Onstuimig weer bepaalt verloop eerste twee dagen WK

Archief

Dat het Malta-meer in Poznan, waar de wereldkampioenschappen roeien op het moment worden gehouden, een speelbal kan zijn van de wind weten de Nederlandse roeiers maar al te goed. In 2004, toen de FISA de Poolse stad ook aandeed met een groot senioren-evenement (de eerste wereldbeker van het seizoen) ervoeren coryfeeën als Michiel Bartman en de gouden lichte damesdubbel van der Kolk en van Eupen al hoe erg het kan spoken. Het meer ligt idyllisch aan de rand van de stad, vlakbij het grote nationale park Wielkopolski. Op een mooie dag is het er schitterend toeven. Op een dag dat het hard waait wat minder; dan spatten de schuimkoppen tegen de boordranden op en is het voor de wat meer onervaren roeiers meer ploeteren dan roeien.

De eerste dag van de wereldkampioenschappen had wat meer weg van de omstandigheden die roeiers graag zien. Een zonnetje, licht windje tegen en daarom prima roei-omstandigheden. De resultaten waren dan ook naar tevredenheid. In de vroege ochtend was het de lichte acht die het spits af mocht bijten. De lichtgewicht roeiers, in Luzern nog goed voor het goud en vorig jaar nog winnaars van het brons op de WK, hadden goed geloot. Ze ontweken Italië, Duitsland en Frankrijk en moesten het in een voorwedstrijd van vier (beste twee naar de finale) opnemen tegen nieuwkomers Turkije, de lichte acht van Japan en de Amerikanen, regerend wereldkampioen. De acht, bestaande uit Joeri Bruschinski (Vidar), Dion van Schie (Asopos de Vliet), Jolmer van der Sluis (Argo), Maarten Tromp (Skøll), Stijn Verwey (Orca), Rutger Bruil (Orca), Diederick van den Bouwhuysen (Vidar),Thom van den Anker (Aegir) en gestuurd door Ryan den Drijver (Laga), had het nog knap moeilijk. Na een matige start moesten de lichte mannen 1500 meter lang knokken om de Japanse roeiers voor te blijven. Ook Turkije lag niet ver uit de buurt. De Amerikaanse acht was in de wedstrijd verreweg het beste en noteerde met 5:51.22 de snelste tijd overall, niet slecht voor een acht die nog maar één roeier (Matt Muffelman) over heeft van de kampioensploeg van vorig jaar. De Nederlanders namen in de laatste 500 meter definitief afstand van Turkije en Japan en mogen zich nu opmaken voor de finale aanstaande zondag.

Na de succesvolle kwalificatie van de lichte acht was het de beurt aan gewichtsgenoot Jaap Schouten om zich te bewijzen in de skiff. Een drietal weken voor de WK werd besloten niet te starten met Paul Drewes in de lichte dubbel, en werd op verzoek van Schouten zijn jarenlange coach Lili Wabeke-Meeuwisse gevraagd de begeleiding op te nemen richting het WK. Dat de roeier van Njord het skiffen nog niet verleerd is mag na dag 1 duidelijk zijn. Schouten won zijn voorwedstrijd en noteerde daarbij de tweede tijd overall (7:06.72). Hoewel het vergelijken van tijden van voorwedstrijden koffiedik kijken is, schaart Schouten zich met deze winst voorlopig in het rijtje van de beste vier lichte skiffeurs in Polen. Naast hem staan, als verwacht, de Nieuw-Zeelander Duncan Grant, de Deen Mads Rasmussen en de Griek Vasileios Polymeros.

De laatste ploeg die op zaterdag in actie mocht komen was de vrouwen twee-zonder van Olivia van Rooijen en Wianka van Dorp. De twee senioren-B roeisters hadden overduidelijk moeite met de concurrentie – niet vreemd als tot de tegenstanders roeinaties als Nieuw-Zeeland en Roemenië behoren – maar bleven toch duizend meter lang in het spoor van de leidende ploegen. Halverwege was de achterstand op een voor de halve finales kwalificerende derde plek een schamele drie seconden, in het tweede deel van de wedstrijd groeide die marge naar zeven tellen. Van Rooijen en van Dorp werden daarom verwezen naar de herkansing die vandaag verroeid wordt (11:48). Daar zullen ze willen bewijzen op zijn minst tot de beste 12 van de wereld te behoren. Hun aanwezigheid in Polen is ook niet om tot verrassingen te komen, maar meer om te leren van het roeien op de grote toernooien. Een hoge klassering in de B-finale, of heel misschien zelfs een finaleplaats is met dat idee in het achterhoofd ook een uitstekend resultaat.

In vergelijking met de zaterdag was zondag een compleet tegenovergestelde dag. Geen neutraal weer maar wind, veel wind. Nu is het roeien met tegenwind niet direct rampzalig, maar het vereist wat meer verfijnde techniek en ervaring om er goed mee om te gaan. Zeker als de wind niet continue dezelfde kracht heeft, maar in vlagen over de baan raast. Dat laatste was helaas het geval, en het waren vooral de vrouwenploegen van de Nederlandse équipe die er last van hadden. De lichte dames dubbeltwee, de eerste ploeg aan de start, had zich geen slechtere omstandigheden kunnen wensen. Skadi-dames Maaike Head en Rianne Sigmond moesten in de start al vier seconden toegeven op Duitsland en zelfs vijf op Griekenland. De rest van de race konden de roeisters uit Rotterdam slechts proberen aan te haken bij nummer drie Denemarken, maar ook dat was de laatste 500 meter van de wedstrijd niet meer mogelijk. In 8:17.18 passeerden de twee de finish, bijna twintig seconden achter de nummer één, de Griekse roeisters Tsiavou en Giazitzidou; alleen de Mexicaanse dames waren in de heat langzamer. Over de hele serie van drie voorwedstrijden gezien eindigden de Nederlandse dames daarbij in de middenmoot. Zaak is nu om te leren van deze ervaring en die leermomenten toe te passen op de herkansing van woensdag, wanneer de ploeg bij de eerste drie moet eindigen om door te gaan naar de halve finale. De tegenstand bestaat in die wedstrijd uit Indonesië, Zweden, Amerika en Portugal, waarbij alleen de Amerikaanse dames een snellere tijd noteerden dan Head en Sigmond.

De afwezigheid van de Nederlandse lichte mannen dubbeltwee in Poznan plaatst de schijnwerpers misschien wel nog meer op de lichte vier-zonder, nu de enige lichte ploeg in een Olympische bootklasse. De voorbereiding naar het WK toe ging niet helemaal vlekkeloos; de ploeg kwam niet elke training even makkelijk op snelheid, maar als iets de broertjes Muda, Tim Heijbrock en Roeland Lievens kenmerkt is het wel doorzettingsvermogen. In hun voorwedstrijd, waarbij de vier lichtgewichten het op moesten nemen tegen onder meer vier uit Frankrijk (zilver in Luzern) en de Polen (zilver op de Olympische Spelen) zorgde het Nederlandse kwartet gelijk voor een verrassing door in de eindsprint de Franse ploeg voor te blijven. Ogenschijnlijk ontspannen peddelen Tycho Muda, Vincent Muda, Tim Heijbrock en Roeland Lievens na de finish door, maar hun prestatie is op zijn minst opvallend te noemen. Alleen in de derde en de vierde voorwedstrijd (waarin Denemarken, Japan, Duitsland en Italië zich kwalificeerden voor de halve finales) werden substantieel snellere tijden genoteerd. Schrijver dezes is bang dat de eerder gepubliceerde voorspelling in ieder geval voor de lichte vier op de schop moet als het zo doorgaat.

De laatste ploegen die voor Nederland hun debuut mochten maken op het wereldkampioenschap waren de vrouwen acht en de mannen acht, de prioriteitsboten voor beide secties. De dames, in Luzern goed voor brons en volgens eigen zeggen zeer tevreden met de voorbereiding richting het WK, hadden veel moeite met de omstandigheden. In hun voorwedstrijd raakten ze ondanks een slechte eerste 500 meter het contact met de leidende ploegen (Amerika en Duitsland) niet kwijt, maar in de tweede vijfhonderd liepen de nummers één en twee weg en restte de Oranje dames een achterhoedegevecht met Polen. Aangezien alleen de nummer 1 van de voorwedstrijd zich direct voor de finale kwalificeerde en Amerika daar toch wel favoriet voor was, was er geen man overboord al hadden de dames ongetwijfeld op meer gehoopt. Van bij de pakken neerzitten is echter geen sprake; het vertrouwen in de ploeg en eigen kunnen is hoog en de misser in de voorwedstrijd is een misser, meer niet. Bij een volgende wedstrijd onder moeilijke omstandigheden, zo lijkt de redenatie, moet de afstelling gewoon een tandje lichter en scheren de acht vrouwen als vanouds over de golven.
De mannen kenden een heel ander wedstrijdverloop. Na de bronzen medaille op de Rotsee tijdens de wereldbekerfinale bleek al dat David McGowan en René Mijnders op koers liggen voor een goede prestatie dit post-Olympische jaar. De vraag is alleen wat de wereldkampioenschappen gaan brengen. Een finaleplaats, dat staat inmiddels vast, maar wordt het ook een medaille? Olivier Siegelaar, die eerder dit jaar al hardop droomde over een gouden medaille, zal wellicht dit jaar al zijn droom in vervulling zien gaan. Eerst moet de Holland Acht dan afrekenen met Olympisch kampioen Canada (in de heat finishend op plaats 1) en de Duitse acht, winnaars in Luzern.

Tagged