Vol ongeloof keken de kenners van het roeien naar de borden met de openingstijden toen de rangschikking van de eerste 500 meter op het scherm verscheen. Een opening van 1:20.21, dat waren toch tijden die vrijwel alleen voorkwamen bij de zware mannen? Het veld dat richting de finish kwam denderen was echter de lichte acht, mannen van gemiddeld 72,5 kilogram en 1 meter 85 lang. Door het snelle weer kwam het wereldrecord van Duitsland uit 1994 (5:30.24) wel erg dichtbij. De Italianen, die de gehele wedstrijd aan de leiding gingen en uiteindelijk het goud wisten te winnen, lagen halverwege zelfs op een virtuele eindtijd van 5:26. De Nederlandse acht, nog de snelste in Luzern, lag lang op koers voor de zilveren medaille, maar moest in de laatste 500 meter de Amerikanen langszij laten. Ondanks aandringen van zowel Japan (vierde) als Frankrijk (vijfde) hielden de Nederlandse mannen een podiumplek vast, dezelfde positie als vorig jaar.
Tussen het heftig klotsende water na de finish bleef de lichte acht een tijdje gedesillusioneerd liggen. Een voor een staken de lichte mannen tijdens het roeien naar het erevlot een hand op met de duim steevast naar beneden: de race was volgens hen niet goed gegaan en er had wellicht meer in gezeten. “Het laatste stuk was het zulk moeilijk water”, verzuchtte Dion van Schie (Asopos de Vliet), “de Italianen en de Amerikanen waren daar net wat handiger in. Om de haverklap was er wel een van de acht riemen die tegen een golf tikte.” De andere nieuweling van het stel, Stijn Verwey (Orca), had voor de gelegenheid een rood-wit-blauwe hoofdband omgedaan, maar het mocht niet baten. Verwey: “Ik weet dat ik blij moet zijn met brons, maar op dit moment is het gewoon nog klote.”
De lichte acht kende een enigszins tumultueuze laatste week. Slagman Joeri Bruschinski had last van zijn rug en voor de zekerheid – en om trainingen te kunnen blijven varen – werd Skadi-roeier Pieter Rom Colthoff bij de ploeg gehaald. Dat Rom Colthoff ook zou starten had coach Daniël Paarlberg al drie dagen geleden uitgesloten. Met pijnstillers zat Bruschinski dan ook op slag in de boot, maar last van zijn rug had de roeier van Vidar niet gehad. Terneergeslagen, dat was hij wel. Ook hij had op een herhaling van Luzern gehoopt, ondanks het feit dat de Italiaanse acht een tweetal gelauwerde roeiers in de boot had gezet na de zilveren plak op de Rotsee. Bruno Mascarenhas en Jiri Vlcek opereerden allebei al eerder op de Olympische Spelen, wat niemand van de Nederlandse acht kan zeggen. Dat de lichte acht het daarom aflegt tegen de Italianen is daarom misschien niet verrassend, de tweede plaats van de Amerikanen – met een praktisch geheel vernieuwde ploeg – is dat wel.
Voor het Nederlandse roeien is de bronzen medaille van de lichte acht een tweede succesje op dit wereldkampioenschap roeien. Dat de lichte Nederlandse achten al drie jaar voor WK-medailles zorgen is hoopgevend voor de toekomst. Het merendeel van de roeiers loopt echter al een tijd rond; alleen Aegir-roeier Thom van den Anker en eerdergenoemde Stijn Verwey horen nog niet bij het groepje ervaren rotten. Net als de dames vier-zonder is de lichte acht een opstapje, een boot waar talenten zich kunnen ontwikkelen richting het ‘echte’ roeien in de Olympische bootklassen – in het geval van de acht richting de lichte vier-zonder en wellicht ook de lichte dubbeltwee. Wat dat betreft is de finale van de lichte vier-zonder bepalender voor wat betreft de huidige staat van het lichte roeien in Nederland.
In die finale was het verrassend Duitsland dat een ruime voorsprong nam. Denemarken, regerend Olympisch kampioen en dit jaar heer en meester in de eindsprint, kwam te laat op gang en eindigde daardoor 0,25 seconde achter de Duitsers op de tweede plaats. Polen kwam voor de ogen van het thuispubliek tot een bronzen medaille, één plek lager dan hun positie vorig jaar op de Olympische Spelen van Beijing. De Nederlandse lichte vier, met aan boord Tycho Muda, Vincent Muda, Roeland Lievens en Tim Heijbrock, eindigde in het sterk bezette veld op een zesde plaats, achter Frankrijk (vierde) en Italië (vijfde). De Muda’s en Lievens waren zo verbolgen over de zesde positie dat ze woedend op de boot sloegen, Heijbrock bleef tussen het geweld nog kalm. Dat de vier een bijzondere prestatie geleverd heeft door de finale te halen is een argument dat waarschijnlijk nog geen impact heeft bij de roeiers.




