Onder de fundering van het OTC: Deel I

Archief

Het OTC is een begrip in roeiend Nederland. Het olympisch trainingscentrum langs de Bosbaan, dat in 2005 werd aangelegd om de Nederlandse toproeiers een centrale trainingslocatie te bieden waar ze zich in optima forma kunnen voorbereiden op wereldbekerwedstrijden, WK’s en Olympiche Spelen. Er wordt driftig gebouwd aan een uitbreiding van dit pand, een noodzakelijkheid niet alleen voor de terechte ambities van de KNRB, maar ook voor de organisatie van het WK 2014 in Amsterdam. Maar de totstandkoming van het gebouw dat de komende jaren moet dienen als kloppende hart van het Nederlandse roeien was – en is – uiterst moeizaam. Eerste deel van een tweeluik.

Het is oktober 2012. De ietwat teleurstellend verlopen Olympische Spelen van Londen zijn een ruime maand achter de rug, en technisch directeur René Mijnders zit met een wrange smaak in de mond. De chaos in het coachteam, het uitblijven van de beloofde drie olympische medailles en de moeizame relatie met NOC*NSF: het is sportief niet bepaald een fijne zomer geweest. Maar naast de sportieve aspecten van zijn functie als technisch directeur worstelt Mijnders ook met andere verantwoordelijkheden: de nieuwbouw van het olympisch trainingscentrum bijvoorbeeld. Mijnders is een van de spilfiguren in het bouwteam voor het OTC en samen met onder meer Commissaris Topsport Ingrid Munneke en ingenieur en bouwcoördinator Freek Meijers moet hij dat in goede banen leiden.

Maar de tijd dringt. Er is al lange tijd veel gesteggel over het kostenplaatje en om het gebouw op tijd af te hebben voor het WK in 2014 moet in 2013 worden begonnen met de werkzaamheden. Op 14 oktober krijgen acht architectenbureau’s die in de running zijn voor de verbouwing van het OTC een e-mail: zeven keer slechts nieuws, en één keer goed. De KNRB spreekt de voorkeur uit voor Op Ten Noort Blijdensteijn. Het ontwerp van het Utrechtse bedrijf moet naast het bestaande trainingscentrum verrijzen. Het hart van het Nederlandse roeien gaat bestaan uit twee qua uiterlijk verschillende gebouwen: een hoekige, houten constructie versus een ronde, met golfplaten getooide aanbouw. Statig versus speels. Chique zakelijk versus hip modern.

Maar met de keuze voor ontwerp en architect is de KNRB er nog niet. Er kan niet zomaar gebouwd worden. Eerst moet de Algemene Vergadering van de roeibond toestemming geven. En daar heerst scepsis. Zo zet een aantal Rotterdamse verenigingen, strijdend voor de belangen van de Willem-Alexanderbaan, vraagtekens bij de locatie. Moet alles wel in Amsterdam? Het zijn niet de enige kritische kanttekeningen die de ledenvergadering plaatst bij het in november 2012 gepresenteerde initiatiefplan van Freek Meijers en Ingrid Munneke. Hoewel een schoorvoetende AV akkoord gaat met een budget waarmee de beoogde architect aan de slag kan, verwacht men veel meer financiële duidelijkheid voordat een definitief goedkeuring wordt gegeven. Logisch: de roeibond komt voor het meest uitgeklede scenario zes ton tekort. Voor de beoogde constructie, met een kostenplaatje van € 2,3 miljoen, moet er nog € 880.000,- gevonden worden.

Impasse
Maar ondanks die toestemming volgt een impasse, die verergerd wordt door het feit dat de betrokken figuren bij de KNRB voor een groot deel zijn vertrokken uit hun functie. Daags na de bewuste e-mail aan de architectenbureau’s is Mijnders opgestapt als technisch directeur, omdat hij toch liever wil coachen. Zijn inzet voor het nieuwe OTC komt daarmee min of meer tot een einde. Bestuurslid Ingrid Munneke, die onder meer door de problemen rondom de Italiaanse hoofdcoach Antonio Maurogiovanni onder vuur ligt, doet ook een stap terug. Hoewel ze pas officieel in januari vertrekt, staat haar betrokkenheid bij het nieuwe OTC dan al lange tijd op een laag pitje. Bouwcoördinator Freek Meijers is eveneens steeds meer naar de achtergrond verdwenen.

De realisatie komt met andere woorden nauwelijks dichterbij. Vanuit de WK-organisatie zijn er zorgen. Als er niet snel wat gebeurt aan het hoofdpijndossier dat het OTC 2.0 inmiddels aan het worden is, dan loopt men het risico dat wereldroeibond FISA zich roert. Voor het WK in 2014 heeft de organisatie immers beloftes gemaakt: kantoorruimte voor de FISA-bobo’s en de talloze commissies die meekomen naar een eindtoernooi, werkplekken voor de media, jurykamers. Ook al heeft de organisatie in tijdelijke portocabins een Plan B: het ideale scenario is en blijft het nieuwe OTC. Dat oogt een stuk professioneler – en een armoedige indruk maken bij de grote bazen van het internationale roeien is wel het laatste wat de organisatie wil.

Lex van Drooge, voorzitter van de stichting die verantwoordelijk is voor het WK, besluit zich december 2012 met de zaken te gaan bemoeien. Als ervaren kamprechter, bestuurslid van Sportraad Noord-Holland en gemeenteraadslid in Amsterdam geniet hij veel respect binnen en buiten de roeiwereld. Maar Van Drooge maakt zich zorgen: hij heeft in een eerder stadium weliswaar bedankt voor een rol in de totstandkoming van het nieuwe OTC, maar nu het WK onder de last van het trainingscentrum begint te lijden voelt hij zich genoodzaakt om in te grijpen. “Als we door waren gegaan op de ingezette lijn was er niks terecht gekomen van de bouw van het nieuwe olympisch trainingscentrum”, blikt Van Drooge terug. “Er was nog veel te weinig gerealiseerd: er was onvoldoende geld, een troebel plan en een niet goed functionerende projectgroep. Er moest nu óf extern geld worden aangeboord, of de boel moest worden doodverklaard. Er was volstrekt verkeerd gehandeld: je stampt in twee jaar niet zomaar een project van twee miljoen uit de grond.”

Om de zaken nog erger te maken is er een probleem op architectonisch gebied. In de bidfase krijgt de KNRB van in ieder geval één architectenbureau de vraag voorgeschoteld hoe het staat met de oorspronkelijke architecten van het OTC. De regels in Nederland zijn daarover heel duidelijk: zonder toestemming van de bestaande architect mag je niet zomaar een gebouw aanpassen, of, in het geval van het olympisch trainingscentrum aan de Bosbaan, er een stuk aanplakken. Dat tast de creatieve integriteit van de architect aan. De verantwoordelijkheid daarvan ligt bij twee partijen: de KNRB en de beoogde architect Op ten Noort Blijdenstein. Beiden zijn er van overtuigd ‘dat het allemaal wel goed komt’. Maar de originele architect, Rien Korteknie, wordt door Op ten Noort Blijdenstein nauwelijks gekend in de plannen. En geconfronteerd met de tekeningen blijkt dat Korteknies toestemming helemaal niet zo vanzelfsprekend is. De bid-wedstrijd die de KNRB dus uitschreef was op zijn zachtst gezegd wat onhandig.

De spreekwoordelijke grond onder het OTC 2.0 blijkt een moeras waarin alles wegzakt. Het is maart 2013: de plannen voor een nieuw olympisch trainingscentrum bestaan al ruim anderhalf jaar, maar door mismanagement op vele gebieden is men nog geen meter opgeschoten.

Morgen: deel II van het tweeluik over de nieuwbouw van het OTC. Daarin de periode maart 2013 – heden, met onder meer de moeizame financiële onderhandelingen en de consequenties van de late bouw.