De Rotsee in Luzern is een rijk water voor de Holland Vier. Geert Cirkel, Matthijs Vellenga, Jan-Willem Gabriëls en Gijs Vermeulen haalden in de Zwitserse World Cup Regatta voor de vierde keer deze olympiade het erepodium. Na zilver in 2005 en 2006, goud in 2007 werd het in de aanloop naar Peking 2008 weer zilver. Een bejubelde prestatie na de frustratie van twee weken geleden in de oneerlijke golven van München (vierde). De zilveren medaille in het zog van Australië kreeg extra glans met de gele hesjes van de leiders in het World Cup-klassement, dat vorig jaar door het vlaggenschip van Oranje was gewonnen.
De roeiers stapten euforisch op het erevlot. ‘Dit is absoluut een mooie medaille’, juichte Geert Cirkel, ‘München was vervelend, maakte ons onzeker en het was best zwaar dat het zo kon tegenzitten. Ons collectief werd op de proef gesteld, maar daar zijn we geweldig doorheen gekomen.’ Jan-Willem Gabriëls: ‘Een zenuwenpot was het. Ik ben blij dat we het weer met deze vier hebben kunnen flikken.’ Gijs Vermeulen: ‘We zitten weer op de weg omhoog, maar het moest wel uit onze tenen komen. Het was close maar dat maakt het juist leuk.’ Matthijs Vellenga hield vol dat het in Peking tussen tien landen gaat: ‘De zes finalisten hier (Australië, Nederland, USA, Frankrijk, Duitsland en Nieuw-Zeeland) en verder Groot-Brittannië, Italië, Tsjechië en Slovenië.’
Zilver was ook weggelegd voor Kirsten van der Kolk en Marit van Eupen in de lichte dubbeltwee. Rustig begonnen voer de Oranje-twee een uitstekende midden-kilometer gevolgd door een harde eindsprint. De Canadese roeisters Melanie Kok en Tracy Cameron bezweken onder de druk van China (Dongxiang Xu/Hua Yu) en Nederland met hun vier benen in twee paar gouden schoenen. ‘We zijn goed bezig richting de Spelen’, zei Kirsten van der Kolk, ‘over twee weken weken is het OKT, daar draait het om. We weten dat we de race goed kunnen indelen. Toch hebben we nog zorgen om de kwalificatie. Iedereen wil in Poznan naar Peking, het is de laatste kans voor Amerika, Italië en voor ons.’ De twee Amsterdamse tegenpolen jagen eendrachtig op goud in Peking. ‘Dat hebben we in december al gezegd’, zei Marit van Eupen, ‘China blijkt sterk, maar het verschil valt wel mee. Ik vind het trouwens onzin om alles kapot te analyseren. Iedereen heeft zijn eigen opbouw. Deze zilveren medaille is een leuke opsteker.’
De vrouwenacht leverde in de finale een behoorlijke prestatie af. Na Verenigde Staten, Australië en Canada eindigden Femke Dekker, Marlies Smulders, Nienke Kingma, Roline Repelaer van Driel, Annemarieke van Rumpt, Helen Tanger, Sarah Siegelaar en Annemiek de Haan, gestuurd door Ester Workel op de vierde plaats als beste Europese land. Duitsland en Groot-Brittannië kwamen na Oranje. Van China, concurrent in Poznan in het OKT, had René Mijnders’ equipe in de eindstrijd geen last. Dus hoefde Ester Workel zich niet opnieuw te verbazen over de Chinese stuurvrouw. Na Zheng ging met een maag vol water, zo’n twee liter, naar de weging om de verplichte 50 kilo lichaamsgewicht te tonen. Onmiddellijk daarna dook zij in het struikgewas, stak een vinger in de keel en leegde de maaginhoud. In één keer braken twee kilo lichter. Het was een stiekeme truc uit de olympische doos richting Peking. China zal zich in eigen land bij de Olympische Spelen trouwens nadrukkelijk manifesteren in de medaillewedstrijden. Ook in het roeien, zoveel is in Luzern wel duidelijk geworden. Met vijf triomfen op de veertien olympische onderdelen won het land World Cup II en werd bovendien met 112 punten de leiding in het totale WB-klassement veroverd op Groot-Brittannië.
Meer Nederlanders willen naar Peking dan de reeds gekwalificeerde skiffeur Sjoerd Hamburger, de Holland Vier en de lichte vier. Naar Poznan gaan zeker de lichte dubbel en de beide achten. Of daar nog meer bij komen, is de vraag. NOC*NSF legde voor deelname aan het olympische kwalificatietoernooi in Poznan iedereen de eis op tot de beste acht van de wereld te kunnen behoren. Sanne Beukers deed in de skiff twee pogingen. In München eindigde de Euros-roeister als tiende, in Luzern op de twaalfde plaats. Dit zullen geen referenties zijn voor uitzending naar het OKT in Polen. Meindert Klem en Olivier Siegelaar, net als Beukers op eigen gelegenheid in Zwitserland, eindigden in de dubbeltwee open klasse op de negende plaats. Eén te laag voor de NOC*NSF-eis. Dat besefte het duo Lagaaiers. Toch hielden zij hoop. ‘We zijn misschien nog een bespreekgeval’, zeiden Klem en Siegelaar. ‘In elk geval hebben wij hier weer waanzinnig veel geleerd.’
Besprekingen zullen er de komende dagen veel zijn met en over de lichte vier, derde in de B-finale van de World Cup II, negende in totaal. Weer niet een resultaat dat hoop geeft op een medaillekans in Peking. Topsportcoördinator Koen van Nol zei zondag: ‘Dat er iets moet gebeuren, mag duidelijk zijn. We moeten kritisch kijken in een reality check. Het doel van de jongens, van coach Susannah en van mij is dat er wordt gepresteerd in Peking. Ze zijn er allemaal keihard mee bezig, maar daar zitten we ver vanaf. Het gat is groot. Maar wat moet het zijn? Extra trainingskamp, een andere mind set? Geen World Cup meer, of juist meer races. Wisseling van bezetting of bemanning? Allemaal opties. In trainingen schijnt het soms hard en snel te gaan, evenwel niet in de keiharde momenten als de grote internationale wedstijden.’ Paul Drewes, slag van de lichte twee-zonder die in Luzern goed presteerde (zilver), zei: ‘Het is niet aan mij om te zeggen wat er zou kunnen gebeuren. Wij wilden hier een goede wedstrijd varen in de twee en dat is gelukt.’
Skiffeur Sjoerd Hamburger won een punt voor Nederland door de B-finale te winnen en was content over zijn wedstrijd. Veel minder goed was de troostfinale van de Holland Acht. In een race met twee boten verloor de formatie van Jan Klerks van Frankrijk, een van de concurrenten in Poznan voor het laatste olympische ticket. ‘Dit was niet goed’, zei Diederik Simon de routinier, ‘maar er is altijd weer een morgen.’ Morgen is op 18 juni in Polen, de dag des oordeels.




