Het eerste publieke optreden van de nieuwe Holland Acht is grotendeels in een sof geëindigd. Tijdens de door hoofdcoach Mark Emke geregelde sparsessie met de universiteitsploeg van Cambridge, verloor de Nederlandse boot ruimschoots het eerste stuk. Op een tweede deel van het parcours van de Boatrace wist de Holland Acht wel ternauwernood te winnen. Vooral tijdens het eerste stuk was er door de weersomstandigheden amper te roeien op de Thames.
“Het was verschrikkelijk” waren de eerste woorden die roeier Kaj Hendriks uitsprak bij de vraag hoe de fixture was verlopen. “Vlak na de start van het eerste stuk kwamen we in onmogelijk water. Het was harde wind tegen en stroming mee en dan krijg je enorme golven. Als klap op de vuurpijl moest halverwege worden uitgeweken voor een zeilboot die midden op het parcours lag. “We moesten vol houden om een aanvaring te voorkomen. Het scheelde maar centimeters” aldus Hendriks. Er kwam een herstart en net als bij het eerste keer trok de Holland Acht op kracht hem voor de zogenaamde light blues. Maar in de lastige omstandigheden die volgde bleek Cambridge te sterk en liep lengtes uit. Hendriks: “Ik zag vanuit mijn ooghoeken wel dat zij ook een paar mishalen hadden, maar bij ons ging het nergens meer over. Golven sloegen in de boot en we konden amper meer roeien.”
Gelukkig voor de Nederlanders was er tijdens het tweede deel een stuk beter te roeien. Tussendoor was het nog wel hozen geblazen. “We waren in de start wederom beter en pakten snel een lengte voorsprong. Maar het was een beetje onduidelijk hoe lang we nog moesten en Cambridge ging ineens voluit sprinten. Het bleek toen inderdaad al snel klaar maar gelukkig hadden we dat net op tijd door waardoor we onze punt er nog net voor konden drukken” aldus Hendriks.
Conclusie was dus weliswaar een stand van 1-1, maar in meters een flink verlies. Hoewel de roeiers van te voren gewaarschuwd waren, wees de Utrechter toch enigszins beschaamd naar de boot. “Het was een uitstekende Hudson hoor, daar niet van. Maar we hadden een veel lagere boordrand dan de Empacher van Cambridge en dat scheelt wel. Vanochtend heeft men ons nog wel geholpen om extra stukken carbon onder de riggers te plaatsen, maar veel mocht het niet baten. Het is behoorlijk frustrerend dat wij tussendoor moesten hozen en zij met een droge broek de boot uit stappen.” De Tritonees had dan ook graag een stuk in dezelfde boot geroeid. “Je wil toch een eerlijke race varen.” Het was sowieso opvallend genoeg dat Cambridge in een Empacher roeide. De laatste jaren voer men juist in Hudsons, het merk waar hoofdcoach Steven Trapmore de importeur voor was. Wellicht dat de kritiek daarop nu voor een wijziging heeft gezorgd.
Verloren tijd wilde Hendriks de dagen in Londen niet noemen. “Gelukkig konden een paar van ons de grap er nog wel van inzien, maar achteraf gezien had het weinig nut. We hebben hier wel goed getraind ook maar het was toch ook niet zo goed als in Nederland. Het enige positieve is dat als we op de stukken waar enigszins te roeien was een goeie push deden we wel echt veel snelheid maakten. Maar het had weinig te maken met wat we thuis doen.”


