Een van de (communicatie)doelen van de KNRB is transparantie. Meer inzicht in de keuken, zo u wil, zodat de buitenwacht op de hoogte is van de beslissingen van de keuzeheren van de roeibond. Zodat er niet teveel in de achterkamertjes wordt besloten; er meer op de voorgrond van het toneel wordt geacteerd dan in de coulissen. Maar een van de dingen waar de KNRB nog niet helemaal happig op is, is het naar buiten brengen van meetresultaten. Twee kilometertests, trials, uitslagen selectieraces: het liefst houdt de roeibond dat soort gegevens binnenskamers. Maar waarom eigenlijk?
Een veel gehoord argument van de bondscoaches is dat ze de concurrentie niet wijzer willen maken dan ze al zijn. In alle eerlijkheid heb ik die redenatie nooit echt begrepen. De concurrentie wijzer maken? Waarmee? Met het gegeven dat Roel Braas 5:43 trapt op de ergometer? Met de wetenschap dat Claudia Belderbos en Chantal Achterberg in de dubbeltwee 19:02 hebben geroeid over vijf kilometer? Wat heb je als tegenstander aan die informatie? Aan het einde van de rit moet je op het water nog altijd sneller varen als je ernaast ligt. Daar gaat het persoonlijk record van Roel Braas of dat trialresultaat van Belderbos en Achterberg je niet bij helpen.
Nederland volgt met dit soort geheimzinnigheden een trend die ook in het buitenland de boventoon voert. Over de grenzen zijn ze niet zo scheutig met (meet)gegevens over hun nationale selectie. Sterker nog: dat de buitenlanders mysterieus doen wordt soms als argument aangehaald door de Nederlandse bondscoaches. “In Engeland en Nieuw-Zeeland brengen ze deze gegevens ook niet naar buiten”, is me meermaals verteld toen het woord ‘testresultaten’ viel. Ik hoop niet dat we met meer dingen als een soort kwijlend schoothondje achter de troep buitenlandse blaffers aanrennen omdat zij ook die kant op bewegen. Liever hoop ik dat de Nederlandse (bonds)coaches het goede voorbeeld geven. Zelf nadenken, zelf bepalen, niet kopiëren. Transparantie en openheid van zaken – zoals nu beloofd is.
Ik ben namelijk van mening dat testresultaten motiverend werken. Denk aan die eerstejaars roei(st)er die op NLroei leest dat zijn of haar grote voorbeeld – of dat nu Roel Braas, Tycho Muda of Maaike Head is – een bijzonder rappe tijd heeft neergezet tijdens de ergometertests van de roeibond. Die weet dan waar de lat ligt. Dat geldt overigens niet enkel voor Nederland, maar ook voor het buitenland. De strijd tussen Pinsent en Cracknell tijdens de Britse ergometerkampioenschappen van 2001 heeft op YouTube veel hits. Waarom? Omdat het indrukwekkend én inspirerend is om twee van die kolossen elkaar het leven zuur te zien maken.
Een recenter voorbeeld is Eric Murray, die tijdens de verplichte uurtest van de Nieuw-Zeelandse roeibond in 2012 bij hoge uitzondering gevolgd mocht worden door camera’s. Het wereldrecord dat hij vervolgens noteerde vloog de wereld over en werd overal positief opgepakt. Gratis reclame voor het Nieuw-Zeelandse roeien. Of het een signaal was om wat meer te vertellen over de ergoscores van Mahé Drysdale, Emma Twigg en andere toppers van de Kiwi’s? Nauwelijks. En dat is jammer, aangezien je dat soort meetgegevens volgens mij prima kunt gebruiken om je sport inzichtelijker te maken voor de buitenwereld én verder te populariseren.
Ergometerresultaten zijn overigens niet de enige gegevens waar bij vlagen geheimzinnig over gedaan wordt. Ook de opstelling van een boot is soms onderwerp van onduidelijkheden. Tijdens het WK in 2011 deed toenmalig bondscoach Susannah Chayes bijvoorbeeld schimmig over de ziekteverschijnselen die bij de equipe de ronde deden. Op de ochtend van de finale van de vrouwenacht werd met veel tegenzin verteld ‘dat er mensen ziek waren’. Wie, dat kregen de journalisten niet te horen. Ook de televisiecommentator van de NOS niet, die de finale van live commentaar zou voorzien. De reden? Men wilde de tegenstand niet wijzer maken.
Alsof het Canada iets kan schelen of Roline Repelaer van Driel of Femke Dekker aan boord van de acht zit. Het is geen voetbal waarbij je letterlijk tegenover je tegenstander staat en kunt inspelen op de opstelling van je concurrentie. Het is roeien: zo snel mogelijk van A naar B. Amerika gaat echt niet iemand anders op slag zetten als Femke Dekker meedoet. En de Chinese acht heeft dankzij de wissel niet plotseling de mogelijkheid om met een dubbele schaar en een hakbal de Nederlandse acht voorbij te steken voor een kwalificerende plek voor de Spelen. Iedere ploeg moet nog altijd zijn eigen race varen. Daar verandert een opstelling niks aan.
De KNRB heeft (gelukkig) te kennen gegeven meer transparantie te willen bieden. Maar hoe ver de roeibond daarin gaat is natuurlijk de vraag én de belofte moet nog wel worden waargemaakt. Het is, nu het internationale seizoen ook voor Nederland lonkt, aan de roeibond om goed en helder te communiceren over selectie-eisen, uitslagen van trials en andere belangwekkende zaken. En om (eindelijk) in te zien dat je alleen door middel van openheid de sport kunt populariseren.




