Twee weken geleden bracht de roeibond naar buiten dat voor komend jaar het eerstejaars lichte dames klassement zou worden gewijzigd en dat er vanaf de Varsity niet meer in gestuurde dubbelvieren zou worden gevragen maar in ongestuurde. Met name vanwege de druk op de vloot tekende een grote groep verenigingen gezamenlijk protest aan, waarna de KNRB afgelopen weekend overstag ging. Het klassement blijft nu het gehele seizoen in gestuurde boten. De roeibond heeft echter wél de intentie uitgesproken in 2016 alsnog over te willen stappen.
Waarom de roeibond aanvankelijk tot een beslissing kwam die door maar weinig verenigingen gedragen bleek te zijn, lijkt vooral een kwestie van miscommunicatie. Er is wel degelijk geëvalueerd na afgelopen seizoenen, maar dat gebeurde enkel met de verenigingen die al deelnamen en dat waren er helaas niet zo veel. Daarnaast kostte het grote moeite meningen te verzamelen. “Ondanks een paar pogingen hebben we helaas weinig feedback gekregen, maar de enkele reactie die we wel kregen, was dat we inderdaad beter richting het stuurloze vieren konden gaan” aldus Lisette van der Boog, die zich namens de Commissie Wedstrijden met het onderwerp bezig houdt. Navraag bij coaches en besturen leert dat het onderwerp maar beperkt is doorgedrongen tot de (prof)coaches die zich er op de verenigingen mee bezig houden. Wedstrijdcommissarissen gaven het niet door of het werd als niet urgent beschouwd na irritaties over eerder gegeven feedback waar volgens de coaches niets mee was gedaan.
Op zich is het wijzigen naar stuurloos varen geen gekke gedachte daar roeiers in dat geval meer bootgevoel ontwikkelen dan in een logge vier-met. De grote verenigingen die nu al twee jaar meedoen, zoals Nereus en Gyas, waren dan ook positief over de verandering. Waar echter te weinig over was nagedacht, was dat het voor veel (kleinere) verenigingen lastig is zowel een dubbelvier-zonder als een dubbelvier-met vrij te maken. De heersende gedachte in studentenroeiend Nederland is dat na een voorzichtige start afgelopen twee jaar men voorzichtig overweegt mee te gaan doen met het klassement, maar er nog weinig voor over heeft. Vier-zonders zijn vaak ook als dubbelvier te gebruiken, maar veelal roeien daar middengroepen in of zijn scullriggers niet voorradig. Flink wat verenigingen als Aegir, Triton, Proteus en Asopos zagen komend jaar dan ook meer als een soort pilot, maar hadden er (nog) geen budget voor vrijgemaakt. Als de wijziging doorgang zou vinden, zouden zij dus niet mee kunnen doen. Een andere probleem was veiligheid. Op druk bevaren water als in Utrecht of in Eindhoven lijkt ongestuurd varen met eerstejaars met het oog op ongelukken niet handig. Ten slotte was er nog het aspect van de stuur die na de Varsity bedankt zou moeten worden voor haar diensten. Niet wenselijk voor een eerstejaars ploeg waar de sociale factor een belangrijke rol speelt.
Een snel opgestelde brief van profcoaches en wedstrijdcommissarissen die door dertien verenigingen werd ondertekend, zorgde ervoor dat er snel gehandeld kon worden en na een bijeenkomst tijdens de Novembervieren, kon de roeibond niet anders dan concluderen de wijziging ongedaan te maken. Wel wordt voor het klassement de dubbeltwee op zondag afgeschaft, iets wat de verenigingen zelf ook wensten. Ook in die situatie ligt er immers flinke druk op de vloot. Nu wordt op zondag een LDN4x+ uitgeschreven, waarna als men de Overgangstatus heeft behaald ook in de dubbeltwee of (L)DSA4x- gestart kan worden. Voor de Holland Beker wil de roeibond wél vasthouden aan de dubbelvier zonder stuur. Verenigingen gaven aan dat voor één keer wel zouden kunnen regelen en zo niet, dan heeft het tenminste geen gevolgen voor het klassement.
Ondanks dat de roeibond moest terugkomen van haar eerdere beslissing toonde IJsbrand Haagsma uit het bondsbestuur zich verheugd over de discussie en de betrokkenheid. “We vinden de participatie van verenigingen in dit nummer erg belangrijk en als we op deze manier meer deelnemers krijgen juichen we dat van harte toe. Dat maar liefst veertien verenigingen de moeite hebben genomen om het formulier in te vullen geeft blijk van grote betrokkenheid die we nog wel eens missen bij het opstellen van het nieuwe wedstrijdprogramma.” Voor 2016 is het alsnog de bedoeling ongestuurd te gaan varen. “Dat blijft duidelijk de wens vanuit de roeibond, maar op deze manier hebben de verenigingen een jaar extra de tijd om mogelijke materiaalproblemen op te lossen” aldus Haagsma.
Het blijft echter de vraag of één jaar uitstel voldoende is om verenigingen ervan te overtuigen te investeren in het eerstejaars lichte dames roeien. Botenplannen moeten worden aangepast en er moet geld worden vrijgemaakt. Daarnaast is er nog een ander probleem. Verenigingen moeten ook rekeningen houden met de toekomst. Want als de lichte vrouwen blijven roeien, moet er ook in hun tweede en eventueel derde jaar voldoende materiaal beschikbaar zijn, iets wat er veelal niet is. Op de Novembervieren was al te zien wat voor problemen dat kan opleveren. Zware vrouwen van Nereus moesten hun toevlucht zoeken in mannenboten omdat er ook een ouderejaars lichte vrouwendubbelvier van start ging.
De KNRB heeft dan ook aangegeven nog wél in overleg te treden met de verenigingen. Haagsma: “Tijdens de bijeenkomst was er te weinig tijd om hierover te discussiëren. Duidelijk was wel dat de meningen uiteen lagen. Voor maart zal daar een knoop over moeten zijn doorgehakt zodat iedereen genoeg tijd heeft om zich op het seizoen erna voor te bereiden.” Om ervoor te zorgen dat er niet weer onduidelijkheden over het onderwerp ontstaan zal het contact voortaan directer met de betrokken (prof)coaches plaatsvinden.



