De regen stopte, de zon kwam door en het Oranjelegioen supporters zette a capella het Wilhelmus in. In zuivere tekst en mooie toon klonk het Nederlandse volkslied over het water van de Rotsee. De lofzang was bestemd voor Jaap Schouten, kampioen van de klassieke regatta, in de skiff voor lichtgewichten, en een beetje voor Tim Heijbrock voor brons achter de Nieuw-Zeelanden Duncan Grant. De kletsnatte tweede dag van World Cup II in Luzern kreeg voor Nederland zo een prachtig besluit, want even later behaalden Roeland Lievens en Paul Drewes het eerste zilver. Daarmee kwam de oogst van Oranje al op drie medailles. Weliswaar in het bijprogramma van de World Cup waarvoor alleen de veertien olympische nummers tellen. Maar evengoed. Blik is blik.
Wéér goud dus voor Jaap Schouten, de Leidse student fiscaal recht. Net als twee weken geleden in München won hij op de Rotsee de finale met overmacht. Toen was zijn vriend Heijbrock zijn grootste rivaal, nu wereldkampioen Duncan Grant. Heijbrock bekocht in de finale zijn herkansing uit de ochtenduren. De kampioen was blij met zijn titel, vooral in een wedstrijd die voor alle roeiers heilig is. ‘Leuk, heel leuk’, waren zijn eerste woorden. ‘Duncan en ik trokken vanaf de start het veld open. Het was duidelijk dat het tussen ons tweeën zou gaan. Ik kwam een klein stukje voor hem te liggen. Daardoor kon ik alles beantwoorden wat hij deed. Winnen op de Rotsee, dat is natuurlijk om van te dromen!’
Denkt hij dat de wereldtitel nu dichterbij komt, nu hij de titelhouder voor de tweede keer heeft verslagen? Schouten van Njord gaf vóór hij de huldiging onderging en op het Wilhelmus werd getrakteerd een bijzonder antwoord. ‘Integendeel. De WK raakt elke keer dat ik hem versla verder weg. Hij gaat door mijn overwinningen twee keer zo hard trainen. Dat maakt dat ik vier keer zo hard moet trainen om hem achter mij te houden. Maar ik blijf keihard doortrainen en dan zullen we het zien. Bij mij is er nog altijd ruimte voor verbetering.’
Tim Heijbrock moest wel tevreden zijn de derde plaats. Hij had vrijdag de voorwedstrijd verloren van Grant en moest op de finaledag zijn herkansing winnen. Dat lukte. ‘Maar minder gemakkelijk dan ik vooraf dacht’, aldus de skiffeur van Willem III, ‘op de kilometer lag ik vier seconden achter. Op mijn tandvlees ben ik blijven vechten om bij Grant te komen. Dat heb ik niet helemaal gehaald. Duncan en Jaap gingen soepel weg van de start, zij hadden geen wedstrijd op dezelfde dag. Ik wel en daarom moet ik met brons tevreden zijn.’



