Het zat er na de exhibition race al dik in, dat de vrouwen vier-zonder de gouden medaille zou gaan veroveren op de eerste finaledag van het WK roeien in Poznan. Eindsprinten was toen volgens slagvrouwe Femke Dekker nog niet nodig om de Amerikaanse vier, de ‘grote’ concurrenten, af te slaan. Ook vandaag was een eindsprint niet nodig. Soeverein voer de Nederlandse formatie, met aan boord naast Femke Dekker ook Nienke Kingma, Carline Bouw en Chantal Achterberg, naar de eerste plek in het niet-Olympische nummer. “De eerste duizend meter lagen we er nog een beetje in”, zei Dekker terwijl de boot wachtte om aan te kunnen leggen aan het erevlot, “maar toen was het even ‘nu gewoon laten zien’ en schoven we er duidelijk voor.” De Amerikaanse vier werd tweede, de Canadezen werden – ook tot verrassing van de Britse FISA-commentator Greg Searle – derde. Onder toeziend oog van Eric Niehe, de in kleurig oranje scarf getooide voorzitter van de KNRB, bleef Dekker echter nuchter onder het succes. “Morgen [de finale van de vrouwen acht, red.] is er ook nog.”
Ondanks het feit dat er in de verdere finales van de zaterdag geen Nederlanders aan bod kwamen was het toch nog een bijzonder middag. Mahe Drysdale, drievoudig wereldkampioen, heroverde zijn vorig jaar verloren titel in de eenzitter in stijl. Met een nieuw wereldrecord van 6:33.35 was hij ruim twee seconden sneller dan zijn eigen oude beste tijd van 6:35.40. Het raceverloop van die wedstrijd was ook nagenoeg hetzelfde. Waar in Eton (2006) Marcel Hacker nog de haas was die er vandoor spoot, was het nu de Brit Alan Campbell. Het verschil op de streep was klein: ook Campbell noteerde met 6:34.40 een tijd die sneller was dan het oude wereldrecord. Derde werd de Tsjech Ondrej Synek, die zich na een slecht wereldbekerseizoen toch weer terugzag in de medailles. Olaf Tufte, de regerend Olympisch kampioen, was nergens te bekennen in de finale en kwam als zesde en laatste binnen.
De zesde plaats was de positie die gisteren voor Jaap Schouten gereserveerd na zijn desastreuze optreden in de halve finale. Schouten in de B-finale, dat is iets wat de Nederlandse supporters niet vaak voor ogen zien. Desondanks klonk de inmiddels ook bij de buitenlanders bekende ‘Holland’-leus luid over het water toen de roeier van Njord met oppermacht de eerste plaats in de kleine finale veilig stelde. “Het ging beter dan gisteren, maar het blijft wel gek”, zei Schouten na afloop. Samen met coach Lili Wabeke-Meeuwisse had Schouten vooraf het plan gesmeed om als revanche voor gisteren een aanval te doen op het wereldrecord (6:47.82, geroeid op het WK in Eton door de Brit Zac Purchase). “De eerste 1000 meter ging dat nog goed, maar in het tweede deel van de race was het water te moeilijk om nog hard door te roeien.” Schouten, finishend in een tijd van 6:57.02, gaf verder toe weinig zin te hebben om nog de A-finale af te wachten en reist zondagochtend al terug naar Nederland om te genieten van een welverdiende vakantie. “Daarna ga ik met Paul [Drewes, red.] rond de tafel zitten om het komend seizoen te bespreken. We zullen moeten evalueren wat er dit seizoen mis ging en daar verbeteringen voor vinden. Wat ik denk dat mis ging? Dat moeten we eerst samen maar even bespreken.”
Een klein uur na Schouten kwam ook de lichte dames dubbeltwee in de B-finale aan de start. Rianne Sigmond en Maaike Head waren net als de roeier uit Leiden van plan om hun stempel op deze wedstrijd te drukken. De Skadi-dames, eenzaam in baan 6 roeiend vanwege de afwezigheid van de Zweedse dubbel in baan 5, lieten zien over weerbaarheid te beschikken en namen de eerste 1400 meter de leiding. Toen namen de roeisters uit Cuba het voortouw over en in de eindsprint kwam ook nog Hongarije over de Nederlandse roeisters heen denderen; Hongarije dat overigens gisteren nog het dichtst bij de A-finale zat. Een negende plek overall is voor de dames van oranje dus alles wat rest na een jaar vol avonturen en internationale wedstrijden.
Extra domper was voor Sigmond en Head het missen van de A-status; een achtste plek was daarvoor voldoende geweest. Dat het verschil met Hongarije maar 0,01 seconde bleek maakte het nog extra zuur. “Het gaat me nog niet eens om die A-status”, pruilde Sigmond achteraf. “We hadden gewoon een doelstelling om bij de eerste acht te eindigen en als je dan snoekend over de finish komt vanwege het weer dan heb je het idee dat je het ergens hebt laten liggen.” Een honderdste van een seconde is echter heel, heel weinig. Het moet raar lopen wil de KNRB niet een verzoek indienen bij het NOC*NSF om ondanks de negende plaats toch A-status toe te kennen.



