Hoofdcoach Titus Weijschedé kijkt deze week naar een ontluikende bloem. Heel het seizoen trainen de bemanningsleden van zijn armada zich het leplazarus en is men zo een beetje permanent vermoeid. Om het lijf nog eens extra te prikkelen werd de ene na de andere hoogtestage afgewerkt. Pas vlak voor de WK worden de teugels iets gevierd. Dan krijgt men wat minder kilometers voor de kiezen en prijken er wedstrijdspecifieke trainingen op het schema. Dinsdag zag hij – om maar in de beeldspraak van de bloem te blijven – de eerste blaadjes uit de knop komen.
Als een bloemteler van dagverse producten waakt Weijschedé ervoor dat zijn handelswaar niet al volop in bloei staat voordat in de winkel is beland. Hij wil pieken op het perfecte moment. Zijn negen boten werkten dinsdag twee stukken over 1500 meter op baansnelheid af. Wat bleek? Ze gaan allemaal hard. De een misschien relatief nog wat sneller dan de ander, maar de bandbreedte waarin wordt geopereerd is tamelijk smal.
(tekst loopt door onder de crowdfunding-oproep)

Klik hier en doe mee aan de NLroei-crowdfunding, vink aan dat we jouw naam mogen vermelden en maak automatisch kans op een monumentaal boek: Legacy, editie roeien. Alvast bedankt!
“Ik ben en blijf voorzichtig, maar die sessie liet zien dat de boten er allemaal goed voor staan”, stelt Weijschedé. De vorm is blakend, het vertrouwen is groot. “Maar toch zijn de roeiers kritisch. Het gaat goed, maar het kan nog beter.”
En het zal conform het plan ook nog wat harder gaan. “Deze week maken we nog behoorlijk wat kilometers. Met de ploegen die maandag al aan de bak moeten, brengen we wat eerder de trainingsomvang terug. De achten starten pas volgende week zaterdag, daar verlagen we het volume wat later.”
Peddelen
Iedereen binnen de equipe moet stevig in de schoenen staan om de timing van het aanscherpen aan te durven. “Het is heel verleidelijk om eerder gas terug te nemen, het is voor atleten niet lekker om altijd maar vermoeid te zijn. Dat heeft ook zijn weerslag op de techniek en hoe het roeien gaat. Dat voelt dan soms wat gek aan. Dit kan wel eens tot wat wrijving binnen een ploeg leiden. Maar met name ervaren roeiers die dit al meerdere malen hebben meegemaakt, weten hoe het voelt en dat het over een paar dagen nog veel beter kan gaan.”
Weijschedé en zijn staf spelen deze dagen kort op de bal. Dinsdag peddelde het opperhoofd op de Bosbaanoever met zijn fiets van boot naar boot, steeds druk in gesprek met de betreffende ploegcoach.
Anders
Het is zijn eerste WK als hoofdcoach, en lijkt niet echt op zijn twee voorgangers. Waar de markante vernieuwer Eelco Meenhorst neigde naar wat autocratisch gedrag en er niet voor terugdeinsde om met zijn loudhailer wel eens dwars door het betoog van zijn ondergeschikte ploegcoaches heen te tetteren, lijkt Weijschedé qua persoonlijkheid meer op zijn vriendelijke voorganger Arnoud Hummel. Toch is er een groot verschil tussen die twee: het huidige hoofd kan wel zelf een roeiploeg naar een hoger plan coachen.
Coach Weijschedé is bij alle roeiers en roeisters nauw betrokken, en is een aanhanger van het principe ‘gezamenlijke verantwoordelijkheid’. En dan heeft hij het over de samenwerking tussen de atleten, de ploegcoaches, de rest van de omvangrijke staf, en hemzelf als ‘eindbaas’. Zijn CV loopt niet bepaald over van de leidinggevende ervaring. Qua leiderschapsstijl laat hij zich als volgt samenvatten: je werkt mét hem, in plaats van onder hem.
Jeugd
Weijschedé – ooit begonnen als jeugdroeier bij de Alkmaarsche – kijkt uit naar de WK in eigen land. “Ik hoop dat het de jeugd in Nederland inspireert om zich aan te melden bij een roeivereniging om ook in de boot te stappen.”
De roeiadmiraal heeft vertrouwen in zijn armada, maar denkt in de laatste dagen richting het toernooi niet alleen in kansen. Vorige week botste sterroeister Hermijntje Drenth op een auto en lag even in de kreukels. “Deze week kan ze alweer roeien, we bekijken het nog steeds dag voor dag, maar ik heb goede hoop dat zij met de WK gewoon mee kan doen. Maar toch: het laat zien dat er dingen onverwachts mis kunnen gaan.”
Baanverschil
Weijschedé trok na de Holland Beker aan de bel toen hij zich ergerde aan het vele wier in de Bosbaan. Dat probleem lijkt inmiddels opgelost, maar hij houdt zijn hart vast als het gaat om de potentiële baanverschillen als het de komende week op de Bosbaan gaat waaien.
“Maar ook dan zullen we moeten dealen met de omstandigheden en de bijbehorende maatregelen. Het is wat het dan is.” Maar hij ziet niet alleen maar beren op zijn pad, hij ruikt wel degelijk kansen. Desgevraagd pikt de hoofdcoach één boot uit zijn armada: de mannendubbelvier. Die beleven een opmerkelijk goed seizoen. “Een mix van twee nieuwe jongens en twee die nog niet zo heel lang meelopen, maar leergierig, positief en stuk voor stuk van hoge kwaliteit.” En zo heeft hij nog acht ijzers in het WK-vuur.
