Wie mag nu nog naar het WK?

Archief

“Beste roeiers”, begint Koen van Nol, de topsportcoördinator van de bond zijn introductie in een stukje op de KNRB-site. Hij verhaalt verder over de jaarplanning die zo snel mogelijk zal verschijnen. Daarover later overigens nog meer. Even verderop staat echter een opvallende mededeling: “Voor alle roeiers met de ambitie om in het komende jaar deel uit te maken van de SA-equipe is het verplicht om deel te nemen aan het NKIR. Ook voor de roeiers die deel hebben genomen aan de O.S. wordt dit sterk aangeraden.” Sterk aangeraden? Wat betekent dat precies?

Op 18 november verschijnt bovengenoemd stukje op website van de KNRB. Inmiddels is het jammer genoeg weer verwijderd van het internet, maar Google cache (PDF) doet gelukkig wonderen. De verplichting tot deelname is an sich niet zo’n vreemde eis, verplicht was het vorig jaar namelijk ook al (maar toen was het een Olympisch jaar). Toch zou het natuurlijk ook handig zijn als iedereen van dit soort beslissingen op de hoogte zou zijn gebracht. Stel je nou eens voor dat iemand op de Hel van het Noorden (21 november j.l.) pas hoort dat hij verplicht deel moet nemen aan de NKIR om uitzending in 2009 veilig te stellen. Terwijl de focus van de trainingen eigenlijk lag op kracht- en duuropbouw, en niet specifiek op twee kilometer op een ergo – dat vergt namelijk toch wat andere voorbereiding. En wat te denken van roeiers die gewoon zijn hun eigen weg kiezen en daar succes mee boeken? Moeten die dan opeens op zo’n testmoment verschijnen? Volgens de roeibond dus kennelijk wel.

De vraag is wat Koen van Nol nu gaat doen. Zoals duidelijk is geworden uit de inschrijvingen was lang niet iedereen op de NKIR aanwezig om een kunstje te doen op de ergometer. Strikt genomen zou de roeibond dus nu alleen roeiers moeten sturen die hun twee kilometer hebben voltooid op 13 december. Of Olympiërs natuurlijk, want voor hen was het niet helemaal verplicht, slechts een beetje. Van Nol was voor reactie helaas niet bereikbaar, hij is tot begin januari op vakantie.

Kwalijker dan deze vreemde constructie is misschien wel dat er voor alles boven de junioren en de talenten nog helemaal geen jaarprogramma is. We zijn zeggen en schrijven vier maanden na de Olympische Spelen – min of meer op een derde van het nieuwe roeiseizoen – en de roeibond weet eigenlijk nog niet goed wie er nou wat gaat coachen, en hoe. Er komen wel voorzichtige geluiden, maar echt veel duidelijkheid is er nog niet. Voor de roeiers en roeisters in Nederland is dit natuurlijk maar een vage situatie. Welke boottypes worden dit jaar gevormd, bijvoorbeeld? Waar liggen de piekmomenten? Gaat Nederland naar alle wereldbekers? En hoe zit het met het EK?

Het eerste wat er door de bond is gepland is een trainingsweekend, 20 en 21 december, eveneens verplicht voor niet-Olympiërs. Het is een soort slaapfeestje; “neem je eigen boot mee, je wordt niet thuisgebracht.” Hoeveel mensen inderdaad gaan verschijnen op het evenement is nog onduidelijk, maar genoeg toproeiers aanwezig op de NKIR gaven aan weinig trek te hebben in zo’n uitstapje. Waarschijnlijk is heel roeiend Nederland wel aanwezig op 3 januari, voor de 6 kilometer trial op de Bosbaan. Het zo snel mogelijk rondmaken zorgt ongetwijfeld voor een hoop spektakel.