Gisteren was er misschien nog sprake van wat dissonantie her en der, maar vandaag werden de plooien over de gehele breedte van de equipe gladgestreken. Nederland heeft een vrij ongekende luxepositie op zondag: in maar liefst acht olympische bootklassen komen morgen in de finale rood-wit-blauwe ploegen voorbij schuiven. En los daarvan had Nederland vandaag al een kans op de medailles: de lichte twee-zonder met Arnoud Greidanus en Joris Pijs mocht zaterdagavond al aantreden voor hun finale, en ook Agmaja Kolman en Tycho Herf konden in het aangepaste roeien voor een medaille zorgen.
Kolman en Herf stonden voor een huizenhoge opgave. Als nieuwkomers in het ‘trunks and arms mixed 2x’-veld was kwalificatie voor de Spelen min of meer onbegonnen werk. Wilde het Nederlandse duo dat klaarspelen dan moest als eerste of tweede gefinisht worden. Aangezien Amerika en Brazilië in de plaatsingsrace al veel sterker waren gebleken was de kans klein dat het zou lukken. Amerika finishte inderdaad als eerste, en Brazilië als tweede. Ook Rusland bleek een onneembare vesting, ondanks een moedige eindsprint. Kolman en Herf moesten het daarom doen met een vierde plek overall.
Ook Greidanus en Pijs een plaatsje tekort voor het podium. De ervaren twee-zonders uit Engeland, Tsjechië en Frankrijk bleken een maatje te groot. Teleurgesteld dobberden Pijs en Greidanus daarom over de finish. Ze hadden gehoopt op een beter resultaat na het succes op de nationale kampioenschappen en zeker ook na de mooie slotmeters vanmorgen in de herkansing. Toen roeide het duo in een zinderend slotstuk naar de eerste plek en een nieuw Nederlands record van 6:30,00. In de finale kon de Nederlandse twee-zonder dat kunststukje niet herhalen.
Over de breedte waren er gelukkig veel andere kunststukjes te bewonderen. Dankzij prima roeiwerk en af en toe ook indrukwekkende tijden roeiden achtereenvolgens een vrouwen twee-zonder, een mannen twee-zonder, een vrouwen dubbeltwee, een mannen vier-zonder, een lichte vrouwen dubbeltwee, een lichte mannen vier-zonder en een mannenacht zich naar de medaillestrijd. En goed, een beetje roeiwedstrijd kan niet zonder spanning. Dat de lichte dames bijvoorbeeld slechts twee tienden van een seconde voorsprong hadden op de tweede Britse boot en met de hakken over de sloot in de finale terecht kwamen geeft alleen maar extra voldoening. Een finaleplaats moet ook niet altijd vanzelf gaan.
“Ik zit inmiddels wel in de negatieve jaren, volgens mij,” glimlachte Jan Klerks, coach van het lichte duo na afloop. Had hij nog geen grijze haren gehad, zo leek de ervaren coach te willen zeggen, dan had hij er vast een aantal bijgekregen. “Maaike en Rianne kunnen geweldig hard starten. In de tweede kilometer kunnen ze dat alleen niet altijd vasthouden. Ik denk niet dat ze rustiger aan moeten doen de eerste duizend meter, maar dat we alleen die tweede kilometer beter moeten krijgen. Maar gelukkig zijn ze inmiddels in staat om het tempo in de eindsprint omhoog te gooien. Dat konden ze vorig jaar nog niet.”
Voor Head en Sigmond is het een opsteker dat ze aan de vooravond van het olympisch kwalificatietoernooi weer verder zijn dan vorig jaar. Finale varen op een wereldbeker is altijd goed, zeker als er redelijk wat goede ploegen meedoen. Morgen een lekkere pot varen betekent nog meer zelfvertrouwen voor Luzern. Iets wat overigens ook geldt voor de lichte mannen vier-zonder. Zij stelden net als de lichte dames dubbeltwee de finale veilig in de laatste honderd meter. Het enige verschil was dat de dames de Engelse aanval met succes afsloegen, en dat de heren zich in een mooie eindsprint voorbij Italië worstelden.
“Dit was een heel belangrijk resultaat voor ons,” vertelde Tycho Muda achteraf. Langs de baan sloffend in een speciale, strakke herstelbroek legde de slag van de lichte vier uit dat zijn ploeg het zelfvertrouwen nodig heeft. Een tegenvaller, zoals de op een haar na gemiste NK-titel, brengt bij de ploeg veel negatieve emotie boven. Die emotionele betrokkenheid is tegelijkertijd hun kracht en hun zwakte: de ploeg gaat voor elkaar door het vuur, wil altijd het onderste uit de kan halen, maar is door resultaten makkelijk te beïnvloeden. Maar deze wedstrijd, zo beaamde Muda, was een belangrijke stap op weg naar het OKT. De eerste tik aan Nieuw-Zeeland is uitgedeeld; Nederland haalde wel de finale, de Kiwi’s niet. En als de ploeg morgen meedoet voor de medailles is het volgens Muda “helemaal duidelijk dat vorig jaar een misstap was.”
Los van de lichte dubbeltwee en de lichte vier-zonder zijn er nog twee ploegen die naar alle waarschijnlijkheid naar het olympisch kwalificatietoernooi gaan. Eén ploeg, de vrouwen twee-zonder met Wianka van Dorp en Olivia van Rooijen, kon niet tippen aan de concurrentie en worstelt met de vorm. Winst in de C-finale, en een dertiende plek overall, is nu niet bepaald een lekker opsteker richting het OKT. De vrouwen dubbeltwee met Ellen Hogerwerf en Inge Janssen deed het wat dat betreft beter. Het tweetal vloog de herkansing onbevangen in, kwam tot verbazing van coaches Steffen de Vries en Floor Harms als een volleerde dubbeltwee uit de start, en werd uiteindelijk tweede – goed genoeg voor de A-finale.
“Ik had eindelijk het gevoel dat we echt een wedstrijd konden varen in de dubbeltwee,” biechtte een lachende Janssen op. “Het ging zoveel beter dan gisteren. We hadden een goede start en we konden aan het eind ook nog versnellen.” Echt nodig was die versnelling niet. De Nederlandse ploeg had al genoeg afstand genomen van de Oekraïense ploeg en de derde Chinese boot. En dus wacht de finale – en wellicht ook het OKT. Janssen en Hogerwerf hebben door het veroveren van een plek tussen de groten der dubbeltwee-aarde een goede prestatie geleverd, maar dat betekent niet direct vormbehoud. Volgens technisch directeur René Mijnders was elke plek hoger dan de zesde plaats een argument richting NOC*NSF. En gelukkig denken de dames daar zelf ook over: ze willen onbevangen de wedstrijd in en dan kijken waar ze na twee kilometer liggen.
Voor Meindert Klem en Nanne Sluis (mannen twee-zonder) en Mechiel Versluis, Boaz Meylink, Kaj Hendriks en Ruben Knab (mannen vier-zonder) was de finaleplaats wél voldoende om de nominatie om te zetten in kwalificatie. Daardoor is het zeker dat er vier ploegen aan de start gaan verschijnen in Londen: de beide achten, de mannen vier-zonder en de mannen twee-zonder. En er zijn dus nog drie à vier boten die zich daar nog bij kunnen voegen. Een voorzichtige luxepositie dus voor het Nederlandse roeien. En dan moeten de acht finales van morgen nog beginnen.
Evenement: World Rowing Cup I
Datum: 4 t/m 6 mei 2012
Locatie: Belgrado (SRB)




