Olympische Special IV | Het roeitoernooi met ‘Guus’

Archief

Morgenavond staat Nederland om acht uur stil bij alle mensen die sinds de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen door oorlogsgeweld. Ook de Nederlandse equipe in Belgrado zal ongetwijfeld de bekende twee minuten stilte houden als de klok acht keer slaat. Het is op deze avond bijna 67 jaar geleden dat Nederland bevrijd werd. Maar nog altijd zijn er in het collectieve nationale geheugen littekens die nooit volledig zullen helen. Ook op het gebied van de roeisport. Temidden van de vele oorlogsslachtoffers verloren ook talloze roeiers hun leven. Verenigingen werden gesloten, boten kapotgehakt tot brandhout. En tussen al dit geweld stierven ook een roeier en een stuurman die in 1936 in Berlijn in de twee-met deelnamen aan de olympiade. De sportieve strijd in Duitsland verwerd tot een strijd tot de dood tegen ditzelfde Duitsland.

De jaren ’30 zijn in studentenroeiend Nederland een onbezorgde en vrolijke tijd. Nereus viert grote successen onder leiding van legendarische slagman Simon de Wit. Triton boekt voor het eerst sinds tijden weer eens succes op de Varsity, en mag zelfs een vier-met naar de Olympische Spelen sturen in Los Angeles, 1932. Ook in Leiden worden de nodige overwinningen gevierd. Na een flink aantal jaren van schaarste is Njord eindelijk weer eens vooraan te vinden. De Leidenaren winnen nationale titels in de acht en bemachtigen ook meermaals de Telegraafbeker – toen nog niet voorbestemd aan skiffeurs maar aan verenigingsachten.

Een van de grote namen van die tijd is Ernst de Jonge. De in Nederlandse-Indië geboren student rechten is een multitalent. Hij heeft zijn studie op de rails, wordt ondanks zijn jonge leeftijd als 21-jarige gevraagd als praeses binnen het bestuur van Njord, en hij kan ook nog een prima potje roeien. En dan hebben zijn studentikoze grollen de revue nog niet eens gepasseerd: tijdens zijn verplichte diensttijd maakte De Jonge het naar verluidt zo bont dat zijn reputatie tot in de hoogste regionen van het leger bekend was. Hij nam een loopje met de strenge legerregels door op een dag het paard en zadel van zijn commandant te lenen voor een fijn ritje. Gewoon, omdat hij er zin in had.

Maar los van zijn jovialiteit was De Jonge ook een consciëntieus roeier. Een atleet met een doel voor ogen: schitteren op de Nederlandse wateren. In zijn bestuursjaar 1936 traint hij daarom razend hard samen met zijn boezem- en jeugdvriend Karel Hardeman en de negentienjarige stuurman Hans van Walsem. Ze willen op het NK te laten zien wat ze waard zijn. Maar alle uren die de roeiers in de boot doorbrengen werpen niet voldoende vruchten af. De ploeg van Njord finisht op een tweede plek, achter een boot van Willem 3. De Jonge, Hardeman en Van Walsem zijn compleet murw geslagen door de uitslag. Totdat ze te horen krijgen dat de roeiers van Willem 3 helemaal niet uit Nederland komen maar uit Duitsland, en dat ze daarom de nationale titel helemaal niet kunnen winnen.

Als gevolg van deze toch curieuze gebeurtenis mogen de drie roeiers uit Leiden zich Nederlands kampioen noemen. En bovendien kunnen ze zich opmaken voor de Olympische Spelen. De Jonge en Hardeman besluiten niet bij de pakken neer te zitten: in Berlijn moet er nog harder gevaren worden. En hard varen gebeurt alleen als je hard traint. Ze sleuren en slingeren met gewichten, maken eindeloos kniebuigingen en varen op en neer naar de sluis in Leidschendam. Als ze onderweg te veel honger hebben stelen ze wat wortels uit de tuinen van de huizen die langs het water staan. Maar ondanks alle arbeid worden de twee geen grote, sterke roeiers. Sterker nog: De Jonge en Hardeman vallen alleen maar af, zodanig zelfs dat ze anno 2012 prima door hadden gekund voor lichte roeiers.

Tot overmaat van ramp blijkt bij aankomst in Berlijn dat alle tegenstanders mooiere en nieuwere boten hebben. De Jonge en Hardeman moeten het stellen met hun oude, trouwe Jaap Dutry. Een bootje waar ze wel bekend mee zijn, maar dat nou niet bepaald voldoet aan de ook al toen al geldende eisen van een olympisch toernooi. De Jaap Dutry is naast het mooie buitenlandse materiaal een lelijk eendje, geen mooie zwaan. Op dat gebied gaat de Nederlandse twee-met het dus niet winnen. De oplossing? Nog harder trainen. Twee keer per dag varen om nog beter op elkaar ingespeeld te raken, om zo goed mogelijk voor de dag te komen op het water van Grünau.

Jammer genoeg loopt het olympische roeitoernooi voor de Nederlanders uit op een deceptie. In de voorwedstrijd worden De Jonge, Hardeman en Van Walsem kansloos laatste, en in de herkansing, waar de ploeg eerste moet worden, komen ze niet verder dan een derde plek. Hun aandeel aan de olympische geschiedenis zit erop, en na de nodige feestjes in het Berlijnse vertrekt het duo naar huis. Terug naar huis en haard, de rechtenstudie van De Jonge en Van Walsem en de medicijnopleiding van Hardeman.

Iets minder dan vier jaar later, vijf dagen na de Varsity van 1940, valt Duitsland Nederland binnen. De Jonge, die op dat moment op Curaçao werkt en zich machteloos voelt aan de andere kant van de oceaan, meldt zich weer aan bij de strijdkrachten. Hij reist naar Londen en gaat in de leer als spion. En niet zomaar één: De Jonge laat zich vrijwillig in Nederland afzetten en is aldaar een van de drijvende krachten achter de Groep Kees, een verzetsgroep die onder meer belangrijke berichten stuurde naar Engeland. Als dit verhaal bekend voorkomt kan dat kloppen: ‘Guus’ in Erik Hazelhoff Roelfzema’s bekende boek ‘Soldaat van Oranje’, is gebaseerd op niemand anders dan voormalige olympisch roeier van Njord. Roelfzema’s Guus is een slimme, brutale maar bovenal moedige durfal; een goede afspiegeling van het karakter van De Jonge.

De verzetsrol van De Jonge kent echter geen mooi einde. Groep Kees wordt eind mei 1942 verraden, en alle leden worden gearresteerd en op weinig subtiele wijze ondervraagd over hun rol in het communicatienetwerk met Engeland. De Jonge weigerde elke vorm van medewerking, net als een aantal anderen van zijn verzetsgenoten. Bijna twee jaar lang zit hij vast in meerdere gevangenissen, totdat hij in het Poolse concentratiekamp Rachiz terecht komt. Vanaf dat moment verdwijnt hij van de wereld. Dat hij door de Duitsers is omgebracht staat vast, maar waar, wanneer, hoe en door wie is onduidelijk. Zijn lichaam is nooit gevonden. Ernst de Jonge was op het moment van zijn verdwijning slechts 30 jaar oud.

Ook Hans van Walsem overleeft de oorlog niet. Hij komt terecht in concentratiekamp Neuengamme waar hij op 26-jarige leeftijd bezwijkt aan de gevolgen van tuberculose. De enige van de olympische twee-met die de bevrijding van 5 mei wel meemaakt is Karel Hardeman. Hij schrijft een boek over zijn bijzondere vriendschap met Ernst de Jonge, over de Spelen in 1936 en alle andere verhalen die ze samen vanaf hun kindertijd hebben meegemaakt. In oktober 2010 overlijdt hij, de laatste van de drie-eenheid die namens Njord succes probeerde te hebben op de Olympische Spelen.

Ernst de Jonge is postuum veelvuldig gehuldigd. Maar de mooiste huldiging is ongetwijfeld de plaquette die hij twee maanden geleden ontving. In het bijzijn van zijn 100-jarige broer Marien de Jonge werd op Minerva een blijvende herinnering onthuld aan de roeier, de praeses collegii en de verzetsheld. Aan Guus. De olympische roeier die niet oud mocht worden.