26 september 2020

Hessel Evertse: ‘haal voor haal naar het nieuwe normaal’

Hessel Evertse: ‘haal voor haal naar het nieuwe normaal’
Hessel Evertse.

“Skiffen mag, in meerpersoonsboten roeien niet”. De gemeente Amsterdam deed er een werkweek over om tot deze heldere formulering te komen. Maar dan lijkt het – op navraag van NLroei – ook duidelijk wat er in de hoofdstad van het Nederlandse roeien kan en mag. Technisch directeur Hessel Evertse reageert er namens de KNRB op. Hij ziet het als een startpunt voor een nieuw evenwicht. “Goed dat we als roeigemeenschap positief kijken naar wat wel mogelijk is, uitdagingen kleiner maken in plaats van groter en denken in oplossingen in plaats van problemen. Daarom is dit een topuitkomst.”

Voor niets gaat de zon op. Steun NLroei juist nu, word donateur! Dat kan hier. Alvast bedankt!

Evertse vervolgt. “Voorts hebben we onze aanspreekpunten in de uitvoeringsorganisatie van de gemeente hierover gesproken. Dat heeft tijd nodig en wordt na het weekeinde vervolgd. Ondertussen is het goed om te weten dat we schakelen met andere bonden en met NOCNSF om een aantal slimme protocollen te ontwikkelen. We zullen volgende week pas weten hoe die er precies uit kunnen zien. We hopen dat alle roeiliefhebbers binnenkort op een verantwoorde manier de sport weer kunnen beoefenen.”

Maar even specifiek over de materie. De gemeente is niet tegen skiffen, maar zet een streep door het roeien in tweeën, hoe gaan jullie dat oplossen? “We hebben steeds gezegd dat het gaat om social distancing en (relatieve) isolatie. Dat laatste: zo min mogelijk in andere groepen bewegen. Roeien in dezelfde vaste combinatie, dus met je vaste roeipartner. Sommige equipeleden zijn ook huisgenoten van elkaar, dat is bijna hetzelfde als familie. Het gaat om de ratio van de wet en de verordening. Dus we vragen van equipeleden om thuis te trainen of in de openbare ruimte. Op de fiets, hardlopend of in de boot. Dat faciliteren we zo goed mogelijk, streng monitoren en controleren, thuis de benodigde apparatuur, centraal boodschappen doen etc. We zullen nu samen een intelligent stap-voor-stapprotocol moeten bedenken om naar het nieuwe normaal van de anderhalve meter-maatschappij te gaan.”

Het lijkt nu overbodig de bondsequipeleden te verheffen boven andere roeiers vanwege hun beroep. Zijn verenigingsleden welkom op de Bosbaan om daar ook te skiffen? “Van meet af aan hebben we gekeken met de ARB en de verenigingen die een loods huren aan de Bosbaan hoe we in timeslots en afspraken een goede verdeling konden maken. Dat is toen afgeblazen door de overheidsmaatregelen die erna volgden, maar het is nog steeds ons uitgangspunt.”

De oproep van bondswege tot solidariteit – maar ‘het eigen bondsvolk’ tegelijkertijd voorop te stellen – lijkt als een splijtzwam te werken. Wat is jullie opinie met de kennis van nu? Hoe dan ook lijkt de virusmaterie sterke emoties op te roepen bij een belangrijk deel van de roeigemeenschap. “Consequent erkennen wij breedtesport – waar het werk gedaan wordt door verenigingen en vrijwilligers – en topsport – waar het werk gedaan wordt door topsporters en beroepskrachten – als twee zijden van dezelfde medaille. Zelfde sport, zelfde realiteit, verschillende dynamiek. Het één doen en het ander niet laten. Toproeiers zijn net zo goed leden van de verenigingen. Verenigingsleden en topsporters zijn allemaal eigen volk.”

Er is concrete kritiek verwoord in dit artikel. Graag een concrete reactie. “Natuurlijk is er een groot verschil met vitale beroepen, maar niet met ander werk. De wet en de verordening laten bewust ruimte aan de dagelijkse werkzaamheden van bedrijven, instellingen en organisaties. Er is ook plaats voor sportbeoefening in de openbare ruimte. Mits er een veilige afstand is. We zullen – net als in Duitsland – haal voor haal verder moeten naar het nieuwe normaal.

En over het weren van verenigingsroeiers? ”Weren? Integendeel! In de week voor de verordening hebben we juist de hoofdgebruikers (Okeanos, ARB met verenigingen die een loods huren, Watersportverbond met de kanoërs, en de vissers – aangeschreven om samen te anticiperen en afspraken te maken over een goed en handig gebruik van de Bosbaan.”