Het ziet er naar uit dat er geen veranderingen komen in de lichte vier-zonder. Net als de afgelopen seizoenen zal de ploeg bestaan uit Tycho Muda, Vincent Muda, Roeland Lievens en Tim Heijbrock. Dat heeft René Mijnders in ieder geval te kennen gegeven tijdens het trainingskamp in Portugal. De technisch directeur van de roeibond ziet er, met de resultaten van de trials de afgelopen periode, geen aanleiding toe om de ploeg anders in te delen. Eind deze maand vindt voor de reserves de laatste kans plaats. “We gaan pas seatracen als daar op basis van die trial aanleiding toe is”, laat Mijnders vanuit Portugal weten. Met die wetenschap zijn Arnoud Greidanus en Joris Pijs eerder teruggekomen uit Portugal. Op zijn weblog spreekt eerstgenoemde zijn ongenoegen er over uit dat het technische kader terugkomt op de eerder gemaakte afspraken over de selectie. Juist die trials zijn niet open, zeggen beiden.
“De enige mogelijkheid die we nog hebben op de vier is door eind februari met een significant verschil een van beide gevestigde twee-zonders te verslaan”, antwoordt Greidanus desgevraagd. “Tim, Roeland, Tycho en Vincent hebben op een goed moment gewoon gezegd: we willen met elkaar naar de Spelen. De uitslagen van de trials, waarin ze elke keer bovenaan eindigden, hebben hen in die conclusie geholpen.” Greidanus zegt dit wel te begrijpen, maar plaatst tegelijkertijd zijn vraagtekens bij het proces. Hij wil een eerlijke kans. De combinaties Muda/Muda en Lievens/Heijbrock roeien al jaren met elkaar in de twee-zonder. “En ik vind ook dat ze enorm hard gaan in de twee. Maar je meet niet de individuele klasse als je die jongens elke keer bij elkaar in de boot zet. Dat zie je pas als je echt doorwisselt, iets wat ons in oktober ook was voorgespiegeld.”
Volgens René Mijnders is het niet im frage geweest om de twee gevestigde twee-zonders uit elkaar te halen. Dat roept vragen op: heeft de bond überhaupt serieus overwogen om de vier wel op te breken? Of is men er altijd al van overtuigd geweest dat niemand van de vier reserves – Arnoud Greidanus, Joris Pijs, Joeri Bruschinski, Björn van den Ende – goed genoeg was om een plaatsje in de vier te veroveren? Dat er alleen een goed backup-plan moest zijn? Niet dat de stap niet logisch is: de vier met de Muda’s, Heijbrock en Lievens draaide de afgelopen jaren goed en maakte alleen vorig seizoen een flinke zeperd. Met Joris Pijs in de vier voor de geblesseerde Roeland Lievens finishte de ploeg nog als vijfde tijdens de eerste wereldbekerwedstrijd, maar vanaf dat moment ging het alleen maar bergafwaarts. Met Lievens terug in de ploeg, en Greidanus nu in de plaats van de geblesseerde Heijbrock, kwam het kwartet in Luzern niet verder dan de C-finale. Geen wonder dat de roeiers gezamenlijk verlangen naar een terugkeer naar vroegere tijden, naar WK’s waarin het kwartet meedeed in de A-finale. Naar een gezamenlijke Olympische Spelen.
Greidanus zat al eerder in een vergelijkbaar schuitje. In de voorbereiding naar de vorige Olympiade wikte en woog Susannah Chayes zolang met de lichte vier dat ze op het allerlaatste moment nog een wissel toepaste: Paul Drewes in de ploeg voor Arnoud Greidanus. De roeier van Proteus stormde toen briesend het bondsbureau uit, boos als hij was over de manier van selecteren en de onduidelijke eisen die er aan een plekje in de vier werden gesteld. Uiteindelijk mocht Greidanus wel mee naar Beijing. Als reserve maakte hij de Spelen mee, een positie die hij ongetwijfeld dit keer wil vermijden. “Nu is het gelukkig wel anders. In 2008 zat ik in de vier-zonder en had ik echt het idee dat ik naar de Spelen zou gaan. Nu is dat niet zo. Overigens is de deur nog steeds niet dicht. Als we eind deze maand hard varen in de twee-zonder zouden we nog mee kunnen doen. En zelf als dat niet kan, dan hebben we in ieder geval onze eer nog die we willen verdedigen.”
Via de nodige boottrainingen in Nederland danwel Sevilla, ver van de hectiek van het Portugese trainingskamp van de rest van de (lichte) equipe, hopen Pijs en Greidanus een ultieme gooi te doen naar de olympische boot. Maar de vraag is of dat wel zal lukken. Een rol als reserve is misschien het hoogst haalbare. Moeten ze daar niet genoegen mee nemen nu blijkt dat bijna iedereen het eens is over de bezetting van de lichte vier-zonder? De realiteit is daar wel naar, dat weet ook Greidanus. Maar hij droomt nog altijd van Londen. Van een succesvol OKT en legendarische races op de roeibaan in Eton. Geef hem eens ongelijk dat dan hij nog een ultieme poging wil wagen. Niet geschoten is immers altijd mis.


