06 december 2019

Robert Lücken: Hollands nieuwe roeitechniek

Robert Lücken: Hollands nieuwe roeitechniek

De Holland Acht van nu roeit met een ander ritme. Volgens slagroeier Robert Lücken is rustig oprijden een achterhaald concept. In een bondig betoog legt hij uit hoe het volgens hem theoretisch zit en hoe het in de praktijk voelt, hier laat hij de nieuwe Hollandse stijl zien. Reageren? Dat kan via Facebook, mail naar info@NLroei.nl, of via een commentaar onderaan dit artikel, inclusief de voor- en achternaam van de reageerder.

Maak kans op het boek ‘Fluisterend Goud’, doe nog vandaag mee aan de crowdfunding van NLroei, dat kan hier. Alvast bedankt!
“Vaak wordt Nederland gezien als innovatief land maar op het vlak van roeitechniek is daar geen sprake van. Door successen uit het verleden – met name die van de Holland acht van 1996 – ontstond er in Nederland een beeld van de ideale roeihaal. De techniek van toen is inmiddels verouderd. Toch merk ik dat deze achterhaalde benadering nog steeds leidend is bij veel roeicoaches in Nederland. 

Wellicht kent u de video’s die aan het begin van de eeuw gemaakt werden door de  roeibond genaamd: ‘De Nederlandse roeitechniek’: 1 en 2. Daarin wordt duidelijk hoe er destijds gedacht werd over ritme. Het idee was om achterin vanuit een snelle impuls een keerbeweging te maken naar ‘stop 3’ om vervolgens veel tijd te nemen ‘op de slidings’. Ook wel ‘rustig oprijden’ genoemd. Dat is een  gepasseerd station. De beelden van destijds zijn nu nog enkel van nostalgische waarde.  

Afremmen
Rustig oprijden remt namelijk bootsnelheid. Dat zit zo. Bij het oprijden heeft de boot de hoogste snelheid en die wil je niet belemmeren.  Achterin snel keren en inbuigen lokt rustig oprijden uit maar wat gebeurt er dan precies met de snelheid van de boot? Door op die manier de recover in te zetten, verhoog je de bootsnelheid op dat moment een beetje, maar daartegenover staat dat je de boot bij het oprijden eerder afremt omdat de massa van de roeiers dat veroorzaakt.

Sneller?
Bij rustig oprijden komt er druk op het voetenboord tijdens het oprijden, de bootsnelheid wordt lager en op dat moment plaatst de roeier zijn blad in het water om het proces te herhalen. De haal voelt dan voorin zwaar aan en om dat te compenseren is er bedacht dat het begin van de beentrap rustig moet gebeuren om in het tweede deel van de haal de boot te versnellen. Is het mogelijk om op deze manier hard te roeien? Ja. Is er een manier die sneller is? Zeker! 

Geheim 
In het najaar van 2010 maakte Drew Ginn, de beste roeier ter wereld, een podcast over dit onderwerp. ‘Will it make the boat go faster?’. Zijn verhaal had een enorme impact. Ginn gaf namelijk zijn geheim prijs: Stop met rustig oprijden! ‘Thats the stupid way of doing it’. Hij vertelde dat er na de eindhaal geen snelle keerimpuls behoort te zijn maar een vloeiende, misschien zelfs een ‘luie beweging’. Vervolgens komen de knieën rustig op en dan is het oprijden licht versnellend. Op deze manier heeft de boot een hogere snelheid vlak voor de catch en wanneer de timing goed is voelt de haal voorin niet zwaar maar juist licht aan. Snelheidsbehoud is op deze manier veel gemakkelijker.  

Navolging 
De Kiwi Pair, Mahé Drysdale, de Zwitserse lichte vier, de Duitse acht, de Australische boordroeiers en vele anderen hebben deze manier van roeien overgenomen. In Nederland begon een aantal boordroeiers in 2017 ermee. Inmiddels roeit de Holland Acht ook volgens dit principe. Wij merkten al vrij snel dat onze bootsnelheid in trainingen hoger was dan in voorgaande jaren. De grootste zorg bij dit ‘nieuwe’ ritme was altijd dat de timing voorin te moeilijk zou worden. Het tegendeel bleek waar. Met minder tijd op de slidings is de willekeur van het plaatsmoment veel kleiner. De catch wordt een logisch gevolg van het rijden. Als slagman is dat erg prettig. Voor ons ligt nu de uitdaging om dit ritme te perfectioneren in hoog tempo. Daar moeten we nog beter in worden. Voor de coaches in Nederland is het van belang om de theorie van dit ritme te doorgronden willen we internationaal aanhaken. Alle coaches (en roeiers) die de podcast van Ginn nog niet kennen, belluister het vandaag nog!”

3 comments

  • Innovatief? Ik leerde in 1980 van verschillende coaches bij Nereus en Skoll (Jan Kok): het oprijden iets versnellen naar het einde toe. De jaren negentig een soort van roeitechnische middeleeuwen, met Nico Rienks als grote schuldige?
    Op het filmpje zie ik overigens de ploeg geweldig lang en rustig roeien. Retro of niet, zo gaat ie goed, mannen!

  • Mijn commentaar beperkt zich tot de recovery. “het rustige rijden wordt verlaten” maar dit wordt niet erg verduidelijkt. Wordt bedoeld dat de recovery in kortere tijd (dan voorheen) wordt voltooid of dat die tijd onveranderd is (t.o.v. voorheen) en binnen de recovery een ander snelheidsprofiel wordt gekozen?
    Het tweede geval is interessanter en daar wordt verder op ingegaan.
    Er wordt voortdurend over de snelheid van de boot gesproken. Logisch want die is goed zichtbaar en meetbaar maar niet de relevante grootheid om de prestatie te beschrijven. Dat is de totale impuls of momentum: de som van alle massa’s van boot, roeiers en riemen vermenigvuldigd met hun snelheid t.o.v. de wal.
    In het geval zonder wrijving (niet de realiteit maar geeft wel inzicht) is de impuls gedurende de recovery constant door het ontbreken van uitwendige krachten.
    Ter verduidelijking:
    Stel de tijd voor de recovery T seconden. Bij het begin van de recovery is t = 0 en aan het eind is t = T.
    Verder wordt verondersteld ( overeenkomstig de werkelijkheid) dat bij t = 0 en bij t = T de roeiers niet bewegen t.o.v. de boot. Verder mogen tijdens de recovery alle mogelijke manieren van oprijden geprobeerd worden. Dan blijkt:
    1. De snelheid aan het eind van de recovery = de snelheid aan het begin
    van de recovery (van boot en roeiers)
    2. De boot en de roeiers hebben dezelfde afstand afgelegd (de roeiers een slidinglengte minder dan de boot)
    Nu was dit zonder wrijving maar de werkelijke situatie is niet zoveel anders dat dit niet leerzaam zou zijn.

    Hoe nu met wrijving? Dan kan simulatie duidelijkheid verschaffen. Het minst wrijvingsverlies wordt bereikt door de bootsnelheid zo constant mogelijk te houden en dat wordt bereikt door versneld (maat niet sneller) op te rijden. Echter het verschil over 2000m is slechts 1 tot 2 s.
    Zie mjn website voor simulatieresultaten en verwijzingen naar andere websites

  • Zo ongeveer coach ik al meer dan 45 jaar, o.a. als bondscoach in München, bij ARCW in Würzburg en sinds 20 jaar weer bij De Hunze in Groningen. Als roeiers te sloom inpikken of niet snel druk nemen, zeg ik soms wel eens dat ze tè Nederlands roeien. Soms hoor ik zelfs nog bazelen over die idiote “aanzwellende haal”, maar dat lijkt mij inmiddels niet meer zo veel voor te komen. Als nu iedereen het nieuwe advies gaat volgen, raken we waarschijnlijk wel een beetje onze voorsprong kwijt. 

    Feico P.J. Camphuis. 

Comments are closed.