10 april 2021

Inge Janssen over onzekerheden rondom Olympische Spelen

Inge Janssen over onzekerheden rondom Olympische Spelen
Foto: Isabelle Jacobs

Gaan de Olympische Spelen dit jaar wel door? Volgens de organisatie wel, maar als het aan de Japanse bevolking ligt niet. Hoe het toernooi er precies uit zal gaan zien is ook nog niet duidelijk. NLroei sprak met Inge Janssen – roeister van de dubbelvier en lid van de Atletencommissie – over alle onzekerheden.

Dat het vorig jaar niet doorging kwam voor Janssen als een harde klap. Ze had besloten dat het haar derde en laatste spelen zouden zijn. Even twijfelde ze erover om te stoppen. Maar ze besloot er toch vol voor te gaan. ‘‘Ook al wist ik van tevoren dat ook dit een jaar zou zijn met veel onzekerheden. Daar hield ik rekening mee.’’

Vaccinatieplicht
Zelf denkt ze dat het toernooi op 23 juli gewoon van start gaat, maar ze weet ook dat niets helemaal zeker is. En met welke maatregelen is ook nog niet bekend. Zo was er al een hoop discussie over het wel of niet vaccineren van atleten; uiteindelijk worden deelnemers niet verplicht zich vooraf te laten prikken. ‘‘Dat vind ik een goede zaak – hoewel ik zelf wel een vaccin zou willen nemen. Ik zie dat als de enige oplossing om als samenleving uit deze situatie te komen’’, zegt Janssen.

Testbeleid
Eerder deze maand werd een eerste draaiboek van de Spelen bekendgemaakt. Daarin staat dat atleten ten minste elke vier dagen getest moeten worden. Welke testen dat zijn en wat de gevolgen van een positieve uitslag zijn is nog niet precies bekend. ‘‘Dat houden we bij de Atletencommissie goed in de gaten. Het kan namelijk nog wel eens voorkomen dat iemand een valse positieve testuitslag krijgt, en dat kan tijdens de Spelen desastreuze gevolgen hebben; dan mag je niet meer deelnemen. Maar een streng en rechtvaardig testbeleid is natuurlijk wel van belang om alles veilig te kunnen organiseren. Zo lang de protocollen maar duidelijk en fair zijn.’’

Andere belevenis
Een ding weet Janssen wel zeker: het zal er niet bepaald gezelliger op worden in het olympisch dorp. ‘‘Dat is heel jammer. Je familie die op de tribune zit, na afloop bij andere sporten kijken, de feestjes, dat hoort er normaal allemaal bij. Zonder al die dingen zal het een hele andere belevenis worden, maar daar stel je je op in. Ik zou het heel zuur vinden als mijn vriend er niet bij kan zijn om alles mee te delen. Maar ja, uiteindelijk draait het maar om één ding en dat is olympisch kampioen worden.’’

Veilig
Sporters die vinden dat het toernooi eigenlijk moet worden afgeblazen kent ze niet. ‘‘Maar die zullen er vast wel zijn. Ik snap ook de bezorgdheid van de Japanse bevolking. Die denken natuurlijk: waarom in godsnaam? Toch heb ik er vertrouwen in dat het veilig kan doorgaan. Maatregelen zoals een duidelijk testbeleid en bubbels die we nu ook vaak rond trainingskampen hebben geven perspectief dat het allemaal mogelijk is.’’

Bevoorrecht
Toch is het ergens allemaal een beetje wrang, vindt ze. ‘‘Soms voelt het oneerlijk wat wij als atleten allemaal mogen en kunnen. In grotere bootnummers roeien, op trainingskamp naar Sevilla: er wordt veel voor ons geregeld. Terwijl driekwart van de Nederlanders thuis moet werken en überhaupt niet hun sport kan beoefenen. Ook al is het voor olympische atleten nu lastig met al die onzekerheid, het voelt nu extra als een heel bevoorrecht leven. Dat maakt het een stuk makkelijker om positief te blijven en er vol voor te gaan.’’