20 augustus 2019

Jacht naar goud

Jacht naar goud

Drie bronzen medailles en vijf boten die zich plaatsten voor de Olympische Spelen. Hoe tevreden moet roeiend Nederland zijn en misschien nog wel belangrijker, hoe moet het verder?

Aiguebelette – Zeker als je het vergelijkt het met desastreus verlopen WK in eigen land kunnen we niet anders dan constateren dat de Nederlandse equipe het in Frankrijk in de breedte zeer behoorlijk heeft gedaan. Met zes finaleplaatsen in olympische nummers en vijf boten die nu al zeker zijn van de Spelen kan technisch directeur Hessel Evertse niet anders dan tevreden terugkijken. Toch zijn er meer conclusies te trekken.

Absolute top
Zo stemt het minder vrolijk dat we nog steeds niet meedoen met de absolute top. De prestaties van met name de vrouwen dubbelvier en de Holland Acht zijn veelbelovend – beide ploegen hielden in een spannende finale met veel belangen het hoofd koel – voorlopig leveren ze nog geen goud of zilver op. Daarvoor moeten de boten nog twee a drie seconden goedmaken. Een verschil dat niet zomaar overbrugd is.

Race-ervaring
Dat één zwaluw nog geen zomer maakt, ondervonden beide mannen vieren en de vrouwen acht. Eén spectaculaire race in een halve finale of voorwedstrijd is nog niet voldoende om bij de wereldtop aan te haken. Hoe hoopgevend de optredens ook waren, het kopiëren van die beste races in finales blijkt nog een lastige klus. Ineens gaat in plaats van één of twee ploeg(en) iedereen hard of loopt het net iets minder. Consequent goeie races roeien in plaats van mikken op een uitschieter lijkt het devies. Positief aspect is dat genoemde ploegen daar nog een jaar voor hebben.

Trainingsopbouw
Dit neemt niet weg dat met name de mannen uitstekend hebben gepresteerd dit WK. Samen met Groot-Brittannië en Italië was Nederland het enige land dat bij het zware mannen boordroeien in alle finales vertegenwoordigd was. Aanvankelijk was er veel te doen omtrent de trainingsopbouw van de groep. De benadering van veel kracht en relatief weinig kilometers blijkt uiteindelijk niet slecht uit te pakken. Andere ploegen met een andere aanloop (zoals de twee-zonder maar ook de vrouwen dubbelvier) bleken echter ook succesvol. Blijkbaar zijn er meerdere wegen die naar Rome leiden.

Wisselingen

Hoofdcoach Mark Emke heeft dan ook weinig zorgen. Alle drie de mannen boten hebben hun eigen dynamiek en het wisselen van bemanning lijkt dit alleen maar te kunnen verstoren. Daarnaast zou het zomaar eens kunnen dat de Britten er volgend jaar voor kiezen de prioriteit weer bij de vier-zonder te leggen. Het is algemeen bekend dat hoofdcoach Jurgen Grobler niet houdt van onzekerheden en bij de acht is het verschil met de Duitsers bijzonder klein. Met de Italianen als wereldkampioen in de vier lijkt die olympische titel makkelijker binnen bereik.

Samensmelting

Zorgen heeft Emke wél wat betreft de lichte roeiers. Met hun 16e plaats in de dubbeltwee zal het project van de Muda’s afgelopen zijn. Nu de vier met een vijfde plaats en vooral een sterke halve finale heeft laten zien de nodige progressie te hebben geboekt, is een samensmelting echter niet meer zo voor de hand liggend. De roeiers uit de vier juichen het elk geval niet toe, mede ook omdat de onderlinge verhoudingen verre van ideaal zijn.

Versterking
De roeitweeling heeft in het verleden echter genoeg laten zien om eventueel een versterking te kunnen zijn. Een uitkomst zou kunnen zijn – mits het harder gaat natuurlijk – beide roeiers uit elkaar te halen. De strubbelingen zullen dan tot een minimum beperkt worden en eventueel valt er met de lichting jonge talenten ook nog een snelle dubbeltwee te maken. De vraag is alleen of de Muda’s daar trek in hebben. Afgelopen dagen gaven ze aan zich te beraden op hun toekomst.

Dubbel starten

Het WK zal voor vrouwen hoofdcoach Josy Verdonkschot een wisselend gevoel geven. Trots zal hij zijn dat voor het eerst sinds 2000 een zware vrouwenploeg anders dan de acht een medaille heeft gehaald op het hoogste niveau. Maar zijn beslissing om de twee en de acht dubbel te laten starten pakte minder goed uit. We weten natuurlijk niet hoe het de acht was vergaan als dat niet was gebeurd, maar een week amper roeien in de acht én twee vermoeide mensen aan boord zal zeker niet hebben geholpen.

Karwei
Ondertussen kwalificeerde de twee zich wel voor de eisen van wereldroeibond FISA, maar niet voor die van het eigen NOC*NSF. Wat daarmee te doen is nog onduidelijk. Meest logische keus is om vol door te gaan met de acht en volgend jaar via het kwalificatietoernooi alsnog plaatsing af te dwingen. Het is in Nederland weliswaar een beproefde methode, maar met landen als China, Roemenië en Australië ook een hels karwei.

Keijser

Een ander lastig vraagstuk is die van de lichte vrouwen dubbeltwee. De ploeg werd de dupe van een zware loting in de kwartfinale en eindigde als veertiende. Alsnog moet worden geconstateerd dat de dubbel het niveau (nog) niet heeft om in de finale mee te doen. Enige logische oplossing is het betrekken van wereldkampioene bij de junioren Marieke Keijser. De Griekse zware dubbeltwee toonde al aan dat dit bijzonder succesvol kan zijn.

Goud

De conclusie is dat we als Nederland er een jaar voor de Spelen niet slecht voorstaan. We hebben twee volwassen ploegen die laatste wedstrijden hebben aangetoond onder zware druk te kunnen presteren. Daarnaast zijn er nog drie boten die in een jaar kunnen uitgroeien tot medaillekandidaat en misschien lukt dat zelfs ook nog wel met de vrouwen acht. Maar we weten inmiddels ook dat we onszelf niet rijk moeten rekenen. Voor een perfecte race in de finale zal bij elke boot nog flink vooruitgang moeten worden geboekt. Alleen dan is goud haalbaar.