In de borrelzaal van Triton staan zeven stoelen met een naam erop. Zeven koperkleurige plaatjes die in het hout zijn geslagen als eerbetoon aan de meest recente WK-roeiers die de Utrechtse studentenroeivereniging kent. Het zijn bekende namen. Maud Klinkers. Anne Schellekens. Jurrien Rom Colthoff. Kaj Hendriks. Reinoud de Groot. Ide Hingstman. En ook Roline Repelaer van Driel. De meest succesvolle roeister ooit op de donkerblauwe vereniging heeft haar eigen troon. En terecht. Tijdens haar twee Olympische Spelen lukte haar wel wat de door mannen gedomineerde vereniging nauwelijks lukte: olympische medailles winnen.
Je zal Repelaer van Driel er overigens nooit over horen opscheppen. De blonde roeister hoeft niet zo nodig een plek in de spotlights te hebben. Ze is geen diva die met fluwelen handschoenen aangepakt wil worden. Liever blijft ze wat op de achtergrond – ze laat de rest van haar ploeg meestal de verhalen vertellen. Als ze wel iets zegt is het meestal een doordachte opmerking. Met humor, dat wel. Toen de Nederlandse vrouwenacht van Londen op een goed moment vernam dat de Amerikaanse dames een stuk harder trapten op de ergometer concludeerden ze samen dat ook zij richting tijden onder de 6:40 moesten. Met een vette knipoog richting de rest zei Repelaer van Driel dat ze “op dat vlak toch echt niet naar haar hoefden te kijken.”
Als sterkste van de Londen-ploeg – ze heeft een persoonlijk record record van 6:35.5 – bestond er in een acht die geselecteerd was op vermogen weinig discussie over haar positie. Maar ook daarvoor was Repelaer van Driel al in beeld bij de roeibond. Na een weinig succesvol eerste roei-jaar in 2004 werd ze onderdeel van een nieuwe lichting roeisters die, na de bronzen medaille in Athene, bij de groep werden gehaald. Ook toen al werd er gekeken naar vermogen. Eva Kouw, Sanne Beukers, Jacobine Veenhoven: allemaal kwamen ze er op basis van ergoscores bij. De meeste roeisters redden het niet naarmate Peking dichterbij komt. Uiteindelijk blijkt Repelaer van Driel als enige van de nieuwe generatie over: de rest van de acht bestaat uit ervaren rotten die het roeikunstje wel verstaan.
“Ik denk dat je best kunt zeggen dat de acht van 2008 een luie acht was”, blikt Repelear van Driel terug. “Het was geen groep van harde werkers. Dat het in 2007 mis ging is denk ik ook onze redding geweest. We hadden een fantastisch wereldbekerseizoen achter de rug met twee bronzen medailles en goud tijdens de World Cup in Amsterdam. Als kwalificatie tijdens het WK in München ook nog gelukt was waren we waarschijnlijk te veel achterover gaan leunen. Dan hadden we volgens mij niet met een zilveren medaille op het podium gestaan in Peking.”
Het wereldkampioenschap in 2007 is een debacle voor de vrouwenacht. De ploeg van René Mijnders trainde voorafgaand aan München in het Duitse Erlangen op een kanaal met stromend water. Tijden klokken heeft daarom geen zin. Mijnders besluit op basis van het seizoen dat de roeisters hun baantempo moeten verhogen: volgens de coach was de stap van tempo 36 naar 38 de sleutel tot succes. Alleen dan konden de Nederlandse vrouwen met de Amerikanen, de Duitsers en de Roemenen meekomen. Het andere geheime wapen is een gloednieuwe boot, al hebben de roeisters er misschien een handvol trainingen mee gevaren voordat ze in München aankomen. Het nieuwe schip blijkt uiteindelijk niet goed – een fabricagefout die door de technische staf niet is geconstateerd. En met het hogere tempo is de ploeg eerder langzamer dan sneller af.
Het toernooiverloop vertelt de rest van het verhaal: de Nederlandse vrouwen worden kansloos vierde in de voorwedstrijd. En de herkansing, waarvan iedereen vermoedde dat het slechts een formaliteit was, loopt uit op een drama. Derde, achter Duitsland en Canada, twee ploegen waar Nederland over het algemeen van had kunnen winnen. Weg kwalificatie voor de Spelen. “Dat was wel moeilijk, ja”, vertelt Repelaer van Driel. “Iedereen was emotioneel op het botenterrein – huilen, schelden, frustratie. Ik ben wel blij dat we tijdens de B-finale nog hebben laten zien dat de eerste twee wedstrijden van het toernooi een vergissing waren.”
Wat volgt is een lange winter met hernieuwde selecties die voor Repelaer van Driel goed uitvallen: ze haalt de definitieve vrouwenacht voor Peking. En na een stroef seizoen komt daar het sprookje uit. Vijfhonderd meter voor de finish op de Shunyi-roeibaan lijkt de Nederlandse ploeg nog in kansloze positie te liggen voor de medailles. Met een verbluffende eindsprint trekt de ploeg echter voorbij aan Duitsland en pakt het op de streep ook regerend olympisch kampioen Roemenië in: zilver. De medaille voor Repelaer van Driel is de beste olympische prestatie voor Triton ooit. Alleen de legendarische ereleden Rouwé en Hartsuiker haalden voor haar het olympische podium. In Tokio, welgeteld 44 jaar voor Peking.
Repelaer van Driel hangt met een voldaan gevoel de riemen aan de wilgen. Het is gelukt. Maar toch kriebelt het na een tijdje weer. In 2010 stapt ze daarom opnieuw in de olympische trein en groeit uit tot de sterkste van een groep voor wie vermogen prioriteit is. Maar los daarvan is de Utrechtse ook een van de meeste gewaardeerde leden van de ploeg: iemand op wie je kunt bouwen. Een “superwijf” dat zich niet gek laat maken. Nou ja – bijna niet dan. “Ik was altijd superzenuwachtig voor een race”, lacht de 28-jarige roeister zelf. “Mijn doel was altijd om een keer agressief aan de start te liggen. Harde muziek luisteren wilde ik eerst niet, maar dat heb ik in de aanloop naar Londen toch geprobeerd. En dat bleek toch te werken. Dus nu weet ik alle trucjes van het roeien.” Ze lacht.
Londen wordt niet de gedroomde gouden medaille. Amerika blijkt te goed. Na het WK in 2011 – waar Repelaer van Driel ziek uitvalt en met haar vader in de hotelkamer op de Sloveense televisie ziet hoe de acht zich met een vijfde plek kwalificeert voor de Spelen – verliezen de Nederlandse dames ook Canada uit het oog. Maar de race die men op Dorney Lake vaart had niet beter gekund, denkt de Utrechtse. “We lagen er nog best dichtbij. Zelf weet ik er niet veel meer van. De laatste 250 meter zijn een zwart gat. Ik heb nog een half uur ergens in de schaduw water zitten drinken. Pas bij de medailleceremonie was ik er weer een beetje bij.”
Met de bronzen medaille verstevigt Repelaer van Driel haar positie als Tritons beste roeister, iemand die respect verdient bij zowel de huidige generatie als diegenen daarvoor. Het zal nog lang duren voordat iemand – man of vrouw – bij haar in de buurt komt qua olympische prestaties. En dus is het terecht dat ze een troon heeft op de Driewerf. Ze heeft ook een poef, lacht ze. En ze deelt een theeservies met Anne Schellekens, dat ze ooit nog eens samen moeten inwijden. Als deftige dames thee drinken met de voeten op de poef en genesteld in de stoelen met hun naam erop. Mits die niet bezet zijn, want iedereen op Triton mag op die stoelen zitten. En Repelaer van Driel is er niet de persoon naar om haar eigen zitmeubel op te eisen, bescheiden als de roeikoningin van Utrecht is. Misschien dat ze het haar op Triton daarom makkelijk kunnen maken. Haar hoffelijk doch ongeforceerd juist die stoel toeschuiven die haar toekomt. Als blijk van waardering voor een roeister die voor vele dames na haar een voorbeeld zal zijn geweest.




