Nooit meer zwemmen

Archief

Sjoerd Hamburger probeert in het kleine lunchtentje aan de Stadionweg in Amsterdam uit te leggen wat er nu eigenlijk met hem mis is. Het is moeilijk onder woorden te brengen. Op het oog is er ook niks aan de hand. Of ja: het moet dat uitstekende stuk sleutelbeen zijn bij zijn linkerschouder. Die pianotoets, zoals hij hem zelf noemt. Maar voor de rest? Niks. En daarin schuilt ook het probleem. Je kunt in veel medische bewoordingen duidelijk maken dat het kraakbeen in je rechterschouderkom nagenoeg verdwenen is. Dat die arm bij de minste geringste abrupte beweging uit de kom kan schieten. Maar als mensen je dan op de ergometer zien zitten tijdens de NKIR valt dat alles toch moeilijk met elkaar te rijmen. “Aan de oppervlakte lijkt er ook niets mis,” knikt Hamburger. “Maar ik zal nooit meer kunnen zwemmen, in een zwembad kunnen springen of zonder nadenken een bal kunnen gooien.”

De problemen komen voort uit het fietsongeluk dat Hamburger half september had tijdens het Rondje IJsselmeer. De jaarlijkse wielerwedstrijd van Nereus is een evenement voor liefhebbers. Lekker driehonderd kilometer rauwdauwen door de Noord-Hollandse polders, over de Afsluitdijk, door het westen van Friesland, Flevoland en vervolgens weer terug naar Amsterdam. En juist tijdens zo’n nietszeggende wedstrijd voor wielrenfanaten ging het mis. “We reden de ploegentijdrit tussen Zurich en Urk, toen de voorste renner in het gras belandde en onderuit schoof,” vertelt Hamburger. “Met vijftig per uur is er dan geen ontkomen meer aan. Ik viel over hem heen en klapte vol op de grond met mijn schouder. Met mijn rechterhand heb ik het willen opvangen denk ik.”

Hij bootst de val na terwijl hij het vertelt. De linkerschouder draait in de slowmotion naar onder en de rechterhand is vooruit gestoken richting het onzichtbare asfalt. Het enige wat ontbreekt is de klap. Maar die was hard. Hard genoeg om zijn linkersleutelbeen in twee stukken te slaan. Hard genoeg om vrijwel al het kraakbeen in zijn rechterschouder af te scheuren en die schouder uit de kom te doen schieten. Dat laatste was de hyperflexibele Sjoerd wel eens eerder overkomen. Kwestie van de heftige pijn verbijten en de schouder via een omweg weer terug in de kom zien te krijgen. Omlaag, naar achter, en dan weer terug omhoog richting de veiligheid van de schouderkom. Maar nu was hij machteloos. Doordat ook zijn linkerschouder kapot was kon hij niks. Broer Bram, die meefietste in hetzelfde team, wist in eerste instantie ook niet hoe hij moest reageren. Met veel gehannes lukte het uiteindelijk om alles op zijn plaats te krijgen.

Van plaatsvervangend bondsarts Diederik Oei kreeg Hamburger in eerste instantie het advies om het uit te zingen tot maandag. Via een telefonisch consult concludeerde Oei dat het allemaal wel meeviel. Twee dagen wachten tot een echt medisch oordeel kon volgens hem wel. Maar Hamburger vertrouwde het niet. Hij had veel pijn en kon zich nauwelijks bewegen. Op advies van bevriende artsen ging hij toch maar naar het ziekenhuis. En daar bleek dat het niet meevalt. Sterker nog: het was goed mis. Op de röntgenfoto kon zelfs Hamburger – afgestudeerd als sociale wetenschapper – zien dat zijn schouder er maar vreemd uit zag. “De arts vertelde me dat mijn linkerschouder er prima uit zag – vergeleken met mijn rechterschouder.”

De waslijst aan verwondingen die door de radioloog wordt geconstateerd is lang. Meerdere oedemen op zijn botten. Een scheur van drie centimeter in zijn rechterschouderkop. Waar een schouder normaal gesproken met drie pezen aan het sleutelbeen vastzit, is dat bij de linkerschouder nu nog maar één pees. Het afgescheurde kraakbeen. Hamburger somt de gebreken broodnuchter op. Alsof het niets is. “Natuurlijk is het heftig,” geeft hij toe. “Maar het moet ook geen zielig verhaal worden. Je zit in deze situatie en daar moet je mee omgaan. Het is ook niet alsof ik niets meer kan.”

Dat klopt. Hij kan nog een heleboel. Maar wel dankzij het feit dat hij over een bovengemiddelde spiercontrole beschikt. Alleen om die reden heeft Hamburgers lichaam de kwetsuren redelijk goed op kunnen vangen. Bij de meeste mensen gaat dat niet: normaal kan een spier maar moeilijk taken overnemen van beschadigde gewrichten en spieren in de directe lichaamsomgeving. Hamburger heeft het geluk dat zijn spieren iets socialer ingesteld zijn; ze kunnen bovendien ook nog goed multitasken. Nog geen week na het ongeluk kon hij daarom al in de skiff stappen om te kijken of hij nog kon roeien. Dat ging, met wat pijn. Toen hij niet veel later bij Jelle Visser, fysiotherapeut van de roeibond, aanklopte om over revalidatie te praten kon die niet veel voor hem betekenen. Normaal gesproken, zo vertelde Visser hem, is hij maanden achtereen bezig om mensen met vergelijkbare kwetsuren een beetje terug op de rails te krijgen. Maar dat was bij Hamburger niet nodig.

Het lijkt daarom alsof het allemaal wel meevalt. Maar schijn bedriegt. Elke beweging die hij maakt vereist bedachtzaamheid. “Bij mij thuis staan de bidons bovenop de kast. Als ik die wil pakken kan ik niet gewoon mijn arm uitsteken, want dan gaat het mis. Toen ik probeerde te zwemmen merkte ik dat ik mijn rechterarm niet normaal kon gebruiken. Schoolslag moet nu anders. Borstcrawl zal me nooit meer lukken, daar zitten te complexe schouderbewegingen in. In het water duiken kan ik ook niet. Ik ben vanaf nu een beetje de lullige jongen die vanaf die helling het water in moet lopen. Of via het trappetje.”

Maar roeien kan. Met wat moeite, dat wel. Helemaal zoals vroeger zal het nooit meer gaan. Het maakt de beslissing om door te gaan met roeien ook moeilijker. Opeens speelt niet enkel de motivatie mee, maar komen ook de lichamelijke ongemakken om de hoek kijken. Een vreemde gewaarwording voor iemand van nog geen 30 jaar oud. Of zijn schouderproblemen niet operatief verholpen kunnen worden? Natuurlijk. Een ingrijpende hersteloperatie behoort tot de mogelijkheden, maar waarom in gezonde spieren snijden? Waarom minimaal zes maanden revalideren als de noodzaak er niet direct is? Hamburger haalt zijn schouders op. Het gaat tot nog toe prima, zo lijkt hij te willen zeggen. Hij wil ook niet zielig gevonden worden – doet zelf ook niet zielig.

Dat neemt niet weg dat zijn sportieve toekomst er totaal anders uit ziet. Zodra er zijwind is of de boot niet lekker stabiel ligt moet hij uitkijken met zijn schouder. En is dat wel te verkopen aan jezelf, als olympische roeier? Of aan je ploeg? Het zijn haast filosofische vragen. Maar ze verbleken bij de rest van de consequenties. Er is een leven na het roeien en ook dat zal er anders uitzien. Nooit meer zwemmen. Mocht Orca ooit de Varsity nog winnen blijft Hamburger op de kant. Lekker ravotten met eventuele kinderen wordt ook moeilijk. Voor je het weet ligt papa Sjoerd op de grond met een schouder uit de kom. Er is een flink aantal deuren dichtgegaan op 15 september 2012. Voor altijd. “Laatst zat ik televisie te kijken, Expeditie Robinson,” vertelt Hamburger. “Toen realiseerde ik me dat ik dat ook niet meer kon doen.” Niet dat hij het ooit had gewild. Maar toch.