Het is inmiddels twee maanden nadat Nico Rienks daags na het voor Nederland matig verlopen WK bekend maakte een eigen roeiteam op te zetten. Het Project 2020 dat komende jaren een vrouwen acht moet voortbrengen dat goud gaat winnen bij de Olympische Spelen in Japan bracht veel commotie met zich mee, niet in het minst omdat Rienks nog aan de roeibond was verbonden als technisch adviseur. Maar hoe staat het er inmiddels voor met het project? NLroei sprak uitgebreid met de initiatiefnemer.
Mede door de massale landelijke aandacht kwamen er in eerste instantie maar liefst 260 aanmeldingen binnen. Voor driekwart van vrouwen buiten de roeisport, maar toch ook een aanzienlijk aantal roeisters met één of twee jaar ervaring. Van deze groep zijn nu nog slechts 25 vrouwen over, al vindt vanwege het grote aantal na-aanmeldingen op 16 november nog een extra testdag plaats, waar zich opnieuw 70 mensen voor hebben aangemeld. “Daar zullen we denk ik weer een handvol mensen uit opnemen en dan moet in januari nog ongeveer de helft over blijven” aldus de tweevoudig olympisch kampioen.
De vrouwen werden getest op de Wattbike, een spinfiets die in de markt wordt gezet door onder andere Henk-Jan Zwolle, een van de andere mensen uit Project 2020 en tevens oud-ploeggenoot van Rienks. Van iedereen werd een maximaaltest van zes seconden afgenomen en daarna nog een test van 30 seconden. Opvallend genoeg geen VO2Max-test wat de longinhoud bepaalt en wereldwijd wordt gezien als belangrijkste indicator voor roeitalent. Rienks: “Daar hebben we helaas nog geen geld voor, maar het is wel de bedoeling dat we dat later nog gaan doen. En in die test van 30 seconden kan je al goed zien wat de echte sprinters zijn, want die houden tot het eind bijvoorbeeld niet 80% van hun piekvermogen vol, terwijl anderen dat wel kunnen.” Rienks zweert verder bij het gesprek dat ze met elke deelnemer hadden. “Daarin komt iemands ambitie duidelijk naar voren. Hoe iemand uit haar ogen kijkt, geeft ook al veel nuttige informatie.”
Het resultaat is dat zoals beoogd voornamelijk vrouwen die een verleden in een andere sport hebben, zijn geselecteerd. Rienks somt op: “We hebben een schaatsster, een voetbalster, twee uit het waterpolo en een meisje dat op semi-profniveau aan hockey deed.” Ze zijn bijna zonder uitzondering rond de 18 jaar en allemaal niet kleiner dan 1.85 meter. “Je wordt er bijna eng van. Op deze manier moeten we straks wel presteren. Als ze gaan trainen en ze lopen langs de loods zie je iedereen ook kijken. ‘Jeetje die zijn allemaal wel erg lang’ hoor je dan.” De meesten komen niet uit de studentenwereld. “Dat was ook de bedoeling. Meer potentieel goeie sporters met het roeien in aanraking laten komen.”
Een echt beeld van waar het komend jaar naar toe moet heeft Rienks nog niet. “Daar ben ik heel eerlijk in. Onze visie ontwikkelt zich per moment. We moeten heel pragmatisch bezig zijn, want we lopen continu tegen praktische zaken die je nooit van te voren helemaal geregeld kan hebben.” Vooral de ervaren groep levert de nodige logistieke problemen op. De meeste roeisters trainen al bij een bestaande middengroep en dat is lastig combineren. “Nu loopt dat nog redelijk soepel en trainen ze af en toe bij ons en verder op hun eigen vereniging, maar ergens komt natuurlijk een moment dat het kiezen of delen wordt.” Voor verenigingscoaches is het vooral lastig vooruit plannen. Het is immers nog niet duidelijk wat Rienks en consorten voor komend seizoen voor ogen hebben. “Het oorspronkelijke idee was dat er een ervaren acht en een onervaren acht zou komen die sowieso zouden starten op de Heineken en de Head. We denken er nu ook over na dat te mixen, maar dan benadeel je de ervaren roeisters misschien teveel. Sommigen zitten al tegen de SA-groep aan namelijk.” Hoe en wat verder in het seizoen is nog niet duidelijk.
Maar ook bij de onervaren roeisters is logistiek de grootste uitdaging. “Je moet je bedenken dat de meisjes uit het hele land komen. Je kan ze moeilijk elke dag naar Amsterdam laten komen. Eén studeert Geneeskunde in Groningen en die hebben we nu ondergebracht in de eerstejaarsacht van Gyas, maar die willen haar nu natuurlijk ook niet meer kwijt (zeker omdat de dames in kwestie al 7.04 heeft getrapt bij een eerste test, red.). Dat zijn lastige kwesties.” Verenigingen hoeven echter niet bang te zijn dat er straks een acht op het water ligt die mee gaat doen aan het Eerstejaarsklassement. “Hooguit starten we een keer met de onervaren acht in dat veld, maar we willen geen tweedeling veroorzaken. Daaraan meedoen zal wrijving geven en dat willen we voorkomen.”
Andere punt van zorg is de grote verwevenheid met Okeanos. Met coach Pepijn Paanen is de complete begeleiding afkomstig van de club uit Amstelveen en ook het materiaal wordt vooralsnog van hen geleend. “Dat is eigenlijk niet de bedoeling en het zou leuker zijn als we ook meer met andere verenigingen bezig zouden zijn, maar vanwege de korte lijnen loopt het tot nu toe steeds zo het makkelijkst.” Hopelijk is dat binnenkort niet meer nodig, want Rienks is al langere tijd op zoek naar een sponsor en dat ziet er hoopvol uit. “KIWA (de sponsor van de Holland Acht in ’96, red.) doet al dingen voor ons en ook Aegon is enthousiast. We zijn nu in gesprek met een grote partij door wie we zelf zijn uitgenodigd dus dat zegt ook wel wat.” Het idee is dat sowieso hoofdcoach Paanen een parttime betaalde baan krijgt. Zelf blijft Rienks zijn werk onbezoldigd doen. “Ondanks dat ik er nu maar liefst drie dagen per week plus het weekend mee bezig ben” zegt hij lachend.
En dan is er ten slotte nog de relatie met de roeibond. Die heeft na Rienks’ vertrek als technisch adviseur een deuk opgelopen, bleek onder andere uit een stuk in de Volkskrant twee weken terug, waar Rienks zijn voormalige rol als ‘wassen neus’ betitelde. “Alles wat daar stond klopte wel. Er werd toch niet naar me geluisterd. Ik heb na het EK nog geadviseerd om bij de vrouwen enkel een dubbeltwee en een acht te maken. Als je medailles wilde winnen in Amsterdam tenminste. Zo niet ook goed, maar dan ligt het niet aan mij. Dan hoor je dat het in overweging wordt genomen en dat is het dan.” Hij beaamt het vermoeden dat Project 2020 niet de werkelijke reden was van zijn vertrek, zoals de roeibond in een persbericht meldde. “Ik had al eerder tegen Hessel (Evertse, technisch directeur, red.) gezegd: ‘Je kan mijn naam maar beter weghalen want het stelt toch niets voor’.” Het heeft er alle schijn van dat de roeibond met de kwestie Rienks in zijn maag zat. Zijn aanstelling was ongeveer de laatste aanbeveling van interim manager Joop Alberda die nog overeind stond en nu het zo slecht ging bij afgelopen WK zou een vertrek zonder duidelijke reden alleen maar tot meer gezichtsverlies hebben geleid.
Toch denkt Rienks dat het wel goed komt, ook al is het lastig inschatten hoe het project in de toekomst gecombineerd gaat worden met de huidige A-equipe. “Ik zou het prima vinden als we binnen een jaar een bondstraject worden. Maar dan wel het liefst met een grote mate van vrijheid.” Toch zullen er dan nog wat plooien recht gestreken moeten worden. “Vorige week hebben we het OTC gebruikt. Ik heb bij de bond aangegeven dat ik daar best voor wilde betalen, maar verwachtte daar nog een gesprek over. Kreeg ik meteen een rekening van 600 euro toegestuurd. En dat terwijl dat dienstverband de bond nooit een cent heeft gekost. Ze kennen niet eens mijn bankrekeningnummer. Maar ik ben al langs geweest om hierover te praten. Het is logisch dat er nu wat kinnesinne is, maar na verloop van tijd gaat dat er wel vanaf.”


