Trial Bosbaan levert veel uitzendingen op

Archief

De gisteren gehouden trial op de Bosbaan voor development-ploegen heeft veel uitzendingen voor de Universiade opgeleverd. Het woord uitzending is echter wellicht niet juist gekozen omdat de ploegen zelf voor de kosten moeten opdraaien. Voor de wel betaalde uitzendingen naar de Wereldkampioenschappen onder 23 jaar was de roeibond minder scheutig. Slechts drie boten kregen groen licht, maar daarnaast kunnen later zich nog drie of vier andere ploegen kwalificeren.

Bondscoach Marit van Eupen keek tevreden terug op de time-trial over 1900 meter. “De omstandigheden waren eerlijk en de meeste verenigingen hadden gehoor gegeven aan de oproep niet te trainen op de baan. We konden het in een korte tijd uitvoeren.” De resultaten waren her en der wel enigszins verrassend, zeker als het ging om de lichte skiff. Zo kwam nationaal kampioen Conno Kuyt er niet aan te pas en moest voor een U23-uitzending Lennart van Lierop, die vorige week nog 9e was, met maar liefst tien seconden voor laten. Ook Ivo de Graaf (uitzending Universiade) was zeven tellen sneller. Het roept de vraag op of in een time-trial niet andere atleten komen bovendrijven dan in echte boord-aan-boord-races. Kritiek die al vaker is gegeven op de sinds een paar jaar in zwang zijnde race een week na het NK. Van Eupen: “Je kan er inderdaad van vinden wat je wil, maar iedereen weet tenminste wel waar ‘ie aan toe is. Het maakt mij zelf ook niet uit of nu skiffeur A of B wordt uitgezonden. En als je het anders wil doen, moet je het groter aanpakken. Maar we hebben helaas het geld en de middelen niet om een heel jaar te faciliteren. Daarnaast is dat voor roeiers in dit stadium van hun carrière zitten ook niet ideaal.” Wel geeft ze aan dat ze nog niet zeker weet of de trial in deze vorm zal blijven voortbestaan. “Het staat zeker niet voor altijd vast en volgend jaar hebben we weer een ander seizoen. Nu valt de Universiade heel vroeg, volgend jaar is dat met de FISU WK weer anders en hebben we ook na de trial nog mogelijkheden te selecteren. Maar voor die paar ploegen die op onder 23 niveau boven de groep uitsteken, blijf ik dit wel een aardig middel vinden.”

Die ploegen waren naast Van Lierop (Skøll), lichte skiffeuse Anne-Marie Schonk (Nereus) en de lichte twee-zonder van Gyas met Vincent de Vegt en Just van der Endt. Zij zaten allemaal boven de 96% van hun streeftijd. De twee dubbeltweetjes met Amos Keijser en Abe Wiersma (zwaar) en Laila Youssifou en Roos de Jong (vrouwen) scoorden iets minder (respectievelijk 95,5% en 95,1%) en moeten op de Holland Beker nog een keer laten zien over voldoende vorm te beschikken. Van Eupen was ondanks de aardige percentages dus streng. “Ik vind dat deze trial moet zijn voor U23-ploegen die met kop en schouders boven de rest uitsteken en dus ook echt medaillekandidaat zijn. Dan zijn ze verder in het seizoen gevrijwaard van selectiegedoe. De eerste drie ploegen zijn zeker goed maar ik zie ze zeker niet alle drie goud winnen. Daarom hebben we de grens op 96% gezet.” Naast de dubbeltwees gaat de bondscoach ook aan de slag met een vrouwen SB-acht. Die mogelijkheid is er omdat de Proteus-twee die bij het NK nog zo verraste ook de grens van 96% niet haalde. Bij de lichte mannen komt vermoedelijk ook nog een boot. Welke is nog onduidelijk en hangt met name af wat er gaat gebeuren bij de A-selectie na het EK. Eventueel vallen daar nog mensen af die in een U23-boot kunnen komen.

Wat betreft de Universiade was de roeibond zeer coulant. Het benodigde percentage bedroeg hier slechts 93,5%, omdat men denkt dat dit ongeveer de snelheid moet zijn om daar een finaleplaats te bemachtigen. Zo behaalden ook een zeker niet overtuigende Brabant Acht (93,8%) en vrouwen vier-zonder uit Utrecht (93,6%) de schifting. Met hen gingen ook een zware vier van het RTC Zuid-Holland (Tissen, Klaassen, Fox, Gründer) en een zware twee van Orca (Smits/Timmer) mee. Beiden haalden precies 93,5%. De lichte vier-zonder (Van Dijk, Van Kints, Van Zijl en Langenhorst, 95,4%), Koen Mestemakers in de skiff (94,8%) en de lichte vrouwen dubbeltwee van Ellen de Boer en Amber Kraak (RTC Brabant, 94,2%) roeiden naar relatief goede resultaten en mogen dus ook naar Korea. Ten slotte voldeed ook Marloes Oldenburg (Gyas) aan de eis, zodat Nederland bijna in elk nummer vertegenwoordigd is. Dat Van Eupen hier zo ruimhartig met uitzendingen strooide heeft een reden. De Universiade is bij uitstek een toernooi waar de Regionale Talentcentra (RTC’s) zichzelf kunnen profileren en daarnaast kost het de roeibond geen geld. Al is Van Eupen wel betrokken. “Er is geregeld dat alle ploegen buiten Azië geen botenhuur hoeven te betalen en het eten en onderdak is maar tien euro per dag per persoon. Ook voor het vervoer van het vliegveld naar de baan wordt gezorgd. De roeiers dienen enkel de vliegtickets te betalen, maar daar hebben ze hopelijk oud-ledenverenigingen en RTC’s voor.”

Ten slotte waren ook veel ogen gericht op de dubbeltwee van Stef Broenink en Ruben Knab. De ‘Leiden Outlaws’ moesten van hoofdcoach mannen Mark Emke deelnemen aan de trial om een startbewijs te verdienen voor de Wereldbeker in Bled over een kleine twee weken. Het resultaat (slechts vijf seconden voor Keijser/Wiersma) was zeker niet om naar huis te schrijven, maar toch mogen de roeiers – weliswaar op eigen kosten – naar Slovenië afreizen. Broenink: “We zijn erg ontevreden met het resultaat maar ook blij dat men blijkbaar toch vertrouwen in ons heeft. We moesten ons van Mark natuurlijk ook richten op de skiff bij het NK, dus misschien heeft dat ermee te maken.”