Het was vanochtend druk bij de persconferentie van de roeibond. Of het te maken had met de turbulent verlopen meeting na afloop van de teleurstellend verlopen Wereldkampioenschappen op de Bosbaan afgelopen zomer viel niet te zeggen. Maar vandaag ging het er in elk geval een stuk rustiger aan toe. Echt nieuws – behalve dan de presentatie van de nieuwe kledinglijn – was er dan ook niet of het moet de wederom relatief scherpe doelstelling van vier of vijf kansrijke boten voor medailles in Rio de Janeiro zijn.
Toch zei technisch directeur Hessel Evertse ook zelf geleerd te hebben van afgelopen WK. Waar hij ruim een half jaar geleden nog niet wilde spreken over een mislukt toernooi, gaf hij nu toe dat de resultaten niet best waren. “We kunnen daar kort over het zijn. Het was gewoon slecht.” Net zoals voor hemzelf gaf hij aan dat de ploegen misschien niet goed genoeg waren voorbereid. “Dan hebben we het niet alleen over fysiek, maar ook mentaal. We hebben gezien dat de roeiers het toch lastiger hadden met de hoge druk. Je roeit zelden voor volle tribunes en al je familie en vrienden. Daarnaast ga je dan toch ook sneller een kopje koffie drinken met familie die uit Groningen is gekomen. Als roeiers op de baan komen, geven ze iedereen eerst een hand. Ze mogen best wat asocialer worden.” Tot concrete actie kwam het niet. “Mentale begeleiders zorgen vaak voor meer problemen dan dat ze oplossen” was zijn opmerkelijke uitspraak hierover. Mark Emke relativeerde de eerste opmerking overigens sterk. Zie ook het verslag van NUSport.nl.
Met betrekking tot komende anderhalf jaar mikt Evertse op minimaal vier a vijf kansrijke boten bij de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Naar het EK gaan nu buiten eventuele reserves elf ‘olympische’ boten, waarbij het eigen project van Broenink en Knab (dubbeltwee) is meegerekend. De komende Wereldbeker in Bled wordt door sommige ploegen zoals de zware mannen overgeslagen. Die voeren een iets ander fysiek programma uit dan de vrouwen en lichte mannen, waarbij ze pas later in het jaar in topvorm moeten zijn. “Het EK is voor hen ook een mindere scherprechter dan voor de rest. Zij zitten nog in een periode waarin ze tijd hebben om te leren. In juni gaan ze ook nog op hoogtestage” aldus Evertse. Voor de vrouwen zal het EK erop of eronder zijn. Zowel de dubbelvier (die momenteel overigens in Pisa verblijft om een nieuwe rompvorm van Filippi te testen) als de twee-zonder zal daar hard worden afgerekend op het resultaat, anders is het afgelopen met het project en wordt de acht versterkt. “Dat betekent dat de dubbelvier minimaal tweede moet worden en in de buurt van de Duitsers moet liggen en dat de twee-zonder bijvoorbeeld de Roemenen moet verslaan.”
Ook was er aandacht voor de lichte vrouwen, een groep die steeds omvangrijker wordt in het nationale team. Evertse: “We hebben vanuit onze bronnen uit de FISA gehoord dat de kans groot is dat daar een olympisch nummer bij komt. Daar willen we graag op voor sorteren.” Overigens moet daarbij wel worden opgemerkt dat dit vermoedelijk pas in 2024 zal gebeuren en het dus maar de vraag is of de atleten van nu dan nog roeien. In 2017 zal deze beslissing genomen worden. De enige ploeg die volgens Evertse zich wel echt in Bled moeten bewijzen is de zware mannen dubbeltwee van Broenink en Knab. “Zij zijn een eigen traject gegaan en na goede afspraken hierover hebben we ze besloten in Bled een kans te geven. Als ze het daar goed doen mogen ze naar het EK. Daar moeten ze minimaal vijfde worden.” Mark Emke was vrij resoluut op de vraag of ze nog in de equipe kunnen instromen als ze matig presteren. “In principe is het uitgesloten dat ze dit jaar nog terug kunnen komen.”
Zijn acht selecteerde hij overigens dit weekend. Daarbij is Govert Viergever geslachtofferd voor het jonge talent Tone Wieten. Na het EK wordt deze samenstelling heroverwogen. De kans is groot dat de voormalige slagman dan wellicht nog een kans krijgt tegen Boudewijn Röell, die weliswaar erg sterk is maar in de twee-zonder bijvoorbeeld nog matig rendeert. “We moeten zien of hij in de acht zijn vermogen op het blad kan krijgen. Hoewel Govert het omgerekend naar kilo’s misschien wel het beste doet, wil ik toch eerst graag zien hoe het met absoluut vermogen gaat.” Voor zijn B-ploeg, de vier-zonder, volgt aanstaande vrijdag nog een selectie. “Eigenlijk gaat dat slechts om één plek. De twee van Sjoerd (de Groot, red.) met Thijs (van Luijk, red.) roeide wat ongelukkig samen. Ik wil graag zien of dat in een vier misschien anders is.” De namen van Viergever, Peter van Schie en Harold Langen lijken zo goed als zeker.
Meer informatie:



