Alles is relatief. Waren we bij NLroei een ruime week geleden nog in jubelstemming over de veelbelovende resultaten op de NKIR, nu moeten we alles weer enigszins in perspectief plaatsen. Zeker op juniorengebied. Niets ten nadele natuurlijk van de mooie prestatie van Laila Youssifou, maar als Duitsland opeens een juniore heeft van dezelfde leeftijd die op een haar na onder de zeven minuten duikt, dan verschuift de norm natuurlijk. Te meer omdat onze oosterburen ook over een bijzonder sterke mannelijke junior van zestien jaar beschikken. Philippe-Andre Syring zette een zeer indrukwekkende 5:59.1 op de klokken.
Op financieel gebied zitten ze in het buitenland ook niet stil. Vandaag werd namelijk bekend dat de Britten tot en met Rio de Janeiro 2016 kunnen rekenen op een bedrag van bijna € 40 miljoen. Dat alles dankzij de goede prestaties in Londen, waarbij het Britse team tot een totaal van vier gouden, twee zilveren en drie bronzen medailles kwam. Ook de Nieuw-Zeelanders kunnen op basis van hun olympische resultaten rekenen op een flinke geldelijke injectie. De Kiwi’s krijgen € 11,6 miljoen tot en met de Spelen van 2016. Ter vergelijking: Nederland moet het voorlopig stellen met een jaarlijkse bijdrage van € 1,4 miljoen. Op een traject van vier jaar zou dat een bedrag van € 5,6 miljoen betekenen, een fractie van de bedragen die de twee beste roeilanden ter wereld te besteden hebben.
Geconfronteerd met deze cijfers plaatste oud-technisch directeur René Mijnders een kleine kanttekening bij de financiële plannen van NOC*NSF. “Op basis van de resultaten is het natuurlijk terecht dat we als roeien een kleine pas op de plaats hebben moeten doen. Maar NOC*NSF had vooraf aangegeven te investeren in tien prioriteitssporten op olympisch gebied. Er werd soms wel eens gesproken over een verdubbeling van de fondsen voor die sporten, waaronder wij. Maar in de huidige verdeling zijn ook niet-olympische sporten meegenomen in het plaatje. En dat zie je terug in de verdeling. Die valt een stuk minder gunstig uit.”



