Ze is opgegroeid in Nederland, ging naar school in Amsterdam-Zuid, maakte haar eerste roeihalen op de Bosbaan en kwam in het Nederlandse team terecht. Nu keert Eve Stewart terug naar diezelfde plek, maar dan in het shirt van Groot-Brittannië. Het is ook wel een grappige combinatie, geeft ze zelf toe: op de plek waar ze zelf nog voor Nederland roeide, staat ze er straks voor een ander land aan de start. Maar ze kan er alleen maar positief over zijn: “Het voelt heel erg als thuiskomen. Ik vind het heel leuk.”
Dat Stewart nu voor Groot-Brittannië roeit, was meer een spontane keuze dan een weloverwogen besluit. Ze zat in het Nederlands bondsteam, maar moest begin 2022 een stap terug nemen vanwege een blessure. In april van dat jaar ging ze naar Leander, en die zomer vond ze het er zo leuk, dat ze besloot te blijven en in te stromen in het Britse trialsysteem. Begin 2023 was het zover: ze zat officieel bij de Britse bondsbemanning. “De staf en de coaches gaven aan dat ze me heel graag bij het team wilden hebben.” De weg daarnaartoe verliep niet vlekkeloos; de zomer van 2023 was lastig, omdat ze aan het herstellen was van haar blessures en weer sterker wilde worden. Maar toen het erop aankwam, stond ze er: in Parijs.
Voordat Stewart ooit ging roeien, wilde ze al naar de Olympische Spelen. Het seizoen van 2024 verliep goed: ze werd tweede op de trials, stroomde door in de acht en pakte enkele wereldbekers. Op de spelen moest het vervolgens gebeuren, en dat deed het. De ploeg pakte brons. “Het was echt heel speciaal.”
Omdat de Nederlandse vrouwenacht niet meedeed in Parijs, voelde ze zich daar extra gesteund door haar oude Nederlandse ploeggenoten en vriendinnen. Met een olympische medaille behaalde ze iets waar veel roeisters van dromen, maar juist dat bracht haar aan het denken over wat roeien voor haar betekent. “Iedereen wil goud winnen en ik natuurlijk ook. Je traint zo hard en legt er zoveel voor opzij, terwijl die gouden medaille misschien wel nooit komt. Dan ga je even schakelen: waar doe ik het nu eigenlijk voor?” Het antwoord bleef voor haar simpel. “Roeien vind ik gewoon heel leuk en het maakt me gelukkig. Zolang dat zo blijft, ga ik ermee door.”
Brits record
Ook op de EK in de acht liet Stewart zien dat ze meedoet om de medailles: zilver, met een Brits record voor vrouwen dat er tien jaar had gestaan. “We waren tevreden over de race, al was het geen perfecte.” Maar dat Britse record, dat maakte het weekeinde toch net wat leuker
En dan staat nu het WK voor de deur. Stewart verwacht veel steun langs de kant: familie uit Amsterdam, vrienden van de basisschool en middelbare school, en zelfs familie die overvliegt vanuit Engeland en Wales. “Het wordt gewoon één groot feest. Met een acht is dat extra leuk, want dan heb je ook meteen veel meer aanhang.”
Energie
Extra druk voelt ze daar niet door. “De grootste druk komt toch echt van jezelf. Mensen om je heen hebben die van je houden, geeft me alleen maar meer energie.” Ambities heeft ze voor de WK zeker, maar de focus ligt op het proces.
“Winnen is het doel, maar ik probeer nu vooral bezig te blijven met waar we dagelijks mee bezig zijn. Als je je beste race kunt neerzetten, kun je alleen maar trots zijn op wat je hebt gedaan.”
Opbouw
Hoe Stewart tegen de Nederlandse concurrentie aankijkt? Daar hoeft ze niet lang over na te denken: “Het Nederlandse team bouwt altijd heel goed naar een WK toe, en dat doen wij ook.” Ze kijkt er niet heel anders dan naar andere landen. “Wat er naast je gebeurt, daar heb je geen invloed op”, stelt Stewart. Ze is er dan ook in haar hoofd weinig mee bezig.
En zo komt Stewart straks aan op de Bosbaan: de plek waar ze heeft leren roeien. Alleen draagt ze er nu een Brits shirt. “Ik voelde me eigenlijk altijd al een Brit, ook toen ik nog in Nederland woonde. Maar Nederland was wel mijn thuis.” Die twee werelden komen op de Bosbaan samen. En dat voelt “heel leuk en speciaal.”
