In maart 2013 bestaat het plan om het olympisch trainingscentrum langs de Bosbaan te verbouwen al ruim anderhalf jaar. Maar door mismanagement op veel fronten is de KNRB al die tijd nauwelijks vooruit gekomen. En de tijd dringt inmiddels: de nieuw aangestelde verantwoordelijke, Lex van Drooge, moet een project van ruim twee miljoen in ongeveer anderhalf jaar uit de grond stampen. Een gigantische uitdaging, zo weet hij zelf. En zonder de juiste subsidies kan de armlastige KNRB de hele verbouwing niet eens betalen. Hoe verder? Laatste deel van een tweeluik over de moeizame totstandkoming van het nieuwe OTC.
Een van de eerste dingen die Lex van Drooge doet als hij wordt aangesteld als nieuwe verantwoordelijke voor de verbouwing van het olympisch trainingscentrum is met een schone lei beginnen. De oude commissie wordt door hem vervangen. Alleen voor bouwcoördinator Freek Meijers heeft Van Drooge nog een functie: om in de toekomst zo min mogelijk lijken in de kast tegen te komen wil de 70-jarige Amsterdamse politicus weten welke afspraken er zijn gemaakt in het verleden. Maar los daarvan omringt Van Drooge zich met zwaargewichten: Martijn Arlman, hoofd Mergers en Acquisitions van ABN Amro, Jaap van der Kuil, de bouwmeester van het in 2005 aangelegde OTC, en Victor Maes, het (oud-)bestuurslid van de KNRB dat langs de zijlijn af en toe al meekeek. Tijd voor dralen is er niet meer: als er niet gehandeld wordt kan de roeiwereld een nieuw OTC op zijn buik schrijven.
Bovenaan de lijst die Van Drooge opstelt staat het aanvragen van vergunningen. De originele projectgroep had her en der wel aanvragen ingediend, maar er was nog weinig concreet. “Je hebt te maken met heel veel partijen die je moet benaderen”, legt Van Drooge uit. “Je bouwt op een waterkering dus krijg je te maken met een dijkgraaf. Er lopen talloze nuts-kabels door de grond waardoor je niet zomaar kunt gaan graven. Wil je een boom kappen, dan moet het Amsterdamse Bos toestemming geven. En dan speelde er ook nog de kwestie van de fauna: in de omgeving van het OTC zitten vleermuizen. Die zijn in Nederland beschermd, dus daar moet je voorzichtig mee zijn.”
Het is, met andere woorden, een nogal precies werkje. Maar Van Drooge fietst behendig tussen de regels door. Hij lost de architectenkwestie op door rigoureus te kiezen voor de originele ontwerpers Rien Korteknie: er is geen tijd voor diplomatie en handjeklap. Net als bij de aanvraag van subsidies. Hoewel de projectgroep met onder meer Mijnders, Munneke en Meijers al mogelijke investeerders hadden gevonden stond niet alles zwart op wit. Het ging veelal om mondelinge toezeggingen. Maar dan nog is er een groot gat in de begroting. Van Drooge heeft echter een oplossing: de provincie Noord-Holland. Die partij heeft een pot van 2,2 miljoen euro voor topsportprojecten. Daar wil hij € 600.000,- van losweken. Hij kiest ervoor om die subsidiebron niet aan de grote klok te hangen. Hoe minder ruchtbaarheid, hoe groter de kans dat andere partijen zich niet ook melden. Dan is er meer geld over voor het OTC.
Tijdens de algemene vergaderingen van de roeibond in maart en april van 2013 wordt daarom geheimzinnig gedaan over de geldschieter. Pas als de provincie Noord-Holland overstag gaat kan de trein verder rijden. Tot die tijd staat de KNRB nog altijd in een patstelling. Zonder financieel dichtgetimmerd plan kan de roeibond moeilijk naar de ledenvergadering stappen voor toestemming. Begin juni, zo weet Van Drooge, gaan de lichten op groen. Maar dat is niet het geval. De beslissing over de gelden van de provincie is vlak voor de zomer nog altijd niet genomen. De KNRB last de beoogde algemene vergaderingen over het onderwerp daarom af – en maakt zich ernstig zorgen over de tijdslijn. Overleg met architecten en bouwkundig adviseurs geeft een klein beetje rust: ook als de bouw in het najaar start is alles op tijd gereed voor het WK.
Met de hakken over de sloot
Eind augustus, als de equipe in Zuid-Korea zorgt voor een van de succesvolste wereldkampioenschappen in jaren, moet de knoop doorgehakt worden. De subsidie van de provincie Noord-Holland is dan nog altijd niet formeel geregeld. Maar de KNRB kan niet langer wachten. Tijdens een speciale AV op 7 september wordt de ledenvergadering voor het blok gezet: het is nu of nooit. Met een kostenplaatje van € 2.680.000,- is het OTC 2.0 nu prijziger dan ooit. Drie ton duurder dan de oorspronkelijke maximumplannen (à € 2,3 miljoen), en hoewel Van Drooge en de zijnen € 1,8 miljoen aan bijdrages op schrift hebben ontbreekt er nog altijd ruim acht ton om alles sluitend te hebben: de zes ton van Noord-Holland, en € 245.000,- van roeiverenigingen die betalen voor het gebruik van de hypermoderne roeibak. Dat laatste heeft meer weg van creatieve boekhouding dan realistische inschatting: het is maar de vraag of de verenigingen dat bedrag gaan opbrengen. Maar de AV van de KNRB stemt gelukkig in.
Het bestuur haalt opgelucht adem. Van Drooge ook. Hoewel hij zich geen messias wil noemen is de boel sinds zijn betrokkenheid in een (noodzakelijke) stroomversnelling gekomen. Met de hakken over de sloot gaat alles door. Een maand na de goedkeuring van de AV gaan de eerste voorzichtige schoppen de grond in om een aantal buizen te verleggen. En op 19 november november wordt op feestelijke wijze de eerste paal de grond in geslagen: met dit centre of excellence wordt de gang naar de wereldtop ingezet. Hoofd Sport van de Gemeente Amsterdam Henk Stokhof, gedeputeerde van de provincie Noord-Holland Elvira Sweet, KNRB-voorzitter Frans Cornelis en technisch directeur Hessel Evertse: allemaal staan ze met een grote glimlach op de foto.
De jubelstemming is begrijpelijk. Na een zware bevalling lijkt er alsnog een mooie baby te komen. Maar tegelijkertijd staat het gebouw er nog niet – en het is volgens ingewijden ook voor een groot deel te danken aan de zachte winter dat de bouw waarschijnlijk op tijd afgerond gaat zijn. Was dat niet het geval, dan was 14 juli 2014 – de beoogde opleverdatum – waarschijnlijk niet gehaald. Het is een grote dosis geluk, en niet alleen wijsheid. Niemand zal aan het nut van een groter olympisch trainingscentrum twijfelen. En elk bouwproject heeft zo zijn moeilijke fases. Maar de vrij nonchalante houding van de KNRB en de bij het project betrokken partijen en personen is wel exemplarisch voor het Nederlandse roeien: het hoogmoedige vertrouwen dat alles toch wel weer op zijn pootjes terecht komt. Laissez faire.
De toekomst zal moeten uitwijzen of het nieuwe OTC gaat brengen wat er van verwacht wordt. Of de 2,6 miljoen euro kostende verbouwing geen financiële strop zal blijken voor de armlastige KNRB. En of die hoeveelheid euro’s per vierkante meter wel genoeg is voor een fatsoenlijk topsportcentrum. Of topsportmanagement en topsport wel in één gebouw te vangen zijn zonder elkaar in de weg te zitten. Van Drooge, de spil in de succesvolle herstart van de verbouwing, kan op die vragen geen antwoord geven. Maar één ding weet hij wel zeker. “Dit nieuwe gebouw moet de komende vijftien jaar voldoen. Het is opmerkelijk dat je vijf jaar na de bouw van een olympisch trainingscentrum alweer moet uitbreiden. De roeiwereld is sterk veranderd in die tijd, maar ik hoop dat we er in geslaagd zijn om met het nieuwe OTC beter dan vroeger te kijken naar de lange termijn.”
Dit is het laatste deel in een tweeluik over de ontwikkeling van het nieuwe olympisch trainingscentrum langs de Bosbaan. Het eerste deel is hier terug te lezen.



