject was erg onrustig omdat ik niet wist wat er mogelijk was. Eigenlijk wilde ik het liefst skiffen in Luzern. Ik ben er dan ook niet erg enthousiast in gegaan, ook omdat ik mijn geboekte vakantie ervoor moest afzeggen. Maar toen we meteen zo lekker roeiden was het zonde om het niet te proberen.” Van Eupen besloot zelf de coaching van de ploeg op zich te nemen, al wil ze haar rol niet overdrijven. “Het was vooral zorgen dat er niets mis ging.” Het enige probleem was vooral van financiële aard. “We hebben nog wel even moeten puzzelen. Uiteindelijk is het gelukt doordat er een coach met de botenwagen is meegereden.” Tijdens het toernooi liet het duo zien volwassen races te kunnen varen. “Ze zijn echt op waarde geklopt, maar daar staat tegenover dat ze ook op waarde onbedreigd naar het zilver zijn geroeid” aldus Van Eupen.
De vrouwen dubbeltwee van Laila Youssifou en Roos de Jong roeide vlak daarvoor naar het brons. Het was wellicht een kleine teleurstelling voor het duo, omdat het tot dan toe steevast de snelste tijd had geroeid. Desalniettemin is brons op een mondiaal titeltoernooi natuurlijk een uitstekende prestatie. Van Eupen: “Ik had van te voren wel door dat zij een zekerheid voor een medaille zouden zijn. Ze hebben het in de finale alleen nog nodeloos spannend gemaakt. Ze roeiden daar net niet met de overtuiging die ik ze toedicht.” Hun verhaal ging absoluut niet op voor hun mannelijke evenknie. Het brons voor de dubbeltwee van Abe Wiersma en Amos Keijser was voor de buitenwacht absoluut een verrassing. Na een matig voorseizoen roeide het tweetal pas op de zondag van de Holland Beker hun eerst echt goede race. Op het WK leken ze zelfs nog een tandje beter. “Het zijn natuurlijk wel sterke jongens die ook wel een potje kunnen roeien. Zo’n toernooi haalt blijkbaar het beste in ze boven. Als het dan ook nog eens allemaal op zijn plek valt is het super goed.”
Toevallig waren alle drie de ploegen die met een medaille thuis kwamen, geen boten die zich al bij de trial begin mei hadden gekwalificeerd. Terwijl daar juist de beoogde ploegen voor een medaille zich moesten laten zien. Dat de drie boten die zich daar wél kwalificeerden nu buiten de medailles vielen (vierde plekken voor Anne-Marie Schonk en Lennart van Lierop en zesde plaats voor lichte mannen twee-zonder van Gyas) was volgens de bondscoach geen kwestie van verkeerd pieken. “Ik had toen al het idee dat de lat net niet hoog genoeg lag. Ze staken er alle drie weliswaar bovenuit, maar ik wist toen al dat ik met die ploegen niet drie keer goud zou halen. Ik schatte het in als tegen de medailles aan en dat is juist gebleken. Volgend jaar zullen we nog wat kritischer zijn.” Van Eupen was dan ook over hun optreden te spreken. “Anne-Marie heeft er echt alles uitgehaald wat er in zat en er waren gewoon drie roeisters beter. Hetzelfde gold voor Lennart, alhoewel ik bij hem nog wel kansen zag. De lichte twee werd weliswaar zesde maar deed tot 1500 meter wel gewoon mee.”
Het was vooral die constatering die Van Eupen tevreden stelde. Iedereen die was uitgezonden had iets te zoeken op het WK en is een ervaring rijker geworden. Ook de vrouwen acht die met een vijfde plaats als enige een beetje tegenviel. “Het was een ploeg met een aantal onervaren roeisters. Die hebben nu gezien dat een WK iets anders is dan de ARB of zelfs de Koninklijke.” Al met al was het in 2009 voor het laatst dat een toernooi zo succesvol was verlopen. Ook toen werden er drie medailles en zeven finaleplaatsen gehaald. Het verschil met toen is echter vooral dat er nu veel minder boten waren uitgezonden en er dus een veel hoger rendement is gehaald. Het past bij het beleid van de roeibond waar mede onder financiële druk niet alles en iedereen zomaar wordt uitgezonden en waarbij de focus ligt bij de ploegen en roeiers die onmiskenbaar over talent beschikken. Het resultaat mag er in elk geval zijn.


