Mede naar aanleiding van afgelopen weekend is duidelijk geworden wie er komende zomer worden uitgezonden naar de Wereldkampioenschappen junioren en onder 23. Wat betreft het laatste toernooi zijn er weinig verrassingen te noemen. Bij de junioren is de selectie het sluitstuk na een lange zoektocht naar geld. Opvallend genoeg maakte het resultaat op de Holland Beker uiteindelijk niet meer uit terwijl dat wel een officieel meetmoment zou zijn. Anders had het er wellicht anders uitgezien voor met name de meisjes acht.
Het was een kleine schok zondag aan het eind van de dag toen de Meisjes Holland Acht maar liefst 39 tellen na de vrouwen acht en 35 na de onder 23-ploeg binnen kwam. Er waren enige excuses aan te voeren zoals dat de tijd in de voorwedstrijd (6.35) aanzienlijk beter was en dat twee van hen (Karolien Florijn en Fanny Bon) die dag vier keer over de baan moesten. Toch was het allerminst een overtuigend optreden van de ploeg waar de laatste weken veel discussie over was. Was er nu wel of niet genoeg geld en waar moest de lat nu eigenlijk liggen voor het nieuwe project van bondscoach Ronald Florijn? Daarnaast was er nog de kwestie van het eventueel dubbel starten van Florijn en Bon die bij afgelopen EK een keurige vierde plaats behaalde. Daar kon na zondag sowieso een streep door toen ze in de finale maar liefst 27 seconden moesten toegeven op de SB-dubbeltwee. Het riep wel de vraag naar boven wat de meisjes de laatste weken gedaan hebben? Enkele weken terug bij de Damen Raceroei Regatta ging het nog aanmerkelijke beter. Het stond in schril contrast met de jongens acht, die zaterdag een snellere tijd neerzette dan de Brabant Acht, en op koers lijkt het liggen voor minimaal een medaille in Rio.
Florijn voert een aantal redenen aan voor de terugslag van de meiden. “Het was een rommelige periode met onder andere veel schoolverplichtingen. Daarnaast hebben ze niet als de jongens acht met Willem Jan de Widt full-time begeleiding. We zijn heel blij met Erik (Mus, de ploegcoach, red.) maar hij heeft er nog een baan naast en dat scheelt.” Ondanks de mindere prestaties denkt de voormalige olympisch kampioen met de Holland Acht uit ’96 dat het octet alsnog mee kan doen voor de medailles. “Als je kijkt naar voorgaande jaren moeten ze ergens rond de derde of vierde plaats zitten.” Discussie om de ploeg alsnog niet uit te zenden was er volgens Florijn niet meer. “Eigenlijk is dat vooral om praktische redenen. De tickets moesten nu eenmaal geboekt worden, anders werd het onbetaalbaar of zelfs onmogelijk en de boten moesten al in de container. Daar zat nu eenmaal een flinke tijdsdruk op.” Het geld wat een aantal maanden terug nog een probleem was, was ondertussen al binnen gehaald. “In een gesprek met de verenigingen naar aanleiding van de NK Klein hebben de verenigingen zich al garant gesteld voor het tekort. Inmiddels hebben we via Talentboek een groot deel van dat geld.”
Naast de twee achten en Marieke Keijser in de skiff, gaat er ook een jongens dubbeltwee als startende reserve met Gert Jan Van Doorn (Die Leythe) en Charles Mulot (De Maas). “Daar ben ik misschien nog wel het meest enthousiast over. Ze zullen niet vooraan varen maar dit is toch beter dan iemand die maar langs de kant staat. Daarnaast is Gert Jan pas 16 jaar en roeit Charles nog maar zeven maanden. Je ziet aan alles dat ze het snel oppakken.” Deze uitverkiezing leverde nog wel enige discussie op met de andere roeiers die nog dachten in de race te zijn voor een plek in de dubbelvier. De communicatie hierbij verliep niet al te best. De afvallers zullen nu in een dubbelvier naar de Coupe gaan. Morgen hoopt Florijn daar alles rond voor te hebben. “Dat is nog een heel gedoe. Het is op eigen kosten dus alle verenigingen moeten ook voldoende materiaal en coaches ter beschikking stellen.”
Dit weekend kwalificeerden zich ook nog eens vier ploegen voor de Wereldkampioenschappen onder 23 jaar. Eerder schreef NLroei al over de opmerkelijk snelle tijd van Daan Klomp en Berend Mortier. Bondscoach Marit van Eupen gaf toe lang niet te weten wat ze met de lichte mannen moest, maar dat dit een uitstekend alternatief is gebleken. “Vanuit niets ineens favoriet. Het kan gek lopen.” Ook over de vrouwen acht is de olympisch kampioene uit 2008 zeer tevreden. Ze moest toegeven dat ze zelf oorspronkelijk niet een acht in haar hoofd had toen ze haar beleid uitstippelde. “Jolijn (Remmelijk, de ploegcoach, red.) wees me erop dat er stiekem toch wel een hoop meiden waren die op goed niveau gestage progressie lieten zien.” De acht die hieruit voort is gekomen, roeit al vanaf het begin snelle tijden en het lijkt zelfs steeds nog iets beter te gaan. Zondag eindigde de ploeg slechts vier seconden achter de vrouwen acht. De ploeg is dan ook zeker een medaillekandidaat. “Ik zeg niet dat ze dat gaan halen, maar het zou zeker kunnen. Het is een goede groep met een constructieve houding.”
Ook de twee dubbeltweetjes die na de trial begin mei nog op de reservebank moesten plaats nemen, zijn door. De één (Laila Youssiffou en Roos de Jong) wat overtuigender dan de ander (Amos Keijser en Abe Wiersma). “De vrouwen hebben eigenlijk in alle races die ze daarna voeren constant hoog niveau laten zien, dus daar was geen discussie over. Voor de jongens was het anders. Na de trial zakten ze weg en eigenlijk hebben ze het gered met hun laatste race zondag.” Daar roeide de dubbeltwee in het kielzog van Broenink en Knab (die in Luzern mogen starten) en de Muda’s naar 6.19.93. Klein zorgenkindje waren nog de boten die zich al geplaatst hadden. Zowel Anne-Marie Schonk (lichte vrouwen skiff) als de lichte twee van Gyas waren afgelopen weekend niet op hun best en Van Lierop (lichte mannen skiff) roeide nog weinig races. Misschien te vroeg gepiekt? “Ik heb toen al gezegd dat ik niet denk dat een van hen goud gaat winnen en dat denk ik nog steeds niet, maar ik heb goede hoop dat ze op ons gezamenlijke trainingskamp bij zullen trekken.”


