Het kan gek lopen in de roeiwereld. Het ene jaar maak je je halen in een oranje pakje en het andere jaar woon je opeens aan de andere kant van de wereld. Het overkwam Michiel Bartman, slag van de zware mannen acht die in Athene verrassend zilver won. De roeier van Nereus zwaaide na 2004 af en besloot een sprong in het diepe te wagen en naar Amerika te vertrekken. Vier jaar zijn inmiddels voorbij sinds Michiel Bartman naar de Verenigde Staten verhuisde. Inmiddels is hij met een Nederlandse getrouwd, heeft hij een huisje in een van de burbs van Philadelphia en verdient hij zijn geld met het coachen van roeiers. Dat alle banden met Nederland bij lange niet verbroken zijn moge duidelijk zijn. Ik lees elke dag wel een keer nu.nl en NLroei. Een gesprek over het Nederlandse en Amerikaanse roeien, de wereldkampioenschappen in Poznan en fundraising voor zijn lichte dubbelvier.
Het is dinsdag aan het eind van de middag als mijn scherm begint te knipperen; een nieuwe email. Afzender: Michiel Bartman. Lees ik dat wel goed? Het gebeurt immers niet vaak dat ik emails krijg van oud-Nereïden. Bartman heeft echter in Philadelphia het NLroei-berichtje gelezen over de fundraising-actie van de Amerikaanse lichte acht. Het probleem is herkenbaar voor de voormalig roeier van het bordeauxrode bastion. Ook zijn lichte dubbelvier, een New Milford-Philadelphia-combinatieploeg, moet namelijk de kosten à $ 25.000 uit eigen zak ophoesten om aan de start te mogen liggen in Poznan. Dat is niet voor iedereen te betalen. Sport in Amerika kent geen overheidssubsidie: alles komt van reclame-inkomsten en giften van rijkelui, zegt Bartman daarover. US Rowing doet het qua fondsenwerving niet helemaal handig. Nationaal roeien leeft niet zoveel onder studenten, en roeien is qua sport niet groot genoeg om tegen het echte geweld van basketball, honkbal en American football op te boksen. De coach van de vier lichte mannen is blij dat zijn roeivereniging Vesper Boat Club bereid is een groot bedrag $ 10.000 in de lichte dubbelvier te stoppen zodat de roeiers ervaring op kunnen doen op een groot toernooi. Via hun website zijn ze overigens nog steeds op zoek naar donateurs.
Hier in Amerika heb je namelijk nauwelijks echt wedstrijden als in Nederland, vertelt Bartman. Mijn roeiers varen ongeveer vier à vijf wedstrijden in velden waar de kaarten na 1000 meter meestal wel geschud zijn. Ze missen hard racen zoals ik dat ooit geleerd heb. Om die reden hoopt Bartman dat de Amerikaanse lichte dubbelvier, met aan boord Sam Cunningham, Dan Scholz, Jonathan Winter en Brian Tryon, op het WK hun beste roeien kunnen laten zien of op zijn minst dusdanige ervaring en motivatie opdoen om te streven naar een plaatsje in een Olympisch boottype. Als de coach dan ook nog in dat plaatje past is dat een mooi extraatje. Bartman in 2012 dus als coach van een Amerikaanse roeiploeg? Het zou zomaar kunnen. Eerst maakt de slag van de Holland Acht III, inmiddels in het bezit van een zogenaamde green card, de roeibaan van Poznan onveilig, en gebruikt hij daarbij zijn ervaring in Nederland om tot het stugge Amerikaanse bolwerk door te dringen.
Roeiers in de U.S.A. verwachten autoriteit: als ik spring zeg, dan springen ze. Niet eerder. Nederlandse roeiers zijn veel mondiger, gaan een discussie aan, hebben een weerwoord en eigen ideeën. Bartman moet lachen; ook hij is immers een van die Nederlandse roeiers met een grote mond. In Amerika zijn er gerust roeiers die gaan trainen bij vijf graden onder nul en als het donker is. Ze denken niet zo na of het verantwoordelijk is. Je moet hier ook veel meer moeite doen om roeiers van het water te krijgen dan in Nederland. Daar hoeft een coach maar een vaag gebaar te maken en de boot is praktisch al uit het water gehaald.
Eerder dit jaar had NLroei ook een gesprek met Siegelaar, Klem en Klaassen over het Amerikaanse roeien. Een van de dingen die daarbij naar voren kwam was het seatracen, iets waar Amerikaanse coaches nogal fan van zijn. Bartman inmiddels ook? Op colleges seatracen ze tot vervelens aan toe. Sommige coaches zijn er van overtuigd dat ze hun roeiers zo gemotiveerd houden, terwijl het meestal juist andersom is dan zijn ze juist opgebrand aan het eind van het studententijd als het echte werk moet beginnen. Ik probeer het seatracen daarom ook tot een minimum beperkt te houden. Hoe eerder geselecteerd hoe beter.
Op het wereldkampioenschap roeien in Poznan loopt Bartman straks ploeg- en verenigingsgenoot Diederik Simon tegen het lijf. Dat moet toch een gek gevoel geven. Toen Diederik op een receptie in 2004 naar me toekwam om te zeggen dat het nu toch echt wel klaar was met dat geroei had ik al het idee dat hij nog wel door zou gaan zodra zijn rug weer genezen was. Ik vind het mooi dat hij nog steeds de energie en de lol ervoor heeft. Plus hij doet het nog goed, dus hij hoeft nog absoluut niet te stoppen. Ik was in 2004 ook 37 jaar oud, maar ik had dat voor geen goud of zilver willen missen.
Hoe dan ook zal Bartman met een schuin oog kijken naar de Nederlandse prestaties. Een nieuwe generatie roeiers die hij nauwelijks kent. Een nieuw ingeslagen weg naar 2012, met de nadruk op meer vermogen, iets dat voor Bartman juist heel bekend in de oren klinkt. In 1996 constateerden we al dat we op fysiek gebied niet mee kwamen met de rest van de wereld. We hebben het in Nederland echter altijd al moeten zien te rooien met een kleine groep, daar is eigenlijk weinig aan veranderd en daar kan je ook heel weinig aan doen. We zijn geen Engeland of de U.S.A., het gras is gewoon altijd groener aan de andere kant. De Amerikanen doen het eigenlijk alleen maar goed in de acht, maar verder is het pet. Ik bedoel: Nederland staat hier nog steeds centraal als het gaat om roeitechniek. Ik denk ook niet dat je het als KNRB moet willen zoeken in extra nadruk op vermogen; onze krachttraining was in 1996 ook meer een sociaal uurtje dan iets anders.




