In Amerika is alles groot. De hamburgers, de wolkenkrabbers, en ook de gelden die rondgepompt worden op grote universiteiten. En je hoeft niet eens een briljante student te zijn om toegelaten te worden tot één van opleidingsinstituten verbonden via de Ivy League. Als je een leuk balletje kan gooien op het honkbalveld, of als je als je al staand op het veld met je neus de basket aan kan tikken, dan kan het zomaar gebeuren dat een grote universiteit jou uitnodigt; een uitnodiging in de vorm van een ‘scholarship’, waarin een groot deel van je studie wordt betaald als dank voor je sportverdiensten. In het roeien toch een beetje een bezigheid in de schaduw binnen het Amerikaanse sportpantheon gebeurde dat tot voor kort eigenlijk nauwelijks. Tegenwoordig is het echter schering en inslag. Een gesprek met Olivier Siegelaar (Berkeley), Meindert Klem en Jozef Klaassen (Boston University), aan de vooravond van hun eerste wedstrijd op Nederlandse wateren: de Koninklijke Holland Beker dit weekend.
Siegelaar is de jongste telg van de scholarship-familie. Klem is al een jaar of drie een bewoner van Boston, Massachusetts, en Jozef Klaassen, tja, die hoort stiekem niet eens in het rijtje thuis. De roeier van Nereus is opgegroeid in Nieuw-Zeeland. Via zijn Nederlandse ouders wist Klaassen echter een ticket voor Beijing te bemachtigen en zo vorig jaar de Olympische Spelen te roeien. Ook zijn studie aan Boston University is inmiddels afgerond. Maar ik ga nog verder studeren, luidt het antwoord van Klaassen op de vraag of hij dan inmiddels een werkende man is.
De jaren voorafgaand aan zijn selectie voor de Holland Acht bracht Klaassen nauwelijks in Nederland door. Een verdwaalde zomer roeide hij in de vier-zonder naar een eerste plaats in de B-finale van het WK onder 23 in Amsterdam, 2005. In Nederlandse dienst welteverstaan. Menig Nederlandse roeier zal zich toen achter de oren hebben gekrabt bij het lezen van Klaassens naam. Ik was in Boston Meindert [Klem, red.] tegen het lijf gelopen en toen ik hem vertelde dat ik voor Nederland wilde starten heeft hij me op weg geholpen, vertelt Klaasen desgevraagd. Roeien voor Nieuw-Zeeland was voor hem geen optie. De selectiecriteria waren hem daar te streng, te rigide. Ook nu, na zijn knappe vierde plaats op de Spelen, kon hij niet rekenen op enige coulance van de Nieuw-Zeelandse roeibond. ‘Je kent de procedures’ kreeg Klaassen te horen toen hij informeerde naar de mogelijkheid om voor Nieuw-Zeeland te roeien toen hij er na Beijing weer kwam wonen. Hard ergometeren of vooraan varen in de skiff, dat waren mijn mogelijkheden. Klaassen had daarom al snel de keuze gemaakt om weer voor Nederland uit te willen komen op de WK’s. Begin juni kwam hij na een lange vliegreis weer aan op Schiphol.
Siegelaar en Klem volgden niet veel later. De twee roeiers, die vorig jaar nog een poging deden om in de dubbeltwee naar de Olympische Spelen te komen, rolden eigenlijk samen in het hele scholarship-gebeuren door hun aanwezigheid op het junioren-WK in 2004, in Banyoles. Het is volgens Klem de plek waar veel Amerikaanse universiteits-coaches rondlopen op zoek naar talent. Als je junioren-WK roeit, dan ben je per definitie interessant voor die lui, zegt de roeier van Willem III. Klem leerde via via Klaassen kennen en die regelde voor zijn landgenoot een verblijf in Boston, waar laatstgenoemde al vanaf 2003 studeerde. De twee roeiden vervolgens samen de Varsity Eight, zegmaar de oude acht van de universiteit, in het seizoen 2006.
Siegelaar volgde Klem niet meteen naar het buitenland. Na zijn jeugdroeitijd bij het Spaarne sleet hij eerst een aantal jaren bij Laga alvorens afgelopen januari te verkassen naar Berkeley . Ik wilde net als Meindert wel gratis studeren in het buitenland, dus toen ben ik gaan rondmailen. Ik studeerde in Delft werktuigbouwkunde en Cal [de Universiteit van Californië, oftewel Berkeley, red.] had een goede reputatie voor Engineering en ook qua roeien. Plus ze hadden Mike Teti als coach, legt Siegelaar uit. De keuze was daarom makkelijk gemaakt. De komende drie jaar zal Siegelaar nog wel in Californië verblijven, mits hij wordt toegelaten tot de echte studie Engineering. “Maar ik weet inmiddels hoe we de Varsity moeten winnen voor Laga, dus volgend jaar vlieg ik misschien wel even in daarvoor”.
De drie ‘exchange students’ waren krap in Nederland of ze moesten al opdraven voor de seatraces voor de acht afgelopen anderhalve week. Echt verrassend was dat niet voor ze; allemaal hadden ze contact met bondscoach Dave McGowan gehad tijdens hun verblijf in het buitenland. Klem en Siegelaar waren in eerste instantie gepolst voor een scull-project, maar toen dat niet doorging rolden de twee net als Klaassen in de richting van de acht. Seatracen daarvoor was, gezien hun ervaringen in Amerika, een herkenbaar fenomeen. Gevraagd over hun ervaringen in Amerika hiermee barsten de drie pas echt los. Het gevolg is een relaas dat heen en weer gaat tussen Boston en Berkeley, maar met een groot aantal universele kenmerken. Siegelaar: In Amerika is er geen dialoog. Je hebt een coach en die zegt je wat je gaat doen. Geen trainingsschema, geen discussie. Als je een weerwoord hebt krijg je een donderpreek. Dingen als ‘You’d better find a way to pay for your tuition next year’. En dat menen ze ook! Een Serviër, winnaar van een aantal medailles op WU23-niveau, werd omwille van zijn grote mond teruggezet naar de tweede, de derde en uiteindelijk de vierde ploeg. Siegelaar, toch ook niet een jongen die direct doet wat gezegd wordt, geeft toe ook wel eens het lijdend voorwerp te zijn geweest van zo’n woede-uitbarsting.
Klem en Klaassen knikken ondertussen hun hoofd in herkenning. Ook zij merken in Boston de strikte hiërarchie, al is Mike Teti wel een van de strengsten van de Amerikaanse coaches. Nouja, zegt Klem, op die oude coach van ons na. Die was echt een psycho. Klaassen vertelt verder: In Amerika is het bijna alleen maar seatracen. Je moet jezelf continue bewijzen ten overstaan van de coaches. Soms moesten we zes keer twee kilometer varen in tempo 30. Uiteindelijk blijkt gewoon dat het kan. Siegelaar: Je zit daar gewoon met 14 jongens die even goed zijn. Dan moet je wel je best doen, in Nederland is dat soms wel anders, dan zit er niemand onder die beter is. Zo’n systeem zou hier alleen überhaupt niet werken. Ik zou er bovendien echt gek van worden om continue op mijn lip gezeten te worden.
Dat blijkt ook uit de training waar de drie voor het gesprek mee bezig waren – “dat was echt niet mogelijk geweest in Amerika”. In de hitte hebben ze net een kilometer of 12 heen en weer gepeddeld veel meer naam kan hun vaarsessie niet hebben. Slagman Diederik Simon deed op het laatste baantje terug samen met Siegelaar een verwoede poging om expres een zo lomp mogelijke haal weg te leggen, tot grote hilariteit van het gezelschap. Klaassen en Klem kijken vanaf boeg schouderophalend toe. Zeker als Siegelaar er ook nog een sport van maakt om minimaal vier keer per baantje zijn spierballen te laten zien.
Dat trucje konden we vorig jaar nog op de videobeelden zien van de Holland Beker, de wedstrijd waar de nieuw geformeerde Holland Acht ten tonele zal verschijnen – met de drie buitenlandse roeiers aan boord. Veel tegenstand is daar nog niet, dus of de acht op oorlogssnelheid de Bosbaan over zal schieten valt te betwijfelen. Zeker is wel dat ook de drie scholarship-roeiers gebrand zijn op medailles. Weet je, zegt Siegelaar met een zen-achtige ondertoon, als ik één ding wel heb geleerd in Amerika is dat je met keihard werken alles kunt bereiken. Als je een groep opdracht geeft om honderd kilometer hard te varen komt er uiteindelijk toch één iemand als winnaar bovendrijven. Het is allemaal psychisch. Die gouden medaille, die kunnen we dit jaar al best eens halen.
Foto’s





