Een grote tribune en een finishtoren zijn de eenzame gebouwen op een verder overwegend groen eiland midden in de Sava-rivier. Verscholen tussen de bloeiende bomen staan de botenrekken opgestald. En op het groenblauwe water van het Sava-meer is het dankzij de warme lentezon heerlijk toeven. Als je je ogen dichtdoet hoort je de tonen van de Balkanmuziek bijna over het water glijden. Het is bijna jammer dat er wedstrijden zijn; de competitieve sfeer past eigenlijk niet echt in dit idyllische, schilderachtige plaatje. Maar de realiteit wil dat het ook tijdens de eerste wereldbeker hard tegen hard gaat. Dit weekend genieten van de omgeving en de weersomstandigheden is voorbehouden aan de verliezers.
Aan het einde van de eerste wedstrijddag valt voorzichtig op te maken dat Nederland nog niet tot die groep ‘verliezers’ behoort. Zeker het ochtendprogramma verliep vrij on-Nederlands soepel. Van de drie vrouwen twee-zonders die in Belgrado aan de start verschenen roeiden de duo’s Claudia Belderbos/Chantal Achterberg en Annemiek de Haan/Carline Bouw zichzelf op prima wijze naar de halve finale. Belderbos en Achterberg rekenden op vakkundige wijze af met de concurrentie en kwamen na 7:07.59 – een verenigingsrecord voor zowel Orca als Proteus-Eretes – als tweede over de streep. De Haan en Bouw deden iets langer over hun wedstrijd, maar rekenden ondertussen wel af met China, vorig jaar nog vierde tijdens het WK.
De enige dissonant in de Nederlandse vrouwen twee-zondersymfonie was het optreden van Wianka van Dorp en Olivia van Rooijen. De beoogde olympische vrouwen twee-zonder kwamen in de voorwedstrijd tekort, en later op de dag bleek ook de herkansing een brug te ver. De C-finale is geen lekker begin van het internationale roeiseizoen, al helemaal als je bedenkt dat Van Dorp en Van Rooijen over een halve maand al moeten schitteren in Luzern. Op de een of andere manier lukt het de oud-jeugdroeisters niet om de vorm van een aantal jaar geleden, toen ze als twee-zonder een zilveren medaille wonnen tijdens het WK onder 23, terug te vinden. En het feit dat Van Rooijen in Belgrado in de vrouwenacht in moet vallen voor de geblesseerde Nienke Kingma maakt het hele verhaal nog minder makkelijk.
Binnen de mannengroep is iedereen gelukkig wel iedereen fit. En de resultaten zijn over de breedte genomen ook veelbelovend. Wat heet: de Holland Vier won dankzij een sterke eindsprint brutaal de voorwedstrijd. Samen met Griekenland en Groot-Brittannië, die de andere twee voorwedstrijden wonnen, is Nederland plotseling een van de dominante factoren in de vier-zonder. “We kunnen gewoon goed eindsprinten,” glimlachte Ruben Knab tevreden. “Het zal moeilijk worden om de Britten te pakken, maar het zou me niks verbazen als we het de Grieken nog lastig kunnen maken – al dan niet later dit seizoen. Zij hebben misschien meer ervaring, maar als wij er met z’n vieren goed op gaan staan zouden we ze best kunnen bedreigen.”
Ook de beide Nederlandse mannen twee-zonders vielen in positieve zin op. Meindert Klem en Nanne Sluis domineerden in hun voorwedstrijd. Sterker nog: ze hadden niet eens hun best hoeven doen. “We zijn al een tijdje goed bezig,” vertelde Nanne Sluis na de wedstrijd. “Maar dat we het zo rustig aan konden doen had ik niet verwacht. Het ging heel erg makkelijk.” Hun collega’s – en concurrenten voor de olympische uitzending – Derk Noordhuis en David Kuiper moesten in de voorwedstrijd hun meerdere erkennen in Groot-Brittannië en hadden het in de herkansing nog erg moeilijk, maar dankzij een ietwat grove maar wel effectieve eindsprint kwamen ze aan de goede kant van de streep terecht. Beide twee-zonders varen daarom morgen de halve finale.
Voor de Holland Acht wacht morgen ook nog een wedstrijd. Aangezien de ploeg tegen Duitsland, de regerend wereldkampioen, had geloot stond die race al met potlood in de agenda, maar toch was het een teleurstelling om te constateren dat de Duitsers een stuk verder zijn dan de Nederlanders. In het begin leek de ploeg nog bij te blijven bij de aartsrivaal, maar na vijfhonderd meter verloor de prioriteitsboot van het zware roeien teveel terrein. Het verschil met de Duitsers, die gas terugnamen in het tweede deel van de wedstrijd, was uiteindelijk drie seconden. Het gat naar Groot-Brittannië en Polen, nummer één en twee van de andere voorwedstrijd, was zelfs groter: respectievelijk zes en vijf seconden. Al met al geen lekker begin van het seizoen.
“We moeten nog veel beter,” beaamde Rogier Blink. “Op vermogen kunnen we die Duitsers hebben, denk ik, maar ze laten die boot gewoon veel beter doorlopen. In de recover trekken ze aan je voorbij, een heel vreemd gevoel is dat. En ja, het verschil met de eerste vijfhonderd meter en de rest van de wedstrijd was gewoon te groot.” Dat de ploeg met andere woorden lekker weg was gekomen uit de start – de Holland Acht opende in 1:19.67 en was de afgelopen seizoenen nooit zo snel – was een schrale troost. En als de ploeg in de finale wil overtuigen in Belgrado zal het niet alleen vijfhonderd meter hard moeten.
Voor de lichte vier-zonder verloopt het toernooi vooralsnog veelbelovend. Er wachten weliswaar een herkansing, maar beide voorwedstrijden wekken de indruk dat de ploegen tot veel in staat zijn. De vier lijkt terug van weggeweest na een prima tweede plaats in een loodzware voorwedstrijd met de uiteindelijke winnaars Denemarken, Italië en Frankrijk. De Italianen, vorig jaar nog goed voor zilver, konden ondanks een forse eindsprint niet tippen aan het Nederlandse kwartet. Morgen zal de ploeg dat weer moeten bewijzen. Dan zijn de Italianen weer de tegenstanders, net als de Polen, de Duitsers en de Russen.
Minder voorspoedig ging het met de lichte mannen twee-zonder. Joris Pijs en Arnoud Greidanus, die op eigen gelegenheid in Belgrado zijn, hadden na duizend meter in hun wedstrijd in de gaten dat ze niet op konden boksen tegen de sterke Fransen en de nog betere Tsjechen. De twee, gecoacht door Rob Jonkman, had ongetwijfeld op wat meer gehoopt na de nationale titel in de zware twee-zonder.
Maaike Head en Rianne Sigmond finishten net als de lichte vier op de tweede plek in hun heat, maar waren iets onfortuinlijker in de afwerking. Zevenhonderd meter voor de finish sloeg Head een snoek terwijl de Nederlandse boot in vol gevecht verwikkeld was met de Britse dubbeltwee. De ploeg maakte in het laatste kwart van de race de achterstand weer goed, maar voor de eerste plek waren ze gelijk uitgeschakeld. De snoek was daardoor de enige valse noot in een verder prima wedstrijd. Veelbelovend, zoals gezegd, ook al kopen Head en Sigmond inmiddels niks meer voor die kwalificatie. Ze zijn klaar met het ‘net niet’, en het ‘in de buurt’. Morgen, als de dames aantreden tegen Oostenrijk, Denemarken, Rusland en de tweede Britse boot, zal de ploeg geen genoegen met de tweede plek.
Het Nederlandse orkest blies in zijn geheel dus een prima deuntje. Maar voor een gezellige, hoempapa-achtige vertolking van de muziek zijn we hier niet gekomen. Het moet strak, in de maat, met gevoel voor ritme en als het even kan in crescendo. Steeds harder dus, het liefst met wat lekker slagwerk. Speelt de Nederlandse equipe dat klaar, dan is de eerste wereldbekerwedstrijd een mooie opmaat voor een leuk seizoen. Anders zit er te weinig muziek in dit jaar.
Evenement: World Rowing Cup I
Datum: 4 t/m 6 mei 2012
Locatie: Belgrado (SRB)





