Afgelopen zaterdagavond werden de lintjes feestelijk doorgeknipt en was het nieuwe Vidar een feit. Niet langer een verdwaald onderkomen naast de vakantiehuisjes van de Beekse Bergen, maar een heus topsportcentrum waar menig internationale equipe niet zou misstaan. Een krachtruimte, een professionele keuken, een grote loods; alles in het kader van de professionalisering van een vereniging die hogerop wil. Want als het aan voorzitster Sandra Bouwman ligt is dit nog maar het begin. “Alles staat in het teken van 2016,” vertelt Bouwman. “Rio de Janeiro en de Varsity: dat is het einddoel.”
Vooral dat laatste is een opmerkelijke zet. De Varsity staat toch vooral hoog op het verlanglijstje van de zeven KNSRB-verenigingen, niet voor een club roeiers die pas een handvol jaren meedoet aan de strijd der oude vieren. Maar waar de ambities bij verenigingen als Proteus-Eretes en Skøll ietwat lijken weggezakt, wil Vidar juist wel winnen in Houten. De Tilburgers zien de Varsity als een goed middel om aan te tonen dat toproeien in het zuiden des lands mogelijk is. Dat laatste is namelijk de kern van het verhaal. Vandaar ook dat vijf grote partijen – Heineken, Rabobank, de provincie Noord-Brabant, de gemeente Tilburg en de universiteit – heil zagen in een grondige renovatie met een prijskaartje van bijna € 2 miljoen. Vandaar ook dat het regionale talentcentrum Zuid-Nederland, dat onder leiding staat van Andreas Leichtfuss, nadrukkelijk in de plannen voorkomt. Het nieuwe gebouw symboliseert met andere woorden de zuidelijke ambitie.
Maar het stopt natuurlijk niet bij een hoop bakstenen, wat specie en een nieuwe betonnen vloer. Bouwman somt moeiteloos een aantal elementen op die naast de nieuwbouw gerealiseerd zijn. Afspraken met het nabijgelegen vakantiepark, bijvoorbeeld, om een compleet trainingskamppakket aan te kunnen bieden. En een fysiotherapeut die op aanvraag langs kan komen. “Afgelopen zomer heeft de Canadese vrouwenacht hier bijvoorbeeld een week getraind voorafgaand aan Londen,” geeft Bouwman aan. “Zij hebben ook gebruik gemaakt van onze fysiotherapeut toen ze hier waren. Of wij dus een handje hebben geholpen aan die zilveren medaille? Zo heb ik het eigenlijk nooit gezien, maar misschien kan je dat wel stellen, ja.”
Het verhaal van Bouwman is indrukwekkend, maar tegelijkertijd is men in het zuiden kennelijk niet wars van een staaltje Tilburgse bluf. Vidar heeft het de afgelopen seizoenen immers niet bijzonder goed gedaan in de breedte. De eerstejaarsploegen varen niet standaard vooraan, qua toproeien moest de vereniging het de laatste jaren vooral stellen van lichtgewichten als Joeri Bruschinski en Diederick van den Bouwhuijsen en in Londen was geen enkele Vidraat aanwezig. “Dat klopt,” onderkent Bouwman, “maar we zijn langzaam aan het sleutelen aan het succes. Het gaat ons niet om korte termijn, maar om lange termijn.”
En het is natuurlijk niet alsof het niet kan – hooguit dat er nog wel een flinke stap te zetten is. Toen Susannah Chayes zich een aantal jaar geleden met de eerstejaarsploegen bemoeide ging het op Vidar goed. Successen bij eerstejaars, middengroepen, wat doorstroming richting de top. Geen wonder dat Chayes, symbool van de potentie in zuidoost-Brabant, aanwezig was om het gebouw feestelijk te openen. “We wilden alledrie de elementen aanwezig laten zijn tijdens de opening: de voorzieningen, in de vorm van het nieuwe gebouw, de topcoach Susannah Chayes, en de toproeister, in dit geval Claudia Belderbos,” legt Bouwman uit. “Hoewel Claudia lid is van Orca en niet van Vidar symboliseert zij toch de huidige generatie toproeiers – iets waar wij naartoe willen.”
Veni, Vidar, Vici. Dat zou nog wel eens de nieuwe slogan van de Tilburgers kunnen worden. Ik kwam, werd lid van Vidar, en ik overwon. In het Latijn om de band met de universiteit te onderstrepen en de flauwigheid van de slogan onderstreept dan weer het studentikoze karakter. Want als iets Vidar kenmerkt, is het ook wel de Brabantse gezelligheid. De zuidelijke tongval, de zachte ‘g’ die ook Bouwman heeft. En feestjes tot in de late uren, vanaf nu in de loods met een heuse DJ-toren. “Die staat bovenop het damestoilet,” licht Bouwman met een lach toe. “Het was natuurlijk even afwachten hoe het geluid klonk, maar het was zaterdagavond geweldig.” Dat is goed om te horen – dubbel zo aangezien Vidar ondanks de grote ambities nog lekker Brabants is gebleven.





