Als ze niet zo vaak in de lach zou schieten zou je Lisa Wörner een strenge blik kunnen verwijten, met die serieus ogende bril op haar neus. Maar de Amsterdamse is helemaal geen zure tante, integendeel. Ze is een vrolijke roeister die als een van de weinige oud-junioren de weg naar de top in het lichte dames-roeien heeft gevonden. En ze voelt zich meer en meer een topsporter die zich bewust is van de goede en slechte invloeden in het leven. Dus de hele vlucht naar Seoel serieuze wedstrijdvoorbereiding? “Dat ook weer niet”, lacht Wörner. “Maar ik heb wel gekeken of ze nog sportfilms hadden in de in flight entertainment.”
Terugkijkend op de afgelopen zeventien olympische jaren voor de lichte dames dubbeltwee valt één ding boven alles op: het aantal junioren wat de stap naar de top van het lichte damesroeien weet te zetten is nagenoeg nihil. Nederland leunde juist op studentenroeisters. Marit van Eupen, Kirsten van der Kolk, Maaike Head en Rianne Sigmond – vier olympiades lang bestond de lichte dames dubbel uit roeisters die tot hun achttiende (of later) niet hadden geroeid. De kleine handige meisjes uit het juniorencircuit werden meestentijds te licht bevonden.
Tot nu, zo lijkt. Lisa Wörner, product van het Amsterdamse juniorenroeien, is dit seizoen namelijk de vaste kracht in de lichte dames dubbeltwee. Tijdens het EK in Sevilla bemande – of eerder: bevrouwde – ze de boot samen met Joanneke Jansen van Triton, en kwam de jonge ploeg tot een negende plaats overall. Ongeveer een maand later tijdens de wereldbekerfinale in Luzern was haar bootgenote de ervaren Maaike Head van Skadi, vorig jaar nog actief tijdens de Olympische Spelen in Londen. Het duo finishte op een knappe vijfde plaats op de Rotsee, de eerste finaleplek voor een Nederlandse lichte dames dubbeltwee in Luzern sinds 2008. Hoewel het nog te vroeg is om te zeggen dat Wörner the next big thing is timmert ze dit jaar behoorlijk aan de weg.
“Mijn doel was eigenlijk het roeien van Luzern in de dubbelvier”, verklapt Wörner. “Dus wat dat betreft kan mijn seizoen nu al niet meer stuk. Het is fantastisch om hier in Zuid-Korea te zijn voor het WK. Als je me dat begin dit jaar had gezegd had ik je niet geloofd. Maar nu ik hier ben wil ik ook alles eruit halen wat er in zit. We hebben nu een goede voorbereiding gehad – voor Luzern hadden we een stuk minder samen getraind en ik zat nog middenin mijn co-schap chirurgie.”
Zit er daarom meer in voor Head en Wörner? De krachtpatser Maaike Head, al jaren een van de sterkste lichte roeisters in Nederland, en de technisch onderlegde Wörner, een juniore die de weg naar boven heeft gevonden? Aan een echte vooruitblik waagt Wörner zich niet – de wedstrijden moeten maar uitwijzen wat er mogelijk is. De combinatie, zo maakt de 23-jarige Wörner duidelijk, heeft in ieder geval veel van elkaar geleerd. Head laat de boot wat meer onder haar door lopen en is geduldiger onder water. Wörner heeft op haar beurt geleerd om elke haal te laten tellen en vol de benen eronder te zetten. Dat laatste klinkt als een open deur, maar volgens Wörner is het berekenende een overblijfsel van het juniorenroeien.
“De meeste ex-junioren zijn liever lui dan moe”, vindt Wörner. “Studentenroeiers moeten harder werken omdat roeien niet met de paplepel is ingegoten, dus die kunnen beter afzien. Als eerstejaars ex-junior win je het merendeel van je wedstrijden op techniek, niet op doorzettingsvermogen. Hard werken is iets wat je moet leren. De coaching van Josy heeft me doen beseffen dat ik bij elke stap die ik zet moet nadenken of het me helpt om sneller te gaan of niet.” Ze moet lachen. “Laatst nam ik een extra stuk vlees. Toen vroeg hij of ik er harder van ging, dus toen heb ik ja gezegd.”
En harder moet het altijd. Met een juiste dosis finesse. De benaming die olympisch kampioenen Kirsten van der Kolk en Marit van Eupen kregen in het begin van hun carrière – the Orange Butterflies – is daarom wel van toepassing op Wörner. Niet de vrolijk rondfladderende vlinder, maar degene uit de uitspraak van Mohammed Ali. De vlinder die af en toe een bij is en steken uitdeelt, zoals Van der Kolk en Van Eupen het wellicht ook bedoelden. Na de zilveren medaille tijdens het WK onder 23 in de lichte dames dubbeltwee vorig jaar heerst nu het topsportbestaan voor Wörner. Serieus sporten, aansluiting vinden bij de top. En hoewel ze zelf impliceert die nog niet te hebben bereikt – ze noemt de vijf lichte dames die in Zuid-Korea zijn heel bewust “een hele brede groep subtoppers” – gloort een plek bij de eerste zes nadrukkelijk voor de lichte dames. En dan is de top toch verdacht dichtbij.



