Veel persoonlijke records sneuvelen in OTC

Archief

Het tweede weekend van februari staat voor de mannelijke bondsroeiers in het teken van fysieke tests. Vrijdag twee kilometer hard op de ergometer, zaterdag twee korte sprintsessies van 100 en 500 meter op de roeimachine en zondag dertig minuten maximaal met een temporestrictie van twintig halen per minuut. Met alle gegevens willen de bondscoaches duidelijk krijgen hoe de roeiers er fysiek voor staan aan de vooravond van het wereldbekerseizoen en de Olympische Spelen. En de roeiers zelf weten dat ze dit weekend moeten presteren: met een goede test zien je kansen er een stuk rooskleuriger uit dan bij een mindere exercitie. Dus gingen de ogen dicht, de tandjes op elkaar, en sneuvelde menig persoonlijk record in het olympisch trainingscentrum langs de Bosbaan.

‘s Ochtends was het aan de lichte roeiers om het testweekend af te trappen. De mannen van bondscoach John Faulkner zijn wat uitgedund na het afzwaaien van Joris Pijs en Arnoud Greidanus. Door de mededeling dat er geen wijzigingen zouden zijn in de bekende lichte vier-zonder, zag het duo een maand vol fysieke tests niet echt zitten. Liever focussen ze zich op hun laatste strohalm: een time trial van twee kilometer die, mits het weer het toelaat, eind deze maand gevaren gaat worden. Voor Joeri Bruschinski lijkt deelname daaraan al futiliteit. Hij hoorde afgelopen trainingskamp dat hij er niet op hoeft te rekenen kans te maken op de vier-zonder.

Gezien deze ontwikkelingen is het dan ook niet vreemd dat er vijf lichte roeiers op de ergometer verschenen vanochtend: Tycho Muda, Vincent Muda, Tim Heijbrock, Roeland Lievens en Björn van den Ende. Laatstgenoemde mag zich de vreemde eend in de bijt noemen, maar kweet zich met zijn eindtijd prima van zijn taak. Met een persoonlijk record van 6:15,8 gaf de roeier van Skøll in ieder geval zijn visitekaartje af voor een plek als reserve – en wie weet nog wel meer dan dat. De snelste tijd van de dag werd evenwel gerealiseerd door Roeland Lievens, die met 6:13,2 een nieuwe toptijd noteerde voor zichzelf. Tycho Muda was nummer drie op de lijst met 6:16,8, op de voet gevolgd door de van een lichte rugblessure herstelde Tim Heijbrock (6:17.2) en een niet honderd procent fitte Vincent Muda (6:20.0).

Na de lichte roeiers was het de beurt aan de zware mannen. In twee shifts mocht de selectanten voor de Holland Acht, vier en twee het met elkaar uitvechten. Normaal gesproken zou je Roel Braas gezien zijn persoonlijk record van 5:43.5 vooraan verwachten, maar de reus van Okeanos stapte gedesillusioneerd af tijdens zijn test en kwam dus met een ‘DNF’ in de boeken. Datzelfde gold overigens voor David Kuiper (die last had van zijn luchtwegen), Derk Noordhuis en de als allerlaatste aan de beurt zijnde Diederik Simon, die het al na 300 meter voor gezien hield. Robert Lücken verscheen vanwege een rugblessure niet aan de start van de ergometertest en Mitchel Steenman trapte zich niet op de roeimachine maar op de Wattbike een slag in de rondte.

De snelste tijd kwam op naam te staan van Olivier Siegelaar, die met zijn persoonlijk record van 5:49.0 de enige was die onder de grens van vijf minuten en vijftig seconden dook. Sjoerd Hamburger (5:50.2) kwam daarvoor net wat tekort. Ruben Knab (5:52), Kaj Hendriks (5:52.8), Matthijs Vellenga (5:53.1), Mechiel Versluis (5:54.5), Rogier Blink (5:55.7) en Boaz Meylink (5:58) behoorden tot de achtervolgers die onder de zes minuten finishten. Nanne Sluis (6:02.0) en Vincent van der Want (6:05) waren de enigen van de ‘bovendezessers’ die een persoonlijk record realiseerde. Meindert Klem bleef met 6:02 een handvol seconden van zijn toptijd verwijderd en Jozef Klaassen kon zijn PR van 5:53 niet benaderen en bleef steken op 6:01.