27 september 2020

[U19serie, III] Krap roeiwater doet junioren geen goed

[U19serie, III] Krap roeiwater doet junioren geen goed
Roeien in Arnhem (foto Peter-Paul Lucker).

Arnhem en Utrecht: beide provinciehoofdsteden die een zogenoemde burgerclub herbergen. In Gelderland heeft men beperkt roeiwater. Bij het Utrechtse Viking ziet men dat alsmaar minder worden. Twee betrokkenen doen hun verhaal over onder andere de samenhang tussen trainingswater en het juniorenroeien. NLroei brengt (onregelmatig) een serie verhalen over het juniorenroeien, dit is deel 3.


Doe mee aan de crowdfunding en maak kans op Fluisterend goud van Diederik de Boorder. Doneren kan hier. Alvast bedankt!

Guus Welter is al ruim 40 jaar een roei-enthousiasteling pur sang, tegenwoordig is hij wedstrijdcommissaris van Viking, waarvoor hij al jaren ook eigenhandig junioren coacht. “Wij zitten op 12 procent onder de 19 jaar. In totaal hebben we ongeveer 750 leden, waarvan 90 jeugdleden en junioren. In deze groep zijn 30 wedstrijdroeiers actief. . Halverwege vorig jaar hebben we een jeugdledenstop in moeten stellen. Dit is gebeurd omdat ons toch al wat krappe kanaal en het coachpad een jaar lang grotendeels wordt gestremd door werkzaamheden. En als die achter de rug zijn, zal het huidige roeiwater weer een stuk in kwaliteit achteruit zijn gegaan”, verzucht Welter.

Krap
Hij weet niet wat de stop op nieuwe junioren gaat betekenen voor de opbouw van jeugd en junioren bij zijn club. Het wordt in elk geval een uitdaging. Er is hoop. Mogelijk komt er in de nabij gelegen polder Rijnenburg op termijn extra roeiwater. Dat is in principe mogelijk, maar of het er ook van gaat komen, is hoogst onzeker. In Arnhem kunnen ze meepraten over armzalig trainingswater. De leden van Jason trainen op een zijtak van de Nederrijn, die is maximaal 1,5 km lang, met een haakse bocht erin. In de winter wordt het water verkleind door cruiseschepen die daar wachten tot hun vaarseizoen weer aanbreekt. Daarnaast vereist het in- en uitvaren van beroepsvaart veel aandacht.

Jason
“Wij hebben als coach op twee stukken van 300 meter lang goed zicht op onze roeiers, echter op grote afstand. Op de Rijn roeien doen we niet met de junioren in glad materiaal. Het is verre van optimaal, maar we moeten het ermee doen”, zegt Renate Casparie die bij Jason al decennia jeugd en junioren coacht.

Omvang
In Utrecht (circa 350.000 inwoners) hebben de drie roeiclubs 2500 leden die het plaatselijke 4,5 kilometer lange Merwedekanaal (over)bevolken, in Arnhem (150.000) is het totaal aantal roeiers iets minder dan 250 stuks. Het aantal junioren varieert er, soms zijn twintig, ook wel eens dertig. “Dit jaar hebben we er veertien, vier ervan zijn wedstrijdroeiers die aan nationale wedstrijden deelnemen ”, aldus Casparie.

Tragedie
Deze week is het drie jaar geleden dat drie Jasonleden omkwamen bij een ongeval met hun roeiboot. Dat sloeg natuurlijk bij de kleine club (en ver daarbuiten) in als een bom, maar het tragische incident heeft geen directe negatieve invloed op de aanwas van junioren. Heel actief is Jason niet als het gaat om het werven van junioren. Maar de mond-tot-mondreclame doet zijn werk. En wordt er op niveau gepresteerd.

Arnhems talent
Ondanks de beperkingen bij Jason, komen er af en toe toch weldegelijk talenten naar boven. Het ontbreekt aan sparringsessie binnen de club op het eigen niveau. “Op dit moment hebben we twee roeiers met al wat ervaring. Robert Pluijmert roeit sinds juni 2017 en is dankzij verschillende combinatieploegen in 2018 en 2019 naar de Coupe geweest. Georg Vasiliev roeit pas sinds augustus 2018 en is in 2019 gelijk wedstrijden gaan starten. Hij is nog jong en kan hopelijk nu drie mooie juniorenseizoenen tegemoet zien. Bij de laatste NKIR, 2 weken voordat hij 15 jaar werd, haalde hij al een mooie 6:50.”

Beperkend
De roeibond wil het aantal junioren laten groeien. Op het Utrechtse Merwedekanaal is dat volgens Welter eigenlijk niet mogelijk. “Er wordt gekeken naar alternatieven zoals de nieuwe roeibaan in Rijnenburg, een tijdelijke uitvalbasis in Vianen, samenwerking met verenigingen buiten de stad Utrecht en zelfs e-roeien. Wat daarvan de consequenties zijn voor de groei van het aantal junioren is nog niet in te schatten.”